Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Esperanto
Foto: Unsplash via Stefan Stergro
actueel

75 jaar Esperanto aan de UvA: een taal van vrede ‘die relevanter is dan ooit’

Tijmen Hoes Tijmen Hoes,
30 januari 2026 - 08:00

Nergens anders in Europa is Esperanto zo populair als aan de UvA. De kunsttaal werd ooit bedacht om vrede te prediken en grenzen te doorbreken. In het huidige tijdsgewricht van geopolitieke spanningen en groeiend nationalisme, is de taal dan ook relevanter dan ooit, stelt bijzonder hoogleraar Esperanto Federico Gobbo ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van taal aan de UvA.

Al twaalf jaar bekleedt de Italiaanse Federico Gobbo een positie aan de UvA die uniek is in Europa: hij is namelijk de enige hoogleraar die zich uitsluitend met het Esperanto bezighoudt. De kunstmatig gecreëerde taal werd aan het eind van de negentiende eeuw door de Pools-joodse oogarts en filoloog Ludwik Lejzer Zamenhof ontwikkeld, en moest een eenvoudig te leren, politiek neutrale wereldtaal worden. Wereldwijd zijn er vandaag de dag circa 63 duizend mensen die de taal volledig machtig zijn.

 

Gobbo is één van hen, en in de twaalf jaar die hij in Amsterdam werkzaam is, zag hij hoe de situatie in de wereld continu weerspiegeld wordt in de studenten die zich aanmelden voor het vak dat hij aan de UvA doceert. ‘Ik vraag eigenlijk altijd naar de motivatie van de studenten die ik lesgeef, en steeds vaker krijg ik dan te horen dat ze niet langer mee willen gaan in het narratief van wereldwijd toenemend nationalisme. Daarin is Gen Z echt een stuk sterker ideologisch gedreven dan de beginnende Esperanto-sprekers uit mijn tijd.’

 

Wat heeft het Esperanto hen dan precies te bieden?

‘Daar kan ik hele boeken over vullen, maar ik zal proberen het kort te houden. We leven in een tijdperk waarin extreem nationalistische en xenofobe ideeën steeds normaler worden. Het Esperanto stelt daar iets tegenover, en is per definitie een anti-nationalistische beweging. Doordat de taal geen moedertaalsprekers kent, staat iedereen namelijk altijd op gelijke voet met elkaar. Iemand reduceren tot afkomst of nationaliteit kan dus niet. Die mate van connectie tussen Esperantisten maakt de taal uniek, en zorgt voor een open blik op het vlak van internationale verbinding. Als je het met xenofobie vergelijkt, is dit dus het totaal andere uiterste.’

Federico Gobbo
Federico Gobbo

De taal van de vrede dus?

‘Exact, dat is de rol die het Esperanto altijd heeft vervuld. Al in de tijd van Stalin werden Esperantisten geëxecuteerd omdat de taal werd gezien als een gevaar voor het regime, en mogelijk tot rebellie kon leiden. Het fungeerde toen als een soort veilige geheimtaal voor andersdenkenden, en zat dus het idee van één verenigde natie in de weg.’

 

Hoe komt dat vandaag de dag tot uiting?

‘In deze tijd is het Esperanto relevanter dan ooit, omdat het een groot maar informeel netwerk vormt waarmee ook contacten warm gehouden kunnen worden in landen waar mensen gevaar lopen. Zo heb ik zelf een aantal persoonlijke contacten in Rusland. De plaatselijke Esperantofederatie wordt door Poetin geïsoleerd, en moet heel voorzichtig opereren, maar leden behouden mede door die taal dus wel een netwerk.’

 

‘Maar de relevantie van Esperanto gaat verder dan die geopolitieke onrust. Grote, wereldwijde problemen, zoals klimaatverandering, vragen om globale oplossingen, en daarin zien we dus dat vooral Gen Z in sterke mate aansluiting vindt met het internationale karakter van het vakgebied.’

 

Waar blijkt dat dan uit?

‘Neem de invasie van Rusland in Oekraïne. Vlak daarna hadden we een gigantische stijging in het aantal studenten dat zich voor het vak had aangemeld. We zaten dat jaar op vijfentwintig, dat is echt ongekend. Studenten zien Esperanto als een taal van vrede, broederschap en internationaal begrip. Ze hebben behoefte aan die tegenbeweging.’

 

Vijfentwintig studenten, dat is dus veel?

‘Het was een uitschieter hoor – normaal gesproken fluctueert het aantal studenten meer rond de tien tot vijftien – maar ook dan is er in Europa geen universiteit die daarbij in de buurt komt. Neem Sevilla of Liverpool, andere universiteiten die een relatief grote rol spelen in het Esperanto-onderwijs in Europa, die komen maar zelden ver boven de vijf studenten uit.’

‘De meeste kleine talen hebben het zwaar, maar het Esperanto blijft het aan de UvA goed doen’

Hoe komt het dat de UvA zo’n voortrekkersrol heeft in het Europese Esperanto-onderwijs?

‘Ten eerste kennen we hier een bijzonder lange geschiedenis met het vakgebied. Afgelopen december vierde we vijfenzeventig jaar Esperanto aan de UvA, dat is uniek. Al in de jaren ’60 waren er in Amsterdam verschillende Esperantoclubs, dus de taal is ook echt al heel lang onderdeel van de stad. Je komt hier als student ook niet zo snel naartoe als je niet die intrinsieke interesse hebt in mensen uit verschillende landen en culturen. Dat is nu eenmaal de geest van de stad Amsterdam.’

 

‘Het feit dat we hier een specifieke leerstoel voor het Esperanto hebben is ook echt uniek. Komende zomer wordt er voor het eerst een Erasmusprogramma georganiseerd waarbij studenten uit heel Europa samen een vak volgen en een week in Frankrijk zitten om het Esperanto te leren. Een derde van de studenten die daar aan deel zullen nemen is van de UvA afkomstig. Dat illustreert wel hoe populair het vakgebied hier is. De meeste kleine talen hebben het zwaar, maar het Esperanto blijft het aan de UvA goed doen.’

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading