In haar eerste carrière danste Anna Seidl (60) als eerste solist bij Het Nationale Ballet. Inmiddels is ze UvA-onderzoeker Duitse taal en cultuur. ‘Mijn werk kon altijd ook mijn passie zijn.’
Wat was je kinderdroom?
‘Balletdanseres worden. Tijdens een balletvoorstelling in een klassiek theater in München, met veel rood, goud en grote kroonluchters, dacht ik, dat wil ik worden. Vanaf heel jong was al duidelijk, als ik het doe wil ik niet in het corps de ballet (de dansers die samen als groep dansen red.), maar in het middelpunt staan. Op m’n negende zat ik op de nationale balletacademie en stond vast dat dat mijn beroep zou worden. Dat was nooit een vraag.’
In Later als ik groter ben gaat Folia in gesprek met UvA-wetenschappers uit alle hoeken en gaten over hun loopbaan, bijzondere momenten in hun carrière en wat zij vroeger wilde worden. Is hun kinderdroom in vervulling gegaan, of is het maar beter dat ze toch iets anders zijn gaan doen?
Hoe vond je het leven als balletdanseres?
‘Het dansen zelf, jezelf uitdrukken zonder woorden en één worden met de muziek, vond ik heel aantrekkelijk. Alles daaromheen heb ik altijd moeilijk gevonden. De danswereld is heel hiërarchisch. Dat was altijd een strijd, ik danste graag maar had ook het idee dat ik andere aspecten van het leven miste. Vanaf het begin miste ik de intellectuele uitdaging. Er was nauwelijks tijd om iets naast het dansen te doen, omdat je fysiek zo vermoeid bent.’
‘Ik was ook heel obsessief. Je moest altijd in vorm zijn, je bent altijd maar zo goed als je laatste voorstelling. Ik heb het nooit los kunnen laten. Ook als ik op vakantie was, was het eerste wat ik deed kijken of er ergens een barre was waar ik kon trainen. Ik was heel streng, misschien ook soms te streng.’
Hoe kwam je op de universiteit terecht?
‘Toen ik 36, 37 was kwam voor het eerst de vraag op wat ik hierna zou kunnen worden. Ik zat in Café de Pels, omdat ik ook wilde praten met mensen die niets met het ballet te maken hadden. Ik sprak daar een studente filosofie en dacht, wauw, zou ik niet ook kunnen studeren. Tijdens een sponsorendiner in het Amstelhotel zat ik naast iemand die aan de UvA werkte. Ik heb haar toen verteld dat het mijn droom zou zijn om te gaan studeren, het jaar erop kon ik beginnen.’
‘Niet in de filosofie – ik sprak alleen Duits en Engels – maar wel met de studie Duitse taal en cultuur. Ik danste toen nog, ik fietste tussen de balletzaal en collegezaal heen en weer.’
‘Na de komst van mijn zoon – met een keizersnee, binnen twee maanden stond ik weer op het toneel – keek ik naar het programma van het nieuwe seizoen, en dacht ik, er is eigenlijk niets dat ik nog wil dansen. De directeur wilde dat ik de twintig jaar bij Het Nationale Ballet nog volmaakte, maar opeens had ik pijn en blessures, ik hield het niet meer vol. Na mijn afscheidsvoorstelling in Londen heb ik een kleine speech gegeven en dat was het. Veel mensen zeiden dat ik het zou gaan missen. Maar het was rond, het was af.’
Hoe vond je de omschakeling van de balletwereld naar de universiteit?
‘Ik heb mijn PhD gedaan en dat ging best smooth, dat is waarschijnlijk de discipline. Verder vond ik het niet zo anders. Ik heb werk nodig, ik vind het fijn om naar de universiteit te gaan en aan het eind van de dag een product te hebben. Of dat nu een artikel is of een college dat je hebt gegeven.’
‘Wel mis ik de beweging. Na een paar uur rol ik vaak mijn yogamat uit en doe ik een paar oefeningen. Soms ga ik op vrijdagavond dansen. Dan ga ik naar sociëteit De Kring, op het Leidseplein om met verschillende mensen zoals auteurs en kunstenaars te dansen.’
Wat neem je mee van je ervaring als balletdanser in het onderzoek?
‘Zowel in mijn onderzoek als in mijn onderwijs heb ik iets performatiefs, iets creatiefs nodig. Als het te droog wordt, word ik bang. Studenten probeer ik ook hun echt geëngageerd te krijgen en zelf na te laten denken over hoe ze in het onderwerp staan. Daardoor wordt het persoonlijker en levendiger.’
Anna Seidl werd op 2 september 1966 geboren in München. Vanaf haar 7de volgde ze balletlessen en twee jaar later werd ze geselecteerd voor de nationale balletacademie in Duitsland. In 1987 verhuisde ze naar Amsterdam om te dansen bij Het Nationale Ballet, waar ze in 1994 eerste solist werd. In 2012 promoveerde ze aan de UvA in de Duitse taal en cultuur. Seidl woont in Amsterdam en heeft een zoon.
Is er iets dat je anders zou hebben gedaan?
‘Die gedachte wil ik niet eens hebben. Spijt hebben van iets vind ik zo triest. Dingen komen zo zoals ze moeten komen. De keuzes die ik heb gemaakt hebben allemaal hun betekenis en hebben mij gemaakt tot wie ik ben.’
‘Wel zie ik als ik terugkijk hoe exclusief en elitair het klassieke ballet is. Het gaat uit van een witte esthetiek, die ik nu problematisch vind. Toen had ik daar geen besef van.’
Wat wil je later worden als je groter bent?
‘Vroeger wilde ik altijd een nieuw hoogtepunt bereiken. Ik was altijd op weg naar een nieuwe top, links en rechts heb ik eigenlijk niets gezien. Nu heb ik dat niet meer zo duidelijk. Ik heb nu geen grote dromen, de droom is eigenlijk om meer van het moment te genieten en een beetje minder streng met mezelf te zijn. Minder is ook goed genoeg, dat is het eigenlijk.’
Carrière tip van Anna Seidl
‘Ga op zoek naar een onderwerp dat je echt boeit. Academische vaardigheden kunnen soms voelen als een korset, maar ook daar kun je je eigen creativiteit ontwikkelen. Het leven, en ook de academische wereld, is te moeilijk als je je niet echt engageert. Je moet jezelf erin brengen, dat maakt het veel spannender.’