Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Hoe is het om een maand onderzoek te doen op zee?
Foto: NIOZ
wetenschap

Hoe is het om een maand onderzoek te doen op zee?

Sija van den Beukel Sija van den Beukel,
28 mei 2026 - 15:38

Acht UvA’ers varen deze maand met het spiksplinternieuwe onderzoeksschip de Anna Weber-van Bosse van Kaapverdie naar IJsland. Hoe is het om een maand op zee te zijn? ‘We moeten alles vastzetten in de laboratoria omdat het continu beweegt.’

De lucht, de zee en de deinende golven: al bijna dertig dagen is dat het uitzicht van onderzoekers aan boord van de Anna Weber-van Bosse, het spiksplinternieuwe schip van de Nederlandse onderzoeksvloot. De expeditie heeft als doel om te begrijpen hoe virussen fytoplankton beinvloeden, microscopisch kleine algen die in het water zweven.

 

Het nieuwe onderzoeksschip, dat in maart met veel tromgeroffel door Koningin Máxima werd gedoopt bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel, heeft als een van de voordelen dat het ruimte biedt aan bijna twee keer zoveel onderzoekers. Van de 22 onderzoekers aan boord zijn er 8 van de UvA.

 

‘Dat geeft ook masterstudenten de kans om het onderzoek op zee te ervaren,’ zegt hoofdonderzoeker bij het NIOZ en bijzonder hoogleraar aan de UvA, Corina Brussaard. En dat onderzoek verloopt op zee vaak net even anders dan op het land. Een verslag van UvA-masterstudenten, promovendi en -onderzoekers vanaf de Atlantische Oceaan.

 

Laboratorium aan boord
Masterstudent Amelie Wittig: ‘Voor onderzoek op zee moet je met veel meer dingen rekening houden. Dat begint al voor de vaartocht: eenmaal op zee kun je geen nieuwe onderdelen meer bestellen, dus het is echt belangrijk dat je alles bij je hebt en dat je op alle mogelijke situaties bent voorbereid. Het leek een beetje op het pakken voor een vakantie, alleen ging het om pipetten, flesjes en vacuümpompen, in plaats van een tent en haringen.’

Masterstudent Amelie Wittig bereidt een experiment voor in het laboratorium aan boord.
Foto: NIOZ
Masterstudent Amelie Wittig bereidt een experiment voor in het laboratorium aan boord.

UvA-promovendus Naomi Bakken: ‘De golven maken het werk in het laboratorium aan boord lastig. We moeten alles vastzetten en opbergen in gesloten kisten, wat gevolgen heeft voor je opstelling op de werkbank. We hebben een paar dagen met hoge golven gehad en het was even wennen om nauwkeurige handelingen met de pipetten en pincetten uit te voeren terwijl we behoorlijk heftig heen en weer schommelden.’

 

Zeeziekte
Masterstudent Eva Hekma: ‘De eerste dag moesten veel onderzoekers nog zeebenen kweken. Bijna de hele groep zat op het dek naar de horizon te kijken om de zeeziekte wat te laten zakken. Bij zeeziekte moet je proberen zo veel mogelijk water te drinken en zorgen dat je iets in je maag hebt. Rond etenstijd gingen we om de beurt crackers voor elkaar halen. Na een dag waren de meeste van ons wel weer op de been.’

 

Theoretisch ecoloog Yael Artzy-Randrup: ‘Sindsdien zijn er een paar kleinere momenten geweest waarop de zeeziekte weer een paar uur de kop opstak, vooral bij ruwer weer. Op een dag stegen de golven in slechts een paar uur tijd van ongeveer 1,8 meter tot meer dan 7 meter. Pillen tegen zeeziekte helpen enorm als je ze op tijd inneemt, maar omdat ze me ook slaperig en een beetje wazig kunnen maken, neem ik ze meestal pas als ik er vrij zeker van ben dat ik ze nodig heb. Het blijft dus altijd een beetje een gok. Mensen zijn ook erg begripvol, omdat bijna iedereen aan boord wel eens zeeziek is geweest.’

 

Saharazand
Aquatisch ecoloog Susanne Wilken: ‘In de eerste week van de expeditie zagen we wat rood stof op het schip, wat erop wees dat we door Saharazand waren gevaren. Saharazand, dat via stormen op de oceaan belandt, is een belangrijke bron van ijzer voor fytoplankton, microscopisch kleine algen die in het water zweven.’

Een meetapparaat wat watermonsters neemt wordt neergelaten vanaf het schip.
Foto: NIOZ
Een meetapparaat wat watermonsters neemt wordt neergelaten vanaf het schip.

Promovendus Melle Versluis: ‘Mijn taak is om ijzer-vrije watermonsters te nemen. De normale manier om watermonsters te nemen gaat namelijk via een apparaat dat ijzer bevat, wat invloed heeft op de uitkomst van de experimenten. Wij gebruiken een speciaal ontworpen apparaat met een frame van titanium in plaats van staal om ijzer verontreiniging te voorkomen. Dit apparaat wordt in een container geplaatst die is uitgerust als een clean-room, een extreem hygiënische werkomgeving. In deze container moet ik een special pak aan. Dit betekent dat ik op één been mijn schoen uittrek, mijn been door het pak steek en mijn schoen weer aandoe. Dit klinkt eenvoudig, maar als er flinke golven zijn en je niks mag aanraken in verband met besmettingsgevaar is dit nog een hele balanceer-uitdaging.’

 

Masterstudent Emma Hynes: ‘We doen experimenten met die watermonsters in speciale containers op het dek. Zo kunnen we zien hoe de groei van fytoplankton verandert wanneer we extra voedingsstoffen toevoegen, zoals stikstof, fosfor of ijzer, stoffen die de groei van algen mogelijk beperken. Vaak is ijzer de beperkende factor. Om een idee te geven: de hoeveelheid ijzer in voedselarme wateren is vergelijkbaar met één paperclip in vijftien Olympische zwembaden.’

 

Susanne Wilken: ‘Het Saharazand in de eerste week is terug te zien in die experimenten. In de eerste week was namelijk niet ijzer maar stikstof de beperkende factor voor de groei van fytoplankton. Veel meer weten we op dit moment nog niet. We hebben de resultaten van het onderzoek pas écht wanneer we alle monsters thuis in de laboratoria hebben geanalyseerd. Uiteindelijk willen we ook weten hoe het gebrek aan voedingstoffen de interactie tussen fytoplankton en virussen beïnvloedt.’

‘In het begin kenden de meesten van ons elkaar niet. Nu voelt het schip als een kleine familie’

Ping pong
Amelie Wittig: ‘In het begin kenden de meesten van ons elkaar niet, maar de gedeelde passie voor marienebiologie werkt verbindend. Door tijd met elkaar door te brengen – in de laboratoria, op het dek, tijdens de maaltijden of ’s avonds bij het tafeltennissen of kaartspelen – hebben we nieuwe vriendschappen gesloten. Nu voelt het schip als een kleine familie.’

 

Naomi Bakken: ‘De werkdagen zijn lang, maar we houden het moreel en de energie hoog met muziek, door elkaar te helpen en door ’s avonds wat gezellige activiteiten te doen.’

 

Eva Hekma: ‘Tussen het werk door worden er genoeg grapjes gemaakt en dansjes gedaan. ’s Avonds kijken we films, staan we op het dek naar de sterren te kijken of maken we elkaar in met ping pong.’

 

Geïsoleerd
Masterstudent Amelie Wittig: ‘Ik mis vooral mijn vrienden en familie. Sinds de tweede helft van de reis is het internet wel beter geworden en kan ik bellen naar huis. Ik voel me minder geisoleerd van de wereld, maar ik mis het wel om sommige mensen in persoon te zien.’

 

Emma Hynes: ‘Ik ben een internationale student dus een maand van huis zijn is geen nieuwe uitdaging voor mij, maar ik mis mijn vrienden in Amsterdam wel. Na de eerste week, toen we elkaar aan boord allemaal beter leerden kennen, werd het makkelijker. Vooral nu we IJsland naderen is de vertraging bij telefoongesprekken een stuk minder geworden en voel ik me minder geisoleerd.’

website loading