De Amsterdamse watertuintjes drijven al vijfentwintig jaar in de grachten. Maar zorgen die tuintjes nu ook voor meer insecten in de stad? Om daar achter te komen plaatsen UvA-ecologen de komende maanden honderden insectenhotels in de grachten. ‘Wanneer we weten wát er precies bijdraagt aan de biodiversiteit, kunnen we de gemeente adviseren om die maatregelen te implementeren.’
‘Wat zijn jullie aan het doen?’ Een Duitse toerist kijkt nieuwsgierig toe hoe drie UvA-ecologen in een klein, oranje bootje een meetinstrument in de watertuintjes steken op de Lijnbaansgracht in de Jordaan.
Het is twee dagen na Koningsdag en de Amsterdamse grachten puilen uit van het zwerfafval. Ook de watertuintjes zijn bezaaid met plastic zakken, bierblikjes en papieren bekertjes. Een meerkoet heeft zijn nest ermee gebouwd. ‘Zijn die tuintjes voor de vogels? Of waar zijn ze eigenlijk voor?’ vraag de Duitse toerist.
Dat is precies wat ecologiepromovendus Max Verweg en zijn masterstudenten de komende maanden gaan onderzoeken. De watertuintjes – een rij van drijvende houten vlotten bespannen met gaas en begroeid met waterplanten – zijn vijfentwintig jaar geleden aangelegd door vrijwilligers in de Boerenwetering om meer groen in de stad te brengen. Vogels broeden op de vlotten en ook vissen vinden het fijn om tussen de wortels van de planten te schuilen en zetten er hun eitjes af. Maar wat de vlotten verder bijdragen aan de biodiversiteit in de grachten en de waterkwaliteit, daar is nog weinig over bekend.
Koningsdag
Dat is belangrijk, want de watertuintjes zijn één van de maatregelen die de gemeente Amsterdam kan nemen om de waterkwaliteit in de stad te verbeteren. Met die waterkwaliteit is het namelijk slecht gesteld in Nederland. En al helemaal in de Amsterdamse grachten, ondanks het feit dat de vervuiling door de jaren heen sterk is verminderd door betere rioolaansluitingen. Op het punt dat de Amstel de binnenstad in stroomt neemt de waterkwaliteit af, en daarmee ook het aantal onderwaterinsecten, zag Verweg afgelopen jaar in zijn resultaten.
‘Dat is niet onverwacht, want in de stad is er meer vervuiling,’ zegt Verweg. ‘Je hebt riooloverstorten en festiviteiten zoals een Koningsdag, een Pride, waarbij heel veel pis in de gracht terechtkomt: dan kan in één dag een hele generatie larven en eitjes van insecten worden uitgemoord. Tegen zulke piekmomenten kun je eigenlijk niet veel beginnen. Dat voelt soms wel een beetje als dweilen met de kraan open.’
Honderden insectenhotels
Dit jaar doet hij samen met masterstudenten onderzoek naar de binnenstad. Op de boot leggen studenten Tol (26) en Yasmin (22) de laatste hand aan de onderwaterinsectenhotels. Die bestaan uit twee delen: juten zakken en plastic aquariumplanten, bij elkaar gehouden door kippengaas en een stapeltje houten plankjes van 12 bij 12 centimeter. Insecten kunnen daarin nestelen en dat geeft een betrouwbaarder beeld van hoeveel insecten er in dat gebied leven, dan door met een schepnet door het water te gaan. De komende weken plaatsen de studenten meer dan honderd van die insectenhotels in de gracht.
‘Wanneer we weten wát er precies bijdraagt aan de biodiversiteit in de binnenstad, kunnen we de gemeente adviseren om die maatregelen te implementeren,’ vertelt Verweg. ‘Wat doen de watertuintjes? Wat is de invloed van boten? En op welke plekken groeien er planten?’
Om die laatste vraag te beantwoorden loopt student Yasmin bijvoorbeeld alle grachten in de binnenstad af, gewapend met een hark en turend naar waterplanten. ‘Je ziet vooral de tolerantere planten, zoals riet en gele lis. Wat nu al opvalt is dat in het buitenste deel van het centrum veel meer planten groeien dan bijvoorbeeld aan de Prinsengracht. Alleen een stuk doodlopende gracht bij de Hortus vormt de uitzondering op de regel, omdat daar geen boten komen en de oever flauw afloopt.’ De flauwer aflopende oevers zoals bij de Ringdijk, Het Singel en Stadhouderskade bij Leidseplein zijn een garantie voor meer planten. ‘Daar groeit ook het moerasvergeet-mij-nietje en de lisdodde.’
De timing van het onderzoek is niet toevallig. De bruggen en kademuren van Amsterdam zijn namelijk broodnodig aan vervanging toe, en de gemeente Amsterdam werkt samen met universiteiten en uitvoerders aan een nieuwe kademuur met als één van de eisen om de waterkwaliteit en de biodiversiteit in de stad te verbeteren. Ook UvA-ecologen zoals Verweg en ecologen van universiteit Wageningen zijn betrokken om de gemeente te adviseren.
Gemeente
Aan de kant staat ondertussen een groepje ambtenaren druk naar de watertuintjes te gebaren. ‘Hebben jullie geld?’, vraagt de oudste van hen aan het drietal in het geleende bootje. ‘Nee, hoezo?’ klinkt het. ‘De gemeente heeft allemaal plannen om meer groen in de gracht te brengen, maar daar is wel geld voor nodig.’
‘Ik dacht dat dat hier niet mocht, vanwege het debiet,’ reageert Verweg vanaf de boot. ‘Waternet geeft aan dat het kan,’ is de reactie. En: ‘Wij gaan nu kijken wat we kunnen doen, we denken ook aan wilgentakken, groene kademuren en aan de EcoWal (groene voorzetwanden voor kademuren, ontwikkeld door sichting VergroeningSingel030, een initiatiefgroep die de singel in Utrecht groener en aantrekkelijker wil maken red.), zoals bij de Nederlandse Bank. De watertuintjes kunnen misschien wel blijven. Utrecht is ook al bezig, maar wij willen meer.’
Er worden namen en rugnummers uitgewisseld, dan verdwijnen de ambtenaren weer. De ecologen varen ondertussen rustig verder. Nog twee meetpunten en dan op naar de volgende watertuintjes.