Terwijl universiteiten nog opgelucht ademhalen over de teruggedraaide bezuinigingen, waarschuwen wetenschappers van de Amsterdam Young Academy (AYA) in het boek Fixing Academia voor een terugkeer naar business as usual. ‘De strijd om onderzoeksfinanciering is een ratrace geworden met meer verliezers dan winnaars.’
Werken in de avonduren, weekenden en vakanties, weken besteden aan beursaanvragen met minieme slagingspercentages en eindeloos revisies verwerken om een artikel gepubliceerd te krijgen. Voor veel wetenschappers is dat de dagelijkse praktijk, de problemen van eerstegeneratiewetenschappers en niet-Westerse wetenschappers nog daar gelaten.
Dat moet anders, stellen wetenschappers van de Amsterdam Young Academy (AYA). In Fixing Academia, een caleidoscopische bundel van persoonlijke essays, komen negen problemen aan de orde én komen de schrijvers met oplossingen. Folia sprak met UvA-onderzoeker en AYA-co-voorzitter Micha Heilbron.
Micha, de bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn net teruggedraaid. Waarom wilden jullie dit boek nu schrijven?
‘Dit boek had op elk moment geschreven kunnen worden want de problemen van de academische wereld zijn redelijk tijdloos. We leven nu op een gek moment: de afgelopen jaren hingen er donkere wolken van bezuinigingen en onzekerheid boven de universiteiten. Met het nieuwe minderheidskabinet lijken de donkere wolken weg te trekken. Er is best een stemming van opluchting op universiteiten, kunnen we terug naar business as usual? En ik denk dat dit boek laat zien dat dat absoluut niet in het belang is van academici en met name niet voor jonge onderzoekers.’
Wat is er zoal mis met universiteiten?
‘Een van de belangrijkste problemen is de extreme competitie tussen onderzoekers voor het aanvragen van financiering. Onderzoekers zijn heel veel tijd en energie kwijt aan concurreren met andere onderzoekers van vergelijkbaar niveau om beurzen met lage slagingspercentages, soms maar 6 procent. Het landschap voor onderzoeksfinanciering is een ratrace geworden met meer verliezers dan winnaars.’
‘Die competitie leidt er ook toe dat arbitraire verschillen in het begin van je carrière – of je die ene publicatie in dat vaktijdschrift of die ene beurs nu wel of niet krijgt – grote gevolgen hebben voor de rest van je carrière. Dat wordt beschreven door het Mattheus-effectsociologisch verschijnsel dat beschrijft hoe de rijken rijker worden..’
‘Daarnaast zitten we vast aan een publicatiesysteem waar onderzoekers het werk verrichten en commerciële uitgevers er met enorme winsten vandoor gaan, beschreven door VU-onderzoeker Berend van der Kolk in het negende hoofdstuk. Dat systeem houden we in stand omdat we nog altijd waarde toekennen aan publicaties in bepaalde tijdschriften.’
Kennen we deze problemen niet al?
‘Ja, maar dat we ze kennen wil nog niet zeggen dat er iets verandert. Universiteiten zijn conservatieve instituten die vanuit een soort traagheid of onvermogen problemen in stand houden. Vanuit AYA willen we kritisch blijven op het systeem en laten zien dat verandering mogelijk is.’
Welke verandering stellen jullie voor?
‘Het Mattheus-effect bij beursaanvragen zouden we bijvoorbeeld kunnen doorbreken door een zachtere selectie te maken – op basis van cv in plaats van een 40-paginatellende beursaanvraag – gevolgd door een loting. Bepalen of iemand tot de meest excellente 20 procent behoort is namelijk gemakkelijker dan bepalen of iemand op plaats 13 of 14 van de duizend kandidaten staat. Dat vermindert de focus op excellentie, want als je gedeeltelijk door loting je eerste beurs binnenhaalt dan straalt dat ook minder onterecht positief af op je volgende beurs.’
‘Een andere optie is meer onderzoeksgeld via de eerste geldstroom. Nu hebben onderzoekers vaak wel een positie aan de universiteit maar geen geld voor onderzoek. De startersbeurzen voor jonge onderzoekers moesten daar verandering in brengen, maar die zijn inmiddels weer afgeschaft. UvA-alumnus Dion Kramer pleit in hoofdstuk 3 voor een kleinere basisfinanciering voor alle onderzoekers die naar eigen inzicht besteed kan worden. Dat geeft ook meer autonomie aan de faculteit. Dan kunnen we het vaker hebben over welke onderwerpen belangrijk zijn om te onderzoeken in plaats van de vraag: is Pietje excellenter dan Gerda op basis van cv?’
Wie moet dit gaan veranderen?
‘Dat is een goede vraag. En een gemakkelijke om te stellen, want het roept de vraag op of dit wel kan. Of het nu gaat over het publicatiesysteem of het beurzensysteem, je denkt dat er een soort cockpit bestaat vanuit waar alles wordt bestuurd, maar uiteindelijk blijkt die cockpit leeg. We moeten het systeem dus van onderop veranderen.’
Ondertussen zijn onderzoekers nog wel afhankelijk van publicaties in prestigieuze vakbladen.
‘Ja, maar er is óók een andere manier van publiceren in opkomst en het is aan onderzoekers om daar ook gebruik van te maken. In de levenswetenschappen is er de stichting eLife die artikelen zonder betaalmuur publiceert (open access red.). Zij publiceren alle artikelen die binnenkomen en publiceren daar de beoordelingen van andere onderzoekers onder. Sommige onderzoekers keren zich daarvan af, maar een groot gedeelte van de biologen maakt er nog steeds gebruik van. In de natuurkunde werken ze al langer met zelf georganiseerde wetenschappelijke conferenties in plaats van wetenschappelijke tijdschriften. Al zitten daar wel haken en ogen aan.’
Zoals?
‘Nou ja, de vraag hoe we selecteren blijft natuurlijk bestaan. Als er geen commerciële uitgever is die selecteert, wie bepaalt er dan wat kwalitatief goed is, hoe we selecteren, en op basis van welke criteria? Geen enkel alternatief zal zaligmakend zijn.’
‘Er zijn ook geen quick fixes. We erkennen ook dat Fixing Academia misschien wat overmoedig is. Daarvoor zijn de problemen simpelweg te complex. Wel willen ze laten zien dat oplossingen mogelijk zijn. Want het cynisme in de academische wereld dat het systeem nu eenmaal zo werkt, dat is toch wel redelijk deprimerend. Als dit boek iets probeert te doen is het die mentaliteit doorbreken.’
Dion Kramer & Berend van der Kolk, Fixing Academia: Reflections from a New Generation of Scholars (VU University Press, 2026), ISBN: 978 90 8659 918 9. Prijs: € 14,95 paperback. Ook gratis online verkrijgbaar.