EU-arbeidsmigranten blijven veel langer in Nederland dan we denken, zag UvA-buitenpromovendus Dolly Loomans tijdens haar onderzoek bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Een grote groep krijgt te maken met ondermaatse woonomstandigheden, waar ze nog langdurige gevolgen van ondervinden.
Dolly, wat klopt er niet aan het beeld van ‘de arbeidsmigrant’?
‘In de media, maar ook bij beleidsmakers en werkgevers heerst vaak het beeld dat arbeidsmigranten seizoenarbeiders zijn. Laagopgeleide Polen, Bulgaren en Roemenen die naar Nederland komen om tijdelijk in de landbouw te werken en in precaire woonsituaties verblijven. Bij oplossingen wordt er dan vaak naar iets tijdelijks gezocht. Terwijl er ook een groep is die jaren en soms uiteindelijk hun hele leven in Nederland blijft wonen.’
Hoe groot is de groep arbeidsmigranten die in Nederland blijft?
‘Ongeveer de helft van de EU-arbeidsmigranten uit mijn onderzoek is hier nog na zes jaar. Wat niet wil zeggen dat de helft van alle arbeidsmigranten minimaal zes jaar blijft, want niet alle arbeidsmigranten zijn geregistreerd en daardoor zichtbaar in de data.
‘Ook is het goed om te weten is dat ik geen onderscheid heb gemaakt tussen “hoog” en “laag” opgeleide arbeidsmigranten maar alle EU-burgers heb meegenomen die tussen 2011 en 2014 naar Nederland kwamen voor werk. Sommige arbeidsmigranten in bijvoorbeeld de landbouw hebben namelijk ook een universitaire opleiding afgerond en gaan soms later ander werk doen. Daarom voelde het verkeerd om dat onderscheid vooraf al te maken.’
Eerder was er vooral onderzoek naar de woonsituatie van arbeidsmigranten vlak na aankomst. Jij volgde de arbeidsmigranten voor meerdere jaren. Wat ontdekte je?
‘Ik schrok er wel van dat er een grote groep is die meerdere jaren in onzekere, onveilige, te dure en ongezonde woonomstandigheden verblijft. Er is minimaal vooruitgang: soms mogen ze na verloop van tijd hun kamergenoot of hun eigen kamer kiezen, maar het blijven hele precaire woonomstandigheden.’
‘Ik sprak mensen die een vertekend beeld hadden gekregen omdat de woonomstandigheden zo heftig waren in het begin – kleine gedeelde ruimtes en ervaringen met onveilige situaties – dat ze allang blij waren met een kamer met een rustigere huisgenoot. Ook als de woonsituatie verbeterde liet het alsnog blijvende schade na. Een onzekere woonsituatie heeft namelijk grote invloed op grote levensbeslissingen. Zoals het krijgen van kinderen, verhuizen en het noodgedwongen blijven wonen met je ex.’
‘En dan is er ook een groep die na een aantal jaar in Nederland prima hun weg vindt. En zelfs een woning koopt of een sociale huurwoning vindt voor langere tijd.’
Welke factoren bepalen of een arbeidsmigrant een huis vindt?
‘Het leren van Nederlands helpt, om minder afhankelijk te worden van je werkgever. De slechte woonsituaties worden ook vaak toegeschreven aan uitzendbureaus, maar de structurele problemen op de woningmarkt zelf dragen evengoed bij aan de woononzekerheid. Daarnaast blijkt het hebben van een partner – zeker een Nederlandse – een belangrijke voorspeller voor het vinden van een huis. Maar uiteindelijk is vooral het krijgen van een vast contract en een hoger salaris cruciaal om je positie op de woningmarkt te verbeteren.’
Wat moet er gebeuren om de woonsituatie voor arbeidsmigranten te verbeteren?
‘Het is belangrijk dat gemeentes zich realiseren dat een deel van de arbeidsmigranten uiteindelijk doorstroomt naar de woningmarkt. Tijdelijke oplossingen, zoals een container aan de rand van de gemeente, helpen dus niet voor deze groep en maken het moeilijker voor arbeidsmigranten om – naast hun werk – op andere manieren te participeren in de samenleving. Voor oplossingen moet je dus de gehele woningmarkt en de gehele arbeidsmarkt minder onzeker maken.’
Dolly Loomans promoveert op 11 februari om 13.00 uur op het proefschrift ‘Navigating Housing Beyond Arrival. The Trajectories of EU Labour Migrants in the Netherlands’. De verdediging vindt plaats in de Agnietenkapel.