Hoe ervaren kinderen de ongelijkheid in de wereld waarin ze opgroeien? Met de Mercator Sapiens Stimulus 2026 ter waarde van één miljoen euro krijgt UvA-psycholoog en pedagoog Eddie Brummelman een carte blanche om die vraag uit te zoeken. ‘Er bestaan diepgewortelde ideeën over ongelijkheid die vaak niet stroken met de werkelijkheid.’
Hoe is het om zo’n prijs te winnen?
‘Een beetje in lijn met mijn onderzoeksproject, haha: het verbreedt je horizon. Het is zeldzaam dat je – zeker in tijden van bezuinigingen in het hoger onderwijs en wetenschap – de kans krijgt om “blue-skies research” te kunnen doen, onderzoek waarbij je grote vragen mag stellen zonder te weten wat het oplevert. Dat vertrouwen krijgen is heel bijzonder.’
Waar ga je onderzoek naar doen?
‘Kinderen wereldwijd groeien op in een tijdperk van enorme economische ongelijkheid. Stel je voor dat gezinnen over de hele wereld hun bezit zouden stapelen in briefjes van 100 euro en dat ze bovenop de stapel zouden gaan zitten. Dan zouden de armste gezinnen op de grond zitten en de rijkste gezinnen buiten de dampkring.’
‘Ik wil met mijn lab, Kidlab, onderzoeken hoe kinderen economische ongelijkheid ervaren: op straat, op school, op sociale media. Daar is gek genoeg nog weinig onderzoek naar gedaan. Onze kennis komt uit twee soorten onderzoek. Er is kleinschalig onderzoek dat kijkt hoe jonge kinderen omgaan met ongelijke middelen: wat vind je ervan als ik jou één snoepje geef en het andere kind twee snoepjes? Daarnaast is er grootschalig onderzoek dat onderzoekt of kinderen uit landen met een grotere economische ongelijkheid ongelukkiger zijn. Maar de kernvraag is nog niet gesteld: hoe ervaren kinderen economische ongelijkheid in het dagelijks leven? Welke gevolgen heeft dat voor hun ontwikkeling? En wat hebben ze nodig om hoopvol op te groeien? Dat willen we in kaart brengen.’
Waarom is dat nodig?
‘Omdat er diepgewortelde ideeën over ongelijkheid bestaan, die vaak niet stroken met de werkelijkheid. We vertellen kinderen vanaf een hele jonge leeftijd dat als ze maar in zichzelf geloven en hun best doen, dat ze dan alles kunnen bereiken wat ze willen. Dat is het meritocratische narratief, dat ook in kinderboeken is verwerkt. Met als gevolg dat kinderen in kansarme gezinnen sneller denken bij het succes van een ander: die persoon heeft vast meer z’n best gedaan of is slimmer dan ik. Ze geven dan zichzelf de schuld van hun eigen falen. En concluderen dat een bepaalde toekomst niet voor hen is weggelegd. Voor kinderen uit geprivilegieerde gezinnen leidt meritocratie juist tot een hele smalle definitie van wat succes eigenlijk is. Dat kan dan gepaard gaan met prestatiedruk, met angst en depressie tot gevolg.’
Wat is succes volgens jou?
‘Een wereld waarin elk kind zich een toekomst voor kan stellen waarin hij of zij een bijdrage kan leveren aan de samenleving die gewaardeerd wordt door ons allemaal. Een bredere definitie dus dan een waardering op basis van economisch succes alleen.’
Eddie Brummelman is universitair hoofddocent pedagogiek aan de UvA. Met zijn lab, Kidlab, onderzoekt hij de aard, oorsprong en gevolgen van zelfbeeld bij kinderen, zoals zelfwaardering en narcisme. Ook onderzoekt hij welke rol zelfbeeld speelt in de maatschappij. Brummelman is voorzitter van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Niet te verwarren met de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, het oudste wetenschappelijk genootschap in Nederland dat jaarlijks de Mercator Sapiens Stimulus uitreikt.
Hoe wil je de definitie van succes gaan veranderen?
‘Ik wil kinderen een structurele bril aanreiken: dat ze zien dat de wereld een ongelijk speelveld is. Natuurlijk loont hard werken, maar sommige kinderen moeten vanwege hun kansarme achtergrond veel harder werken dan andere kinderen om hetzelfde te bereiken. Zo leren kinderen dat de wereld geen plek is van winnaars of verliezers en dat andere mensen niet slechts obstakels of instrumenten zijn tot succes. Maar dat we elkaar nodig hebben en dat als we samenwerken iedereen een waardevolle bijdrage kan leveren aan de maatschappij. Ik hoop met dit project een verbeeldingsrepertoire te creëren voor kinderen uit zowel arme als rijke gezinnen, zodat ze een breder scala aan toekomstbeelden voor zich zien en zich daarvoor kunnen inzetten.’
Hoe ziet dat er concreet uit?
‘Eerst zou ik met Kidlab willen onderzoeken of het aanbieden van een structureel narratief kinderen inderdaad meer hoop geeft. En dan zouden we dat narratief willen introduceren als een gerichte interventie op scholen.’
Hoe zinvol is een korte interventie als een kind jarenlang opgroeit in ongelijkheid?
‘Dat is een goede vraag waar ik ook mee worstel. Hoe maak je van iets incidenteels iets structureels? Uit eerder onderzoek blijkt dat je daarvoor de interventie moet implementeren op een levensveranderend moment. Als je wilt stoppen met roken dan moet je dat doen als je gaat verhuizen; dan komt je asbak namelijk op een andere plek te staan. Voor kinderen kan dat het moment zijn dat ze van een basisschool naar een middelbare school gaan. Uit onderzoek blijkt namelijk dat wanneer kinderen van een basisschool in een arme buurt naar een middelbare school in een rijke buurt gaan, hun welzijn afneemt. Daarbij worden ze opeens blootgesteld aan ongelijkheid en dat is een kritiek moment om kinderen te laten zien: dit is een andere manier om te kijken naar ongelijkheid. Op die manier hoop ik een positieve spiraal in gang kan zetten.’