Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Pesterij op het Amsterdams Lyceum: een briefje dat in een boek van een meisje uit een NSB-gezin was gestopt.
Foto: Niod/Nienke Altena.
wetenschap

Promotie | Nazi’s verordonneerden orde en rust op middelbare scholen

Dirk Wolthekker Dirk Wolthekker,
24 november 2025 - 13:00

Historica Nienke Altena deed onderzoek naar de invloed van de Duitse bezetter op het middelbaar onderwijs in de periode 40-45. ‘De nazi’s moesten niets hebben van het bijzonder onderwijs. Ze droomden van een eenheidsschool onder leiding van de staat.’

Nienke, wat een interessant onderwerp. Hoe kwam je hier zo op?

‘Tijdens mijn studie had ik al een onderzoek gedaan naar de Duitse invloed op het Amsterdams Lyceum. Daarna ben ik geschiedenisleraar geworden in Den Haag, maar het onderwerp liet mij toch niet los. Er was wel eens onderzoek gedaan naar dit onderwerp, maar dat was gedateerd. Ik ben gaan praten met hoogleraar Peter Romijn om te kijken of mijn scriptie niet breder getrokken kon worden naar een onderzoek van het nazibeleid op gymnasia, lycea en de toenmalige HBS’en en MMS’Dit zijn schooltypen die met de Mammoetwet van 1968 verdwenen. Ze waren vergelijkbaar met VWO en Havo.en. Ik kreeg een promotiebeurs voor leraren en kon aan de slag.’

 

Hoe keken de Duitsers naar onze middelbare scholen?

‘Nederland heeft een heel pluralistisch onderwijssysteem, ook voor de middelbare scholen. Nu, maar ook toen al. Er waren naast openbare (seculiere) scholen ook veel bijzondere, vaak confessionele scholen. Dat systeem kon tot een botsing leiden met de Duitse machthebbers omdat de nazi’s van dat pluralisme helemaal niets moesten hebben. Ze droomden van een openbare eenheidsschool onder leiding van de staat.’

 

Hoe pakte die onderwijsvisie uit op de Nederlandse scholen?

‘Om een voorbeeld te geven: in februari 1941 werd er een herderlijke brief vanuit de Rooms-Katholiek kerk voorgelezen vanaf de kansel. In die brief herhaalde de kerk haar verbod op lidmaatschap van “anti-katholieke stroomingen” waaronder de NSB. Het gevolg was dat de salarissen van de geestelijke leraren met veertig procent werden gekort.’

Promovenda Nienke Altena.
Foto: Archief auteur/LinkedIn
Promovenda Nienke Altena.

Hoe kwam de nationaalsocialistische ideologie tot uiting in het onderwijs?

‘Je zag het niet direct terug in het curriculum en daar ging het de Duitse bezetter in eerste instantie ook eigenlijk niet om. Waar het allereerst om ging was de orde en rust op de scholen te bewaren, eventueel verzet de kop in drukken, maar ook ervoor te zorgen dat de Nederlandse schoolstrijd niet weer zou opleven. Die strijd tussen confessionele en openbare scholen was dertig jaar eerder beslecht door zowel openbare als confessionele scholen te subsidiëren, maar de nazi’s zagen veel meer in openbaar onderwijs. De schoolleiders waren verantwoordelijk voor het bewaren van de rust, maar er kwam ook een “Gemachtigde Orde en Rust”. Die moest bijvoorbeeld klachten onderzoeken over anti-Duitse incidenten.’

 

Geen schoolboekverboden?

‘Er waren lijsten met verboden boeken en leermiddelenzuiveringen, natuurlijk vooral van geschiedenisboeken, op plekken waar de nazi-ideologie ter discussie werd gesteld, kritisch werd geschreven over Duitsland of bij onderwerpen die een hoog nationaal Nederlands karakter hadden, zoals het Koninklijk Huis. Dan kon het gebeuren dat er een wijzigingsblad aan het boek werd toegevoegd. De autoriteiten merkten al snel dat controle op de boekzuivering haast onmogelijk was. Ze maakten leraren en schoolleiders verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van beleid en de bewaring van orde en rust. Het was onduidelijk welke consequenties het niet opvolgen van de maatregelen zou hebben.  Daardoor ontstond een sfeer van onzekerheid op de scholen en daar ging het hen om.’

 

Speelden de gemeentebesturen nog een rol?

‘Vanaf de zomer van 1941 werden er steeds meer NSB-burgmeesters aangesteld en die bemoeiden zich ook met de openbare scholen. Zo konden leraren worden verplicht te collecteren voor de Winterhulp, de nationaalsocialistische maatschappelijke hulpverlening, of verplicht worden bijscholing te volgen bij het Opvoedersgilde, de onderwijsorganisatie van de NSB. Ook konden klassen worden gedwongen een bezoek te brengen aan tentoonstellingen van nazi-kunst.’

‘Waar het de Duitsers om ging was de orde en rust op de scholen te bewaren, eventueel verzet de kop in drukken en ervoor te zorgen dat de Nederlandse schoolstrijd niet weer zou opleven’

Wat vonden de ouders hier allemaal van?

‘Dat is lastig na te gaan. Wel heb ik in de archieven brieven van ouders gevonden die bij de het departement van Onderwijs hun beklag deden over dit soort nationaalsocialistische acties. Ook heb ik klachten gevonden van juist NSB-ouders die klaagden over pesterijen tegen hun kinderen. Die werden veel en vaak gepest. Maar veel ouders zullen ook gezwegen hebben uit angst voor mogelijke represailles.

 

Vanaf 1943 werd het onderwijs sowieso lastig te geven: families vielen uiteen door de tewerkstelling in Duitsland, de onderduik, het transport werd lastig, stookkosten rezen de pan uit en veel scholen gingen over op noodroosters.’

 

Wat voor soort diploma kreeg je als je in de oorlog op zo’n gymnasium of HBS had gezeten?

‘Hierover schrijf ik niet in mijn proefschrift. Wel kan iets gezegd worden over de leerlingen van de hoogste klassen die een nooddiploma kregen alvorens zij werden uitgezonden voor de Arbeidsdienst. In 1945 kregen alle eindexamenleerlingen hun diploma zonder officieel eindexamen te hebben gedaan.’

 

‘Alleen niet die leerlingen die “op grond van hun gedragingen tijdens de bezetting” daarvoor niet in aanmerking behoorden te komen, lees: leerlingen die zich vrijwillig hadden gemeld om te vechten in het Duitse leger. Het examen van 1945/1946 ging in aangepaste vorm door. Er kwam geen centraal schriftelijk examen waardoor leraren rekening konden houden met de individuele omstandigheden van de leerlingen.’

 

Promotie Nienke Altena, In ‘waardigen nationalen geest’. Het Nederlandse middelbaar onderwijs tijdens de Duitse bezetting 1940-1945. Promotor: prof. dr. P. Romijn. Plaats en tijd: 24 november, 16.00 uur. Locatie: Agnietenkapel. Toegang: vrij.

 

website loading