Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Hoofdrekenen is al lang ingehaald door de rekenmachine.
Foto: Unsplash/Annie Spratt.
opinie

Han van der Maas | Waarschijnlijk gaat het best goed met het Nederlandse onderwijs

Han van der Maas Han van der Maas,
22 april 2026 - 07:45

Er wordt volop geklaagd over de kwaliteit van het Nederlands onderwijs, maar dat is nergens voor nodig, betoogt onze columnist Han van der Maas. ‘Spellen is klaar, geregeld door computers. Hoofdrekenen was al geregeld toen de rekenmachine werd geïntroduceerd.’

Volgens allerlei onderzoeken en volgens een permanente stroom nieuwsberichten gaat het slecht met het Nederlandse onderwijs. Kranten spreken over kelderende scores en een onderwijscrisis. De inspectie geeft twintig procent van de scholen een onvoldoende en de PISA-scoresHet Programme for International Student Assessment (PISA) is een driejaarlijks internationaal onderzoek van de OESO naar de vaardigheden van 15-jarige scholieren in wiskunde, natuurwetenschappen en lezen. blijven inderdaad dalen. Een op de drie jongeren zou ongeletterd zijn.

 

De verklaringen en oplossingen buitelen over elkaar. Het komt door de onderwijsmethoden, ouders die niet meer opvoeden, de leraren die zelf niet kunnen rekenen, de werkdruk, TikTok, AI, neoliberalisme, immigratie of de algehele desinteresse in echte kennis. Wat daarbij opvalt is dat iedereen, van expert tot brievenschrijver, erg zeker van zijn zaak is en doorgaans ook maar één oorzaak en oplossing onderschrijft. Dat is raar om drie redenen.

 

Beperkt betrouwbaar

Ten eerste weten we helemaal niet zeker of het wel zo slecht gaat met het Nederlandse onderwijs. PISA, en dit geldt ook voor andere internationale vergelijkingstests, zijn maar beperkt betrouwbaar en valide. Dat is niet omdat de mensen achter deze tests slecht werk afleveren, maar omdat het meten en internationaal vergelijken van onderwijsprestaties uitermate moeilijk is. Cito zelf meldt dat de rangordes, waarin Nederland steevast daalt, een forse onbetrouwbaarheidsmarge hebben.

Op de vraag wat die leerdoelen nu wel precies moeten zijn blijf ik ook het antwoord schuldig. Maar het is wel de hoofdvraag

Bovendien doen er sinds 2003, toen Nederland in de top stond nu twee keer zoveel landen mee. Ook de daling in absolute score is niet absoluut. De psychometrie van testvergelijking, een beetje mijn vakgebied, garandeert niet dat testen over jaren echt even moeilijk zijn. Bekend is ook dat de motivatie waarmee leerlingen deelnemen aan de PISA-test een groot effect heeft. Nederlandse vijftienjarigen beschouwen de test als low-stakes: er staat niets op het spel. PISA vraagt leerlingen zelf ook hoe serieus ze de toets nemen. Oost-Aziatische landen scoren daar consequent hoger op dan West-Europese.

 

1971

In elk willekeurig decennium in de laatste 150 jaar kan je berichten vinden over de teloorgang van het Nederlandse onderwijs. Ik schreef al eerder een column over de spellingsproblemen van de jeugd. In 1971 bleek slechts twaalf procent van de oudste leerlingen op de basisschool de elementaire spellingsregels te beheersen. Dat past in geen van de huidige verklaringen, die allemaal veronderstellen dat alles vroeger beter was. Of de huidige scholier nog slechter spelt dan de scholier van 1971, die nu met pensioen gaat, weten we eenvoudigweg niet.

 

Ook als het gaat om bètavakken als natuurkunde en wiskunde is de situatie verwarrend. Ook hier geldt dat de PISA-scores verslechterd zijn maar ook dat de cijfers op de centrale eindexamens zijn gestegen. Die examens zijn gaandeweg wel makkelijker geworden volgens een rapport van McKinsey Het aandeel havo en vwo leerlingen is gestegen en meer leerlingen dan ooit volgen hoger onderwijs.

 

Ondiepe meren

Ten tweede is er voor complexe maatschappelijke zaken nooit maar één verklaring en één oplossing. Het kan vast allemaal beter met het onderwijs maar niet door alles toe te schrijven aan één oorzaak. In complexe systemen zoals ons onderwijssysteem is er gewoonlijk sprake van een ingewikkeld samenspel van factoren, waarbij het kennen van de oorzaak niet automatisch leidt tot een effectieve oplossing. Een beroemd voorbeeld van de ontkoppeling van oorzaak en oplossing komt uit het ecologische onderzoek naar ondiepe meren.

Hoofdrekenen en spellen zijn allang geen serieuze leerdoelen meer

Ondiepe meren kennen vaak twee stabiele toestanden: een heldere, gezonde toestand en een troebele toestand, waarbij de overgang plotseling plaatsvindt bij een kritische fosforbelasting. Deze overgangen gaan gepaard met hysterese. Dit betekent dat het terugkeren naar helder water niet simpelweg gebeurt door de oorzaak (fosfor) te verminderen, maar omdat de omslagpunten heen en weer te ver uit elkaar liggen. Een doorbraak kwam toen men vrijwel alle vissen verwijderde, waarna het systeem spontaan terugkeerde naar een stabiele, heldere toestand zonder dat de oorspronkelijke oorzaak direct werd aangepakt.

 

Dyscalculie

Ten derde, zelfs als het rekenen en spellen van de moderne jeugd achteruitgaat (holt) is dat geen maatschappelijke ramp. Hoofdrekenen en spellen zijn allang geen serieuze leerdoelen meer. Spellen is klaar, geregeld door computers. Hoofdrekenen was al geregeld toen de rekenmachine werd geïntroduceerd. Op zijn best is de nadruk op deze vaardigheden onderwijskundige folklore, maar wel een met een epidemie aan diagnoses van dyslexie en dyscalculie tot gevolg.

 

De 21e eeuw is al enige tijd geleden begonnen maar veel leerdoelen van ons onderwijs stammen nog uit de vorige eeuw. Ik snap de demotivatie van veel leerlingen in het primaire en secundaire onderwijs wel en al helemaal als ze een toets als de PISA moeten maken die nergens voor meetelt. Op de vraag wat die leerdoelen nu wel precies moeten zijn blijf ik ook het antwoord schuldig. Maar het is wel de hoofdvraag.

 

Han van der Maas is hoogleraar psychologische methodenleer.

website loading