We zitten middenin een FOPO-epidemie, schrijft columnist Hicham El Ouahabi: de angst voor de mening van anderen. ‘Minder ruimte innemen dan je zou willen, voorzichtiger praten dan je diep vanbinnen zou doen of gladstrijken wat eigenlijk mocht schuren.’
FOPO. Toen ik het woord onlangs voor het eerst hoorde, dacht ik serieus dat het een Koreaans drankje was. Zo’n felgekleurd blikje met bubbels. Vraag me niet waarom, maar dat was mijn eerste associatie. Maar FOPO is geen drankje. FOPO staat voor Fear of Other People’s Opinions. De angst voor wat anderen van je vinden, waardoor je voortdurend je gedrag en mening aanpast en jezelf kleiner maakt.
Klinkt misschien abstract, dus laat ik het concreet maken. Bij een overdosis FOPO moet je denken aan de student die elke vraag aan een docent begint met een “sorry”. Ik heb dat trouwens oprecht nooit begrepen. Je betaalt nota bene duizenden euro’s om te studeren, en zegt dan sorry als je iets terugvraagt. Aan de andere kant, bij een totaal gebrek aan FOPO, moet je denken aan een relschopper die op de UvA een koffieautomaat sloopt, en zich daardoor een activist waant die strijdt voor rechtvaardigheid. Spoiler: dat doe je niet. Je bent gewoon een eikel met sloopdrang.
Ik vermoed dat iedereen FOPO in meer of mindere mate bij zichzelf herkent. Minder ruimte innemen dan je zou willen, voorzichtiger praten dan je diep vanbinnen zou doen of gladstrijken wat eigenlijk mocht schuren. Maar ook ‘haha’ sturen terwijl je gezicht zo strak staat als een trampoline. Of die ene foto van jezelf toch maar niet online zetten omdat je verwacht dat het niet goed zal vallen. Het zijn kleine dingen, maar ze zeggen veel over hoe angstig we eigenlijk zijn.
Volgens de Amerikaanse psycholoog Michael Gervais zitten we midden in een FOPO-epidemie. Geen pandemie, gelukkig. Die hebben we nog maar net overleefd. Toch is FOPO minstens zo taai. Het schijnt je keuzes echt te belemmeren, veroorzaakt stress, piekeren, en zorgt ervoor dat je kansen laat liggen. Als ik het zo bekijk, misschien zelfs erger dan een pandemie. Die duurt tenminste maar een paar jaar. FOPO kan je hele leven gijzelen.
Sociale media worden vaak genoemd als oorzaak of versterkende factor. En daar valt zeker iets voor te zeggen, al is dat maar een deel van het verhaal. Het begint al veel eerder, in de opvoeding, waar je leert dat rekening houden met anderen een deugd is. En dat is het ook, want zo ontwikkel je empathie en leer je vrienden maken. En daar zit meteen de paradox. Hoe meer je je uit angst aanpast om geaccepteerd te worden, hoe groter de kans dat mensen niets meer van je moeten hebben. Want wat we onderaan de streep echt waarderen, is authenticiteit. Gervais zegt dan ook: de eerste regel van succes is dat je je niets moet aantrekken van wat anderen vinden. Ik geef hem deels gelijk: met minder twijfel en wat meer lef kom je een heel eind.
Tegelijkertijd geloof ik dat de angst voor wat anderen vinden ook iets nuttigs kan hebben. Het maakt je scherper. Je wilt niet dom overkomen, dus bereid je je beter voor, let je op details, denk je na. Het kan leiden tot discipline, maar ook gewoon tot erbij horen en daarmee tot overleven. Uiteindelijk komt het erop neer dat je geen angsthaas moet zijn, maar ook geen egotripper. Met andere woorden: je plek vinden ergens tussen de sorry-zeggende student en de relschopper in.
Sinds ik het concept FOPO ken, zie ik het overal terug. Of beter gezegd: ik herken het mechanisme, bij anderen én bij mezelf. Verrijkend? Mwah. Vooral confronterend. En dan denk ik: was FOPO maar gewoon een Koreaans drankje. Vraag me niet waarom.