Wie springt er liever op de barricades dan de Fransen? Wellicht UvA-student Jesse van Schaik, die afgelopen weekend de FlixBus naar Saint-Denis nam om mee te lopen met de grote demonstraties voor verbetering in het onderwijs. Van Schaik belandde zo in de bezetting van een Frans universiteitsgebouw.
Het rommelt al weken in Frankrijk. Scholieren, studenten en docenten gaan de straat op om verbeteringen te eisen in het onderwijs in steeds grotere demonstraties. Geschiedenisstudent Jesse van Schaik, gepokt en gemazeld actievoerder die onder meer meevoer op de flotilla naar Gaza, hield de groeiende protesten de afgelopen tijd aandachtig in de gaten. Dit weekend besloot ze zich bij de protesten aan te sluiten en werd zo getuige van de bezetting van een Parijse universiteit.
Afbrokkelend systeem
Van Schaik kwam maandagochtend aan in Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Ze ziet in de scholierenprotesten dezelfde strijd die zij in Nederland voert, vertelt ze over de telefoon terwijl op de achtergrond de strijdkreten van honderden Franse jongeren klinken. ‘De scholieren strijden tegen een falend systeem, dat nu langzaam aan het afbrokkelen is. Daar moest ik bij zijn’.
Ze vertrok niet alleen uit solidariteit, maar ook omdat ze zich stoorde aan de berichtgeving over de protesten. ‘Ze kwamen in het nieuws alleen aan bod als er dingen in de fik gestoken werden. Ik vermoedde dat dit niet het hele verhaal was, en wilde het weleens met eigen ogen zien’. Zo kwam ze op het idee om als verslaggever voor de ActivistenPartij op pad te gaan. Sinds maandag is ze daarom te zien op de verhalen van het Instagram-account van de Activisten Partij, waarop ze haar belevenissen vastlegt.
‘Embedded journalism’
Van Schaik noemt zichzelf een ‘embedded journalist’, wat wil zeggen dat ze verslag doet zonder de pretentie van neutraliteit. Zo maakt ze deel uit van de gebeurtenissen die ze documenteert. Op maandagmiddag maakte ze meteen wat bijzonders mee. Université Paris 8, opgericht in de nasleep van de grote studentenprotesten in 1968, werd bezet.
De president, zoals de hoogste functionaris binnen Franse universiteiten genoemd wordt, had de deuren van Paris 8 enkele dagen eerder gesloten in reactie op de protesten. Colleges werden digitaal gegeven of afgelast. Volgens Van Schaik wilde hij zo politieke manifestaties op de campus verhinderen, maar daar staken de studenten een stokje voor. ‘Een drietal anarchisten hield een toespraak, brak de poorten open en verklaarde het gebouw bezet’.
Die nacht sliep Van Schaik tussen een stuk of honderd Franse studenten, die met opblaasmatrassen en hangmatten de foyer van het universiteitsgebouw tot een slaapzaal omgetoverd hadden. Volgens Van Schaik lieten ze hun universiteitsgebouw intact, maar versierden ze wel de muren met allerhande leuzen. Een terugkerende tekst was on veut tout, ‘wij willen alles’.
Demonstreren kun je leren
Wat de studenten onder ‘alles’ verstonden was volgens Van Schaik eigenlijk best bescheiden. Het doel van de bezetting was vooral om een thuishaven te waarborgen voor de demonstrerende middelbare scholieren. Ze zouden daar niet alleen ongestoord kunnen samenkomen, maar ook kunnen leren demonstreren van de oudere studenten. ‘De studenten hebben meer ervaring en willen die overdragen aan de jongere generatie’, aldus Van Schaik. ‘Docenten ondersteunen hier studenten, en studenten op hun beurt de scholieren’.
Cultuurverschil
Dergelijke solidariteit bestaat ook in Nederland, maar is volgens Van Schaik wel breder in Frankrijk. Terwijl ze meeloopt in een mars van scholieren richting de bezette universiteit, hoort ze bijvoorbeeld om zich heen auto’s toeteren. Ze gelooft dat ze daarmee hun steun betuigen. ‘In Nederland rijden ze gewoon op je in’, merkt ze cynisch op.
Ook wat aantallen betreft zijn de Franse demonstraties groter dan in Nederland, valt haar op. Ze nam twee jaar geleden zelf deel aan de bezetting van de Academische Club naast de Oudemanhuispoort, waaraan volgens haar veel minder studenten aan deelnamen. Ze schat in dat er in Parijs ruim tweehonderd studenten, overigens bijgestaan door een aantal docenten, meehielpen aan de bezetting. ‘Dat is veel meer dan in Amsterdam, en laat iets zien over de protestbereidheid van de Fransen. Dat zit meer in de cultuur hier’.
Lessen uit Saint-Denis
Van Schaik is vooral onder de indruk van hoe de Franse studenten hun onderlinge verschillen wisten te overwinnen. Rond de bezetting van Paris 8 speelden bijvoorbeeld spanningen tussen communisten en anarchisten (laatstgenoemden vonden bijvoorbeeld dat de anderen te graag vergaderden), maar konden die dankzij hun gedeelde belangen en einddoel opzijzetten. ‘Aan het begin was er misschien chaos en onderlinge irritatie, maar het eindpunt was geslaagd. De universiteit is nog steeds bezet’.
En of ze beter sliep in Paris 8 of de Academische Club? ‘In Parijs, daar werden we er niet om vier uur ’s nachts weggeslagen. Toch was het op beide plekken goed vertoeven.’