UvA-student Jesse van Schaik (21) voer met een vloot vol humanitaire hulpgoederen richting Gaza, toen ze op open zee werd opgepakt door het Israëlische leger. Na een paar dagen vast te hebben gezeten, is ze inmiddels weer terug in Nederland. ‘Het was een soort spel om ons psychologisch te vernederen.’
Jesse, hoe is het met je?
‘Wisselend. Enerzijds ben ik natuurlijk heel blij dat ik mijn gezin weer kan zien. M’n ouders, zusje en broertjes waren heel bezorgd en hebben me enorm gemist. Maar tegelijkertijd is het ook heel vreemd. Een deel van mij zit nog steeds in die cel in Israël, waarvan ik weet dat er nu weer Palestijnen in worden vastgehouden. Fysiek ben ik verder relatief in orde, ik heb alleen nog wat last van m’n schouder, duim en polsen. Ik heb lang striemen gehad van de handboeien die ik moest dragen, daar zitten nu blauwe plekken.’
Kan je het moment van de onderschepping nog terughalen?
‘Zeker. Het was de ochtend van 18 mei. We hadden verwacht dat we ’s nachts zouden worden onderschept, dus we hielden hele alerte nachtdiensten, maar het bleef rustig die nacht. Toen het eenmaal ochtend werd, waren we dan ook best relaxed. Het leek erop dat het die dag niet zou gaan gebeuren. Na de nachtdienst was ik wat gaan slapen, maar twee uur later verscheen er toch een militair schip aan de horizon. Toen was wel duidelijk het absoluut niet goed zou gaan.’
Wat deden jullie toen?
‘We hebben nog een paar uur geprobeerd de boten te ontwijken, maar op een gegeven moment kwam er een motorbootje met daarop tien militairen, in vol ornaat en bewapend met geweren, op ons af. Ze zeiden dat we met onze handen op ons hoofd naar de voorkant van de boot moesten lopen, en dreigden te schieten als we niet luisterden. Zo werden we een half uur lang onder schot gehouden.’
Dat klinkt enorm beangstigend.
‘Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik was nooit echt bang. Ik was eigenlijk alleen maar heel boos, omdat we illegaal gekidnapt werden. Ik dacht: hoe kan het dat jullie dit zomaar kunnen doen? Maar bang was ik niet, want toen ik aan deze missie begon wist ik dat er een grote kans was dat dit zou gaan gebeuren.’
Toch lijkt het me dat je je op zo’n moment heel machteloos voelt.
‘Ja dat wel, maar dan vooral toen we even later naar een groot militair schip werden gebracht. Daar zaten we op een kleine open plek, tussen vier containers in, en werden er rubberen kogels op ons afgevuurd, omdat we slogans bleven scanderen. Iemand werd daarbij in haar been geraakt en bij twee anderen zorgden kogels die langs hun lichamen schampten voor bloedwonden. Dat die militairen ons zo makkelijk het zwijgen op konden leggen, gaf mij echt een machteloos gevoel, daar werd ik heel boos van.’
Eenmaal aan land werden jullie naar de gevangenis afgevoerd.
‘Klopt, daar was het nog een stuk minder leuk. Omdat ik leuzen bleef scanderen, werd ik met mijn hoofd op tafel geduwd en pakte ze m’n bril af. Het was een soort spel om ons psychologisch te vernederen, maar wij probeerden weerstand te blijven bieden. Daarom werd ik op een gegeven moment aan handen en voeten geboeid, geblinddoekt en in een gevangenisbusje gegooid. We reden denk ik een uur of vier – je verliest op zo’n moment al het gevoel van tijd – en toen werd ik het busje weer uit gesleurd. Met zo’n 15 tot 25 mensen kwamen we toen terecht in een cel, die gemaakt was voor acht personen.’
Jouw mede-activisten hebben in de media gesproken van mishandeling en seksueel geweld.
‘Ja, zelf ben ik in die gevangenis ook geslagen en geschopt. Op een gegeven moment werden er van iedereens verwondingen foto’s gemaakt, maar bij mij werd m’n shirt helemaal over mijn hoofd getrokken, en werden er lachend foto’s van m’n borsten gemaakt. Ook dreigden ze traangas in onze cel te spuiten als we te veel herrie maakten.’
Na een nacht in de cel bleek dat jullie weer vrij zouden komen, hadden jullie daarop gerekend?
‘We waren opgelucht, omdat we echt niet wisten hoe het zou gaan. Maar achteraf denk ik dat Israël gewoon geen gedoe wilde. We zijn niet vrijgelaten omdat ze ons nou zo aardig vonden, maar ze wilden ons er gewoon zo snel mogelijk uit knikkeren. Dat is het wrange: hoe beter ze ons behandelden, hoe minder aandacht er zou zijn voor wat ze met de Palestijnen doen.’
Daarover gesproken: er wordt ook wel gezegd dat het juist de bedoeling van jullie vloot zou zijn geweest om door Israël te worden opgepakt, om zo aandacht te genereren en de overheid te dwingen zich uit te spreken.
‘Ik snap die gedachte, maar dat was absoluut niet ons doel. We hadden humanitaire middelen bij ons en wilden in Gaza voedsel uitdelen. Er waren ook dokters en docenten aan boord die van plan waren daar te blijven. Natuurlijk was er een groot risico dat we door Israël gevangen zouden worden genomen, maar dat was nooit ons doel. Als ik die kritiek hoor – dat de vloot een mediastunt zou zijn – denk ik ook: we hadden echt geen andere optie. De media-aandacht was ook onze bescherming.’
Maar de kans dat jullie Gaza ook echt zouden bereiken was toch vrij minimaal?
‘De objectieve kans was misschien vrij klein, maar tegelijkertijd wás de kans er wel. Dat is waarom we zijn gegaan. Maar goed, we wisten natuurlijk dat er ook een grote kans was dat het niet zou lukken, daarom hadden we ook veel op dit scenario getraind.’
Het moet hoe dan ook een doodenge situatie geweest zijn. Hoe was het om op het vliegveld je vrienden en familie weer te zien?
‘Heel mooi. Er waren wel honderd mensen, ook veel van de UvA, dus dat was heel ontroerend. De buren hadden onze hele straat met slingers en ballonnen versierd. Ik had me niet gerealiseerd hoezeer mensen met ons meeleefden. Het kwam voor veel mensen op deze manier echt heel dichtbij. En toch blijft er iets aan me knagen; ik heb de scheefheid van het bestaan nu van zo dichtbij ervaren. Zo kortgeleden zat ik nog in die cel, en nu loop ik gewoon weer op de UvA rond, dat is een heel raar idee. Maar het helpt me om te bedenken dat ik alles heb gedaan wat ik kon.’