Deze week kun je het nieuws het beste een beetje achterdochtig in de gaten houden: het is weer 1 april. Maar kunnen dergelijke grappen nog wel in een samenleving waar nepnieuws een grote rol speelt?
Drones gaan rokers op de UvA-campus opsporen, er komt een reuzenglijbaan in de gracht op Roeterseiland, een metro tussen de UvA en de VU en middernachttentamens om avondmensen tegemoet te komen: zo rond 1 april moet je extra op je hoede zijn.
Maar kunnen dergelijke grappen nog wel, in een tijd waarin nepnieuws steeds vaker voortkomt en betrouwbare informatie een schaars goed is geworden? Kortom, zijn 1 april-grappen niet een beetje passé?
Lolligheidje
‘Het is afhankelijk van wie het doet,’ zegt communicatiewetenschapper Mark Boukes. ‘Bij mediaorganisaties is zoiets eigenlijk steeds gevoeliger geworden. Media worden vaak al beticht van het brengen van fake-news. Dan is het niet zo verstandig om ook nog grappen te maken. Voor gewoon een lolligheidje is het risico dan best groot.’
Bij een instituut als de UvA speelt dit wel minder, aldus Boukes. ‘Feitelijke juistheden brengen is een van de taken van de universiteit, maar niet de hoofdtaak: onderzoek doen en studenten opleiden behoort ook tot het takenpakket van de UvA. Toch zie je ook veel scepsis tegenover instituties als de universiteit en de wetenschap. Je kunt als universiteit beter geen grappen maken over het klimaat of vaccinaties. Dat zijn zulke gepolariseerde onderwerpen, waar al veel discussie is of het waar of niet is.’
Superpaard
Bovenstaande voorbeelden over de UvA zijn recent, maar de tradite van 1 april-grappen in de media gaat ver terug. Die lolletjes vielen niet altijd even goed. Het sensatieblad Het Leven maakte er begin 20e eeuw elk jaar een sport van om mensen om de tuin te leiden – inclusief zwaar bewerkte foto’s. Bijvoorbeeld het ‘superpaard’ dat in 1928 in Rotterdam te zien zou zijn of een schaap met de bek van een pelikaan in 1932.
In 1971 kwam de NOS met een uitzending over zwartkijkers, die vanaf nu gepakt konden worden doordat een speciaal apparaatje vanaf de straat kon meten wie er niet betaalde voor de televisie. Dit leidde tot een stormloop bij de PTT van mensen die toch kwamen betalen. Die was daar dan ook niet echt blij mee (zie foto).
Nu maken zaken als AI en online bots het nog ingewikkelder om te bepalen of iets echt of nep is. Of zoals Boukes het zegt: ‘We zijn in een waarheidscrisis beland met z’n allen. Nu is het AI dat daar deels ten grondslag aan ligt, eerder was het bijvoorbeeld desinformatie uit Rusland. Door AI kan iedereen nu iets bewerken. Het internet staat er bomvol mee. En dus zijn we gedwongen ons steeds meer af te vragen: bestaat deze persoon, is dit verhaal echt? Vandaar dat het voor journalisten veel gevoeliger is geworden, zo’n grap, omdat de grens tussen waarheid en onwaarheid steeds lastiger is geworden.’