De geopolitieke conflicten vliegen ons om de oren. Dat we literflessen water, houdbaar voedsel en cash geld achter de hand moeten hebben, is ondertussen duidelijk. Daarmee komen we de eerste 36 uur van een noodsituatie wel door. Maar wat als de pleuris écht uitbreekt? Stadsecoloog en fellow bij de bètafaculteit van de UvA Geert Timmermans gidst ons door de stad.
De Russen houden nog flink huis in Oekraiëne, Trump bemoeit zich met elk geopolitiek conflict en in Iran en het Midden-Oosten wordt de ene na de andere raket gelanceerd. Ook wij moeten voorbereid zijn op een noodsituatie, heeft de NCTV ook al gezegd. Als we straks door ons noodpakket heen zijn, waar halen we dan onze voorzieningen vandaan? Hoe overleven we in de stad? Jagen en verzamelen, kan dat in Amsterdam?
Zo op het eerste gezicht lijken er dieren genoeg te zijn in Amsterdam om te eten. Vaak zijn het ook nog beesten waar flink over geklaagd wordt: muizen, ratten en duiven. En ja, zegt stadsecoloog Geert Timmermans: ‘Je kan ratten eten.’ Hij geeft er wel meteen een belangrijke disclaimer bij. ‘Veel ratten worden in Amsterdam bestreden met gif, dus ik zou dat zelf niet zo snel doen. Eenden, duiven, meerkoeten, dat lijkt me een betere inzet.’
Dat duiven in Amsterdam vooral op een dieet van friet en brood lijken te leven, is volgens Timmermans niet zo erg. En trouwens: ‘Dat is er dan ook niet,’ merkt Timmermans droog op. Heel voedzaam zijn ze alleen niet, die duiven, net als halsbandparkieten. En ondanks dat de stad er tjokvol mee lijkt te zitten, valt dat in de praktijk ook wel mee. ‘Als iedereen op ze gaat jagen, zijn de duiven op de dam snel op.’ Sowieso, benadrukt hij, zullen we allemaal ‘wat minder moeten gaan eten, anders is alles snel op. Eerst eten we de dieren op, maar op een gegeven moment zal iedereen noodgedwongen veganist worden.’
Duivenjacht
Terug naar het Amsterdamse wild. Want hoe vang en bereid je dat vervolgens? Daarvoor valt Timmermans terug op de uitdrukking: beter een goede buur dan een verre vriend.
We kunnen best een duivenjacht beginnen, maar je moet wel weten hoe je dat eigenlijk aanvliegt. Het collectief is daarbij van belang, legt Timmermans uit: ‘Kijk eerst met de bewoners van je studentenhuis welke kennis er eigenlijk is. Sommige bewoners kunnen naar de bibliotheek om kennis op te doen, hoe je bijvoorbeeld een duif bereidt, een andere bewoner vangt het beest en ’s avonds kan iedereen samen eten.’ Timmermans benadrukt: ‘Schakel je netwerk in, dan is er meer kennis dan je denkt.’
Overlevingsstandaard
Verder zijn stadse vogels niet schuw, en zouden ze dus niet al te moeilijk te pakken moeten zijn te krijgen. De vraag is alleen: hoe snel is het lerend vermogen van zo’n meerkoet? ‘Wanneer denken zij: shit, we moeten afstand houden. Ik denk vrij snel, beesten zijn niet gek.’
En onze grachten? Daar zwemmen genoeg vissen rond. En een vis vangen, een baars bijvoorbeeld, kan iedereen wel, volgens Timmermans. Maar ja, dan ben je er nog niet. ‘Die moet je doodmaken en schoonmaken. En zoetwatervissen hebben vaak veel graten. Maar goed,’ relativeert hij meteen. ‘Als je honger hebt, dan eet je het wel.’
Ook die vissen zullen giftige stoffen bevatten. Tegelijkertijd moeten we dit allemaal wel als overlevingsstandaard zien. ‘Zo’n dieet tien jaar volhouden, is niet zo handig.’ Daarnaast raakt het eten op een gegeven moment ook gewoon op. ‘Een maand of drie is dit prima, maar jaren houden we het niet vol.’
Moestuin
Goed, dat was het vlees, maar wat moeten de vegetariërs? Het centrum is minder groen dan de rest van de stad, maar niet te onderschatten: de grachtengordel is voorzien van grote binnentuinen. Timmermans raadt sowieso aan om met medebewoners een moestuin aan te leggen. ‘Met tuin heb je al een stuk grotere overlevingskans dan zonder.’ Houdt dan wel in je achterhoofd dat die moestuin ’s avonds en ’s nachts bewaakt moet worden. ‘Als mensen honger hebben, doen ze rare dingen.’ Ook de slakken en insecten – niet de naaktslakken – zijn gewoon eetbaar. ‘Huisjesslakken ken je waarschijnlijk wel uit Frankrijk, als escargots.’
Let wel: niet alles is eetbaar. Wie regelmatig padden rond ziet springen bij zijn huis, heeft pech: padden hebben een giftige huid. Sowieso is voorzichtigheid geboden. Neem de taxus, een struik waarvan het besje eetbaar is, maar de pitjes ‘zwaar giftig’ zijn. ‘Daar kan je dus wel op sabbelen.’
Gebitsproblemen
Iedereen zal wel wat magerder worden, vermoedt Timmermans. Planten – denk aan paardenbloemen, sla en daslook (‘we hebben parken vol met daslook’) – stillen de honger wel, maar zijn niet zo voedzaam. ‘En op den duur krijg je wel gebitsproblemen.’
Houd ook een beetje in de gaten uit welke grond je je planten en, in het najaar, paddenstoelen haalt. ‘Uit het Flevopark en het Vliegenbos zou ik wel eten.’ Veel Amsterdamse tuinen hebben lood in de tuin. Maar hiervoor geldt wederom: één keer in de maand ga je er niet dood van, dag in dag uit paddenstoelen uit giftige grond is een ander verhaal. De vraag is, zegt Timmermans: ‘Zing ik het uit, of ga ik dood? Dat is een beetje de afweging die je moet maken. Je langetermijnperspectief is op zo’n moment sowieso wel wat minder.’
Een laatste tip van Timmermans: niet je huisdieren los laten lopen. ‘Kat smaakt net als konijn.’