Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Science Park
Foto: UvA / Pieter Kers
actueel

Vrouwennetwerk FNWI: ‘Bètafaculteit aan de UvA nog altijd een old boys network’

Tijmen Hoes Tijmen Hoes,
eergisteren - 12:00

Hoewel op 11 februari de International Day of Women and Girls in Science op het programma staat, is er volgens Alessandra Candian – bestuurslid bij vrouwennetwerk Women in the Faculty – weinig reden tot feest. ‘De cijfers liegen niet. Iets weerhoudt vrouwen ervan hoogleraar aan de FNWI te kunnen worden.’

Ook al is er het afgelopen jaar een vrouwelijke decaan aangesteld, het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de FNWI stagneert, zo bleek eind vorig jaar uit de jaarlijkse monitor van het LNVH. Al jaren bungelt de UvA op dit lijstje met zo’n vijftien procent helemaal onderaan, vergeleken met andere Nederlandse universiteiten. En dat is – zo vlak voor de International Day of Women and Girls in Science – universitair docent astrochemie Alessandra Candian een doorn in het oog. ‘Op het gebied van vrouwelijke hoogleraren hebben we echt een probleem. De oorzaak is niet eenvoudig te ontleden, maar de cijfers liegen niet. Iets weerhoudt vrouwen ervan hoogleraar aan de FNWI te kunnen worden.’

 

Candian is lid van vrouwennetwerk Women in the Faculty (WiF), een platform dat is opgericht binnen de bètafaculteit van de UvA om genderongelijkheid en andere diversiteitskwesties aan te pakken. ‘Met WiF proberen we erachter te komen wat er nu precies fout gaat,’ vertelt zij. ‘Zo zien we dat sommige departementen nog sterk zijn gefocust op een oude manier van wetenschap bedrijven, waarbij je eigenlijk altijd aan het werk bent, en weinig tijd overhoudt voor een leven daarbuiten. Zodra je kinderen krijgt, of mantelzorger wordt, kan dat ingewikkeld worden.’

Alessandra Candian
Alessandra Candian

Old boys network

Ook is de FNWI volgens Candian nog altijd een old boys network: ‘Het ontbreekt aan duidelijke kaders en regels rond promotie, en in de praktijk hebben vrouwen daar meer last van dan mannen. Vrouwen worden onderschat, en krijgen eerder een organisatorische taak, in plaats van een strategische of wetenschappelijke. Dat is niet bevorderlijk voor het maken van promotie. Wanneer er veel mannen in machtsposities zitten, houdt dat zichzelf in stand. Dan wordt er minder snel naar een vrouw gekeken.’

 

Op de niveaus onder het hoogleraarschap in de academische hiërarchie slaagt de UvA er wisselend in de genderverhoudingen recht te trekken. Zo nadert het percentage vrouwelijke universitair docenten (UD’s) en PhD’ers aan de FNWI de veertig procent. Hoewel de UvA daarmee nog altijd tot de laagst scorende universiteiten van het land behoort, zijn het relatief hoopvolle cijfers. Tegelijkertijd blijft het percentage over de volledige faculteit genomen – waarbij alle academische medewerkers op een hoop zijn gegooid – al tien jaar schommelen tussen de 30 en 34 procent. Dat dit probleem zichzelf wel op zal lossen, is volgens Candian dus ijdele hoop.

 

‘Bij het aannemen van nieuwe UD’s gaan we heel zorgvuldig te werk. Er wordt een traning aangeboden om eigen vooroordelen te herkennen, en zo echt tot de beste kandidaat te komen. Dat heeft ertoe geleid dat we nu meer vrouwelijke UD’s in dienst hebben. Maar als het gaat om de hogere functies, en er dus promotie gemaakt moet worden, zijn er niet dat soort duidelijk afgebakende regels. Die procedure moet veel duidelijker worden, dan kan je pas echt structureel met diversiteit rekening gaan houden. We wachten al jaren op verbetering, maar de ontwikkeling lijkt alleen maar langzamer te gaan. Dit probleem verdwijnt niet vanzelf.’

‘Dat is een door de samenleving opgelegd beeld. Jongens krijgen lego, meisjes een pop’

Candian ziet ook voor de samenleving een taak weggelegd. ‘Er bestaat een diepgeworteld idee dat vrouwen zich vooral met sociale thema’s bezig zouden moeten houden, en dat bètaonderwerpen niet aan hen besteed zijn. Dat is een door de samenleving opgelegd beeld. Jongens krijgen lego, meisjes een pop. Het is gewoon een kwestie van blootstelling en oefenen, geslacht heeft aantoonbaar helemaal geen invloed op talent voor bètavakken. Rolmodellen zijn daarin echter wel essentieel.’

 

WiF

En om die rolmodellen op posities te krijgen waar ze ook echt van invloed zijn, zet Candian zich samen met de andere WiF-leden onophoudelijk in voor de positie van vrouwen aan de FNWI. ‘Met WiF werken we samen met de decaan en HR, om erachter te komen welke problemen er spelen. Zo organiseren we workshops over hoe je promotie kunt maken, maar leggen we ook de connectie met mannen in machtige posities, dat soort bondgenoten hebben we hier ook voor nodig.’

Sisters in Science

De scheve genderverhoudingen aan de bètafaculteiten zorgen al langer voor ongemak. Daarom richtten in 2021 UvA-onderzoekers Mimi den Uijl, Noor Abdulhussain en Lotte Schreuders het initiatief Sisters in Science op. Aan de hand van evenementen en mediaoptredens proberen zij stereotype ideeën die rond het vakgebied bestaan te bestrijden.  

De afgelopen jaren boekte WiF enkele concrete resultaten. Zo werd er een nannyfonds opgetuigd, waardoor er geld beschikbaar werd gemaakt waarmee onderzoekers een babysitter kunnen betalen wanneer ze een internationale conferentie willen bezoeken. Ook zorgde het vrouwennetwerk ervoor dat er een aparte kolfruimte op de faculteit werd geïntroduceerd. ‘Het zijn kleine stapjes, maar we hopen dat de FNWI daarmee een fijnere werkplek wordt voor vrouwen,’ aldus Candian.

 

Op 11 februari, International Day of Women and Girls in Science, organiseert WiF een gesprek met antropoloog Hülya Kosar-Altinyelken, zij deed onderzoek naar discriminatie binnen de UvA. ‘Het is goed dat er een dag is waarop aandacht voor dit probleem wordt gevraagd,’ zegt Candian, ‘maar één dag is niet genoeg, als de andere 364 dagen niemand zich hier nog druk om maakt. We zouden ons hier echt structureel mee bezig mee moeten houden.’

website loading