Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Nieuwe bètadecaan Susan te Pas: ‘Het zijn geen vette jaren.’
Foto: Bastiaan Heus
actueel

Bètadecaan Susan te Pas wil nieuw type technische student trekken

Sija van den Beukel Sija van den Beukel,
8 december 2025 - 08:00

Het begrotingstekort en de dalende studentenaantallen op de bètafaculteit staan hoog op de prioriteitenlijst van de nieuwe decaan Susan te Pas. Vooral de onverwacht scherpe daling van AI- en informaticastudenten baart haar zorgen. Daarom wil ze de universiteit de komende jaren technischer gaan profileren. 

Even lijkt Susan te Pas onvindbaar. De nieuwe decaan van de bètafaculteit lijkt weinig ruimte in te nemen in de balzaal die ze haar kantoor mag noemen. Op een enorme vergadertafel en twee luie stoelen na lijkt haar kamer leeg. Vanachter haar bureau links in de hoek stapt ze in het zicht en verontschuldigt zich gelijk. ‘Ik vergader hier ook veel, maar als we straks gaan verhuizen vraag ik een kleinere kamer.’

 

Bescheidenheid is een van de karaktertrekken die naar voren komen in een eerste gesprek met Te Pas. Ja, de eerste maanden als hoofd van de bètafaculteit zijn haar bevallen. Want werken met ‘eigenwijze, bevlogen en ook briljant-creatieve’ mensen is ‘altijd geweldig’. Maar, de faculteit staat ook voor de nodige financiële uitdagingen, voegt ze daar gelijk aan toe.

Cv Susan te Pas

Susan te Pas (IJsselstein, 1969) studeerde experimentele natuurkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1996 in het interdisciplinaire vakgebied fysica van de mens, dat nu onder cognitiewetenschap en psychologie valt. Tijdens haar jaren als postdoc in Oxford, Nijmegen en Utrecht maakte ze de overstap naar psychologie en ontwikkelde ze haar liefde voor het onderwijs.   

 

Sinds 2012 is ze hoogleraar cognitieve psychologie van het hoger onderwijs aan de Universiteit Utrecht (UU). In 2021 werd ze decaan van het University College Utrecht. Sinds juli 2025 is ze terug op de bètafaculteit van de UvA als opvolger van voormalig decaan Peter van Tienderen. Als decaan is ze tevens hoogleraar Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS). 

Je hebt een achtergrond in de natuurkunde maar maakte al gauw de overstap naar psychologie. Hoe voelt het om weer terug te zijn op een bètafaculteit?

‘Als thuiskomen. Ik ben echt als bèta opgeleid en de onderzoekstraditie hier voelt heel vertrouwd. Je kunt niet alle bèta’s over een kam scheren, maar er bestaat wel een gedeelde liefde voor de experimentele onderzoeksmethode – ik noem dat altijd algoritmisch denken – en die voel ik hier heel sterk.’

 

Na je promotie ontwikkelde je een liefde voor onderwijs. De waarschuwing van collega’s dat dit slecht was voor je carrière sloeg je in de wind. Wilde je geen carrière maken?

‘Nee niet per se. Ik heb eigenlijk altijd wel gekozen wat ik echt interessant vond om te doen en waarvan ik dacht dat ik er het verschil kon maken. Ik koos dus voor het onderwijs, een bewuste keuze om geen hoogleraar te worden. Later bleek het onderwijs op dat moment juist een carrièrepad waar in Utrecht meer ruimte voor kwam. Ik was toen de juiste persoon op de goede plek en werd uiteindelijk alsnog hoogleraar.  Zo gaat dat soms, en soms lukt dat ook helemaal niet.’

 

Je brengt veel ervaringen van andere universiteiten mee naar de UvA. Welk out of the box idee heb je al ingebracht bij FNWI?

‘Waar ze nog niet aan hadden gedacht? Als ik eerlijk ben, denk ik niet dat daar sprake van is. Ik denk dat veel mensen hier wel weten wat er landelijk gebeurt. Ik merk alleen dat de grenzen hier soms anders liggen dan ik gewend ben. Onderwijs en onderzoek zijn hier juist heel erg gescheiden en dan moet je harder werken om de verbinding te maken. Die verbinding leggen is iets dat ik heel graag doe. Soms kijk ik anders tegen die grenzen aan en dat kan net een inzicht geven of iets doen kantelen.’

‘Ik maak me zorgen over de dalende studentenaantallen bij AI, informatica en de interdisciplinaire studies, want er is juist vraag naar deze mensen op de arbeidsmarkt’
Foto: Bastiaan Heus

Het zijn roerige tijden voor de FNWI. Dit jaar daalde de instroom van het aantal eerstejaarsstudenten bij FNWI met 13,7 procent nog harder dan het landelijk gemiddelde. Hoe komt dat volgens u?
‘Dat heeft deels een demografische oorzaak waar we rekening mee hielden – er komen nu eenmaal minder vwo-leerlingen van de middelbare scholen en die kiezen minder vaak een exact pakket. Maar de daling was dit jaar harder dan voorzien.’

 

‘Eigenlijk lopen bij alle studies de studentenaantallen terug, maar bij AI en informatica en de interdisciplinaire studies gaat dat het hardst. Dat is verrassend, in deze tijden zou je verwachten dat die studies juist populair zijn. Alsof studenten denken dat de AI-revolutie al af is, terwijl het net begint. Daar maak ik me zorgen over, want er is juist vraag naar deze mensen op de arbeidsmarkt en er is ruimte om ze op te leiden.’

 

Hoe ga de daling van het aantal studenten aanpakken?
‘Ik denk dat we een ander type student moeten trekken dan we nu bereiken, namelijk de student die meer toegepast wil denken. Daar hebben we nu ook de nieuwe bachelor Science Technology and Innovation voor, maar die trekt ook nog niet zoveel studenten als ik zou willen. We moeten werken aan ons technologieprofiel en laten zien dat we als faculteit niet alleen fundamenteel onderzoek doen maar ook onderzoek naar de toepassing. We zijn veel technischer dan we soms uitstralen.’

 

Gaat de UvA daarmee niet in de vijver vissen van de technische universiteiten?

‘Technische universiteiten doen meer engineering, dat gaat echt nog een stapje verder met het ontwerpen van apparaten en spullen. Aan de UvA zitten we meer op het punt van het toepassen van de theorie. We doen bijvoorbeeld onderzoek naar schonere batterijen die minder afhankelijk zijn van aardmetalen en bouwen die in het lab. Onderzoekers maken hier hun eigen opstellingen, daar komt een hoop techniek bij kijken. Maar we hebben hier geen modelfabriek staan. Dat hoeft ook niet, want we hoeven geen technische universiteit te worden.’

 

‘Aan de andere kant, we hebben in Nederland drie technische universiteiten maar die staan niet in Noord-Holland. We kunnen dus juist de Noord-Hollandse studenten trekken die technischer willen denken. Ik verwacht niet dat dit voor concurrentie zal zorgen, omdat er genoeg studenten zijn in Nederland met interesse in een technischere opleiding. En we hebben echt nog wel meer bèta’s op te leiden in Nederland.’

‘Sommige posities kunnen niet zomaar meer opgevuld worden de komende jaren’

En dan zijn er nog de facultaire begrotingstekorten.

‘Het zijn inderdaad geen vette jaren. Er zijn grote uitdagingen en die staan ook hoog op mijn prioriteitenlijst. Niet alleen het onderwijs wordt duurder door de dalende studentenaantallen, ook de vierkante meters zijn duurder geworden. Als bètafaculteit hebben we vrij veel vierkante meters nodig vanwege laboratoria. Daar krijgen we budget voor vanuit de UvA, maar dat is al jaren niet geïndexeerd, terwijl de kosten voor apparatuur en labpersoneel wel zijn gestegen.’

 

‘Het grootste probleem zijn de bezuinigingen vanuit de overheid. We hebben afspraken gemaakt met het ministerie dat er meer permanente posities zouden komen voor onderzoek en dat zij onder andere zouden bijdragen in de vorm van starters- en stimuleringsbeurzen. Die beurzen zijn nu weer afgeschaft, terwijl we juist op die beurzen hadden gerekend.’

 

Betekent dat op termijn dus ook minder medewerkers aan de faculteit?

‘Op de eerste geldstroom vanuit de overheid zal er minder ruimte komen voor vaste medewerkers. Dat betekent dat sommige posities niet zomaar meer opgevuld zullen worden. De hoop is natuurlijk dat het aantal medewerkers wel gelijk blijft, maar dat ze anders worden gefinancierd, namelijk door onderzoeksgelden die wetenschappers zelf binnenhalen. En de hoop is natuurlijk dat het nieuwe kabinet de bezuinigingen terugdraait.’

 

Verwacht je dat dat laatste zal gebeuren?
‘Voorlopig niet. Maar het wordt tijd dat er weer stabiel overheidsbeleid komt. Ik las gisteren dat Nederland weer prominent als innovatieland in de onderhandelingsstukken staat. En dat talent uit het buitenland weer verwelkomd wordt.’

 

Waar wil je over vier jaar staan?

‘Dan wil ik een gezonde begroting hebben waardoor we weer kunnen investeren. En bruggen hebben gebouwd tussen disciplines, UvA-breed maar ook binnen de faculteit. Mensen werken vaak samen binnen hun onderzoeksgroep maar ik wil vakgebieden onderling juist verbinden. En het liefst hebben we dan ook meer bachelorstudenten.’

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading