Foto: Marc Kolle
actueel

UvA wil maximaal 22% onderwijzend personeel met tijdelijk contract

Dirk Wolthekker,
13 januari 2016 - 09:01

Het personeelsbeleid van de UvA was vorig jaar één van de belangrijkste stenen des aanstoots van de actiegroepen. De kritiek en onvrede die werden geuit, onder meer over de stapeling van tijdelijke contracten en het gebruik van schimmige constructies, heeft geleid tot een nieuwe Human Resources AgendaDownload hier de volledige HR Agenda in pdf.. In dat document vernieuwt het College van Bestuur zijn personeelsbeleid voor de komende jaren. Grote beleidswijzigingen zijn er niet, maar op bepaalde punten verandert er wel degelijk iets.

De nieuwe agenda voor het personeelsbeleid, dat een onderdeel van het Instellingsplan 2015-2020 is, telt vijf prioriteiten. Dat zijn achtereenvolgens een passende verhouding tussen vast en tijdelijk personeel; een strategische personeelsplanning in samenhang met werkdrukproblematiek; een verdere ontwikkeling van (academisch) loopbaanbeleid; een verbetering van jaargesprekken; en verdere leiderschapsontwikkeling. De UvA spreekt van ‘een vernieuwende HR-Agenda’. Die is volgens de UvA niet alleen nodig omdat de kritiek het afgelopen jaar zo luidkeels is gearticuleerd, maar ook om de toenemende internationalisering en concurrentie het hoofd te bieden.

 

22 procent aan tijdelijke contracten

Om meteen met het opvallendste punt te beginnen: een vaste aanstelling blijft ‘de maatstaf’, zo stelt de UvA. Tijdelijke dienstverbanden worden enkel gebruikt wanneer dat ‘noodzakelijk is’. Overigens kan een vaste aanstelling ook betekenen dat een medewerker een vaste aanstelling van 0,2 fte krijgt en daar bovenop tijdelijke contracten sluit. Het probleem bij het aantrekken van vast personeel is en blijft de permanente onzekerheid over het aantal studenten dat zich voor een opleiding inschrijft en de financiële middelen uit Den Haag, zo schrijft de UvA.

 

Doordat beide kwesties onzekerheden met zich meebrengen zal ‘enige terughoudendheid’ moeten blijven bestaan bij het verstrekken van vaste aanstellingen, aldus de UvA. ‘Een redelijke mate van flexibiliteit en voldoende financiële middelen zijn noodzakelijk.’ Wel stelt de universiteit zich een meetbaar doel, dat ze afleidt uit de universitaire cao. De UvA wil het totaal aantal tijdelijke dienstverbanden van vier jaar of korter voor hoogleraren, hoofddocenten en (universitair) docenten vastzetten op hooguit 22 procentBegin december kwam een onderzoekscommissie tot de conclusie dat tweederde van de UvA'ers op flexibele basis werkte., zo kondigt men aan. Wetenschappers die in aanmerking willen komen voor een vast contract moeten volgens de Agenda overigens vanaf volgend jaar ‘in beginsel’ een onderwijskwalificatie hebben – de zogenoemde Basiskwalificatie Onderwijs.

‘De UvA wil dat iedereen weet waar je aan moet voldoen om hogerop te komen’

Creatieve concurrentie

In het personeelsplan voor de komende jaren worden hoogleraren beschouwd als ‘de dragers van de academia’, die jonge onderzoekers en docenten inspireren. ‘De reputatie en staat van dienst van deze hoogleraren werkt als een magneet op toptalent,’ schrijft de UvA. Die hoogleraren wil de UvA aan zich blijven binden ‘om op creatieve wijze te kunnen concurreren met andere universiteiten en het bedrijfsleven’. Forse salarissen om mensen aan zich te binden zitten er in de huidige situatie niet in en daarom zal het HR-beleid vanuit een andere hoek worden gevoerd. ‘Het gaat om het bieden van faciliteiten en een ondersteunende en inspirerende werk- en leefomgeving.’

 

Wie eenmaal binnen is bij de UvA kan verwachten dat er volop aandacht komt voor professionele ontwikkeling. In de agenda staat letterlijk: ‘De UvA stelt eenduidige faciliteiten beschikbaar aan leidinggevenden om leiderschapsvaardigheden te toetsen, te ontwikkelen, te onderhouden en te verbeteren.’ Jaargesprekken horen daar uiteraard bij, maar ook de ontwikkeling van ‘talentbeleid’. Iedereen, zowel wetenschappelijk als ondersteunend personeel, moet weten wat in dit opzicht zijn of haar perspectief is. Daarover moet volledige transparantie komen. ‘De UvA wil dat iedereen weet waar je aan moet voldoen om hogerop te komen.’

 

Promovendi

Hoewel promovendi het door bezuinigingen op meerdere faculteiten moeten ontgelden, blijken zij wel ‘het visitekaartje’ van de UvA te zijn, ‘bij andere instellingen en het bedrijfsleven’. Daarom is begeleiding en ondersteuning noodzakelijk, maar dat kan nog beter. ‘Begeleiding bij het aanvragen van onderzoekssubsidies, academisch ondernemerschap, advies en ondersteuning op het gebied van loopbaanoriëntatie en hulp bij solliciteren en netwerken kan nog beter vindbaar en toegankelijk worden gemaakt.’

 

Voor elk van de prioriteiten gaat de komende tijd een projectgroep het beleid uitwerken, samen met deskundigen en betrokkenen. Dat moet resulteren in beleidsnotities die voor 1 september aanstaande ter instemming aan de centrale ondernemingsraad zullen worden voorgelegd.