Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Kirsten van Santen (UvA)
actueel

De tragische aftocht van een tandheelkundedecaan

Dirk Wolthekker,
1 juli 2022 - 15:08

Na een jaar stopt de Amerikaanse UvA-tandheelkundedecaan Elsbeth Kalenderian alweer. Officieel wil ze meer tijd doorbrengen met haar kleinkinderen. Maar wie het afgelopen jaar overziet kan niet anders dan concluderen dat er meer aan de hand was.

Het moet geen prettig gesprek geweest zijn, dat Acta-decaan Elsbeth Kalenderian onlangs had met de besturen van UvA en VU, die tandheelkundefaculteit Acta gezamenlijk aansturen. Hoewel het officieel om een vrijwillig vertrek gaat, melden meerdere bronnen dat beide besturen aangegeven zouden hebben dat Kalenderian na een decanaat van nog geen jaar moest vertrekken. Kalenderian had een bezoek gebracht aan de Verenigde Staten en moest daarna een medische ingreep ondergaan. UvA en VU hadden die tijd gebruikt om een zogenoemde vaststellingsovereenkomst op te stellen, waarin werd bepaald dat ze per 1 augustus 2022 zou vertrekken, precies een jaar na haar aantreden.

 

Daarbij werd haar een alternatieve baan toegezegd: een fulltime hoogleraarschap. Niet aan Acta, maar binnen het Amsterdam UMC. Er moest naar buiten toe natuurlijk nog een plausibele reden worden gecommuniceerd waarom ze zo snel al weer zou vertrekken, maar die was snel gevonden: ze wilde meer tijd doorbrengen met haar familie, aldus een gezamenlijke persverklaring van UvA en VU op donderdag 16 juni. Kennelijk laat zich dat goed combineren met een fulltime hoogleraarschap, bestaande uit onderwijs, onderzoek en de begeleiding van promovendi.

 

‘De absolute wereldtop’

Zelf zei Kalenderian in een telefonische reactie op haar vertrek: ‘Ik heb nu kleinkinderen, die had ik vorig jaar bij mijn aanstelling nog niet. They were not even in the making.’ Ze wilde kennelijk meer quality time met haar familie in Amerika.Dat kan natuurlijk altijd, maar voor iemand die gepokt en gemazeld is in het wetenschappelijk bedrijf en na een verblijf van vijfendertig jaar in Amerika speciaal voor deze topfunctie naar Nederland was teruggekeerd, bevreemdde het wel als argument om te vertrekken.

 

Bovendien, bij haar aantreden had ze het tandheelkundeonderwijs en -onderzoek aan Acta de hemel in geprezen. Ze zei Acta te rekenen ‘tot de absolute wereldtop’, een instituut dat ‘overal geweldig goed bekend’ staat. ‘We zitten in de top vijf van de QS-ranking voor tandheelkunde, onder meer samen met Harvard,’ zei ze in oktober vorig jaar. Hoe eervol dus om aan een instituut als Acta een glorieuze carrière te beëindigen: ze was benoemd voor vijf jaar en dat zou dan mooi aansluiten bij haar emeritaat in 2026. Hoe tragisch dan om al na een jaar de aftocht te blazen.

Omdat de Folia-redactie voorafgaand aan de bekendmaking door diverse betrouwbare informanten van Acta werd getipt over haar op handen zijnde vertrek, berichtte Folia op de bewuste donderdag als eerste over het plotse vertrek van Kalenderian. Het management van Acta was toen al op de hoogte van haar vertrek. Maar pas aan het einde van de middag werd het gecommuniceerd, nadat draagvlakgesprekken waren afgerond met de beoogde interim-decaan Hans Romijn, die deze week aantreedt. Tot zijn emeritaat een half jaar geleden was Romijn decaan van de Faculteit der Geneeskunde van de UvA en voorzitter van de raad van bestuur van het Amsterdam UMC.

 

Ondertussen deden bij Acta allerlei verhalen de ronde – door Kalenderian overigens tot ‘rumours’ bestempeld – dat er meer dan louter familiaire redenen waren waarom zij zomaar vertrok. Ze zou ‘te Amerikaans’ zijn, ‘te directief’, ‘te veel geld uitgeven’, weinig kennis hebben van de Nederlandse mondzorg en ze zou – niet haar fout – hebben moeten werken met nieuwe, maar hopeloos onwerkbare VU-software. Ze moest hoe dan ook functioneren in een lastig en politiek gevoelig Umfeld, zo blijkt uit een reconstructie van haar kortstondige bestuurscarrière aan Acta.

Foto: Monique Kooijmans
Albert Feilzer kondigde in 2018 al aan af te zwaaien als decaan

Rocket science

Het decanaat van Acta zit eigenlijk al in het slop sinds 2018, toen decaan Albert Feilzer te kennen gaf er na tien jaar mee te willen stoppen om terug te terugkeren naar de wetenschap. In die tien jaar was hij overigens ook de promotor geweest van Elsbeth Kalenderian, die op betrekkelijk late leeftijd in 2013 bij hem promoveerde aan de UvA. Je zou kunnen zeggen letterlijk als buitenpromovendus, want ze was in die tijd gewoon werkzaam als hoofddocent en Chief of Quality bij de Harvard School of Dental Medicine.

 

Of Kalenderian toen al in het vizier is gekomen als mogelijk decaan van Acta is niet bekend. Wel zagen UvA en VU naar inschatting van Feilzer na zijn eigen vertrek als decaan graag een vrouw komen omdat er op dat moment geen enkele vrouwelijke UvA-decaan was. Feilzer speculeerde niet openlijk over wie dat zou kunnen zijn, maar hij kende er natuurlijk wel één: zijn voormalige promovenda Elsbeth Kalenderian, toen inmiddels niet meer bij Harvard, maar sinds 2016 werkzaam in een wetenschappelijk functie bij de School of Dentistry van de University of California. In totaal is ze twee keer door Acta gepolst, de tweede keer hapte ze toe, liet haar voorganger, interimdecaan Frank Abbas, eerder weten.

‘Men ziet in deze functie graag iemand die tandarts en professorabel is en daarnaast de Nederlandse mondzorgcultuur heel goed kent, want die wijkt fundamenteel af van die in het buitenland’

Maar of een mondzorgwetenschapper uit het buitenland werkelijk de gedroomde Acta-decaan moest zijn betwijfelde Feilzer wel openlijk. ‘Men ziet in deze functie graag iemand die tandarts en professorabel is en daarnaast de Nederlandse mondzorgcultuur heel goed kent, want die wijkt fundamenteel af van die in het buitenland. Hier doet men veel aan preventieve mondzorg, in het buitenland veel minder. Dat leidt tot een andere tandheelkundecultuur.’ Of iemand met een vijfendertigjarige staat van dienst in de Amerikaanse mondzorg dan een geschikte kandidaat is, is de vraag.

 

Zelf zei Kalenderian twee maanden na haar aantreden dat ze ‘enigszins zicht’ had op de Nederlandse mondzorgcultuur. ‘Maar nog niet heel goed. Ik luister veel, ik lees veel en ik stel veel vragen.’ Verder hoefde niemand zich druk te maken. Kom op zeg: ‘Wat we hier doen is geen rocket science, het is tandheelkunde,’ aldus Kalenderian. En bovendien zei ze tegen Folia ‘slim genoeg’ te zijn om toch haar weg te kunnen vinden in de Amsterdamse tandheelkundewereld. ‘Als ik een verkeerde inschatting maak of een fout, dan maak ik natuurlijk excuses en ga ik hard aan het werk om de fout te herstellen. Ik ben niet zo trots dat ik niet twee stapjes terug zou willen zetten. Als dat nodig is, dan doe ik dat gerust.’

‘De werkprocessen zijn hier totaal ontwricht’

Verbijsterend onbegrip

Een van de problemen waarmee Kalenderian direct na haar aantreden te maken kreeg, maar zij niet alleen, was het nieuwe ICT-systeem Mars/ERP van de VU. Ook Acta maakt daarvan gebruik, want de faculteit participeert in de digitale bedrijfsomgeving van de VU. Het systeem werd – met vertraging – ingevoerd vlak voor de nieuwe decaan naar Acta kwam, maar er ontstonden al direct problemen mee. Het regende klachten, zo bleek uit een inventarisatie door het VU-medium Ad Valvas. ‘Allerlei functies doen het niet, teksten zijn onbegrijpelijk, een wegens drukte onbereikbare servicedesk, leidinggevenden die geen personeelsdossiers konden inzien, geen declaraties indienen, facturen goedkeuren of posities aanmaken.’

 

In november 2021 – drie maanden na Kalenderians aanstelling – constateerde de OR van Acta, die voor 45 procent uit VU-medewerkers en 55 procent uit UvA-medewerkers bestaat, dat er aan de VU én aan Acta een hopeloze ICT-toestand heerste. ‘De werkprocessen zijn hier totaal ontwricht,’ zei OR-lid Hendrik Brand in Ad Valvas. ‘Ik zie collega’s hieraan kapotgaan, ondersteunende diensten gaan eraan ten onder, iedereen maakt overuren, werkt zelfs in het weekend om de schade beperkt te houden.’

 

Ook de nieuwe decaan kreeg direct na haar aantreden met het nieuwe systeem en de problemen te maken, maar het college van bestuur van de VU ging tamelijk gemakzuchtig met de kwestie om, constateerde Ad Valvas, dat concludeerde dat de verhoudingen tussen het VU-bestuur en Acta ‘verslechterd’ waren. ‘Medewerkers [van Acta] vertellen dat het college van bestuur tijdens een Zoom-sessie over de problemen blijk gaf van een “verbijsterend onbegrip”.’

 

Duizend euro

Er speelden ook verschillende kleinere kwesties, die niettemin verbazing wekten. Een daarvan was de duizend euro bonus, die afgelopen winter werd aangeboden aan Acta-medewerkers als ze een docent wisten te rekruteren in de door een docententekort geplaagde faculteit. Verboden zijn dergelijke bonussen niet, maar het behoort ook niet tot de staande universitaire cultuur in Nederland. Kalenderian vond het – naar Amerikaans voorbeeld – juist prima. ‘In Amerika is dit heel gebruikelijk,’ zei ze tegen Folia. Maar Amerika is Nederland niet en prompt werden er Kamervragen over gesteld.

 

Hoe ongebruikelijk de bonusactie is bleek misschien ook wel uit het magere resultaat: slechts twee Acta-medewerkers wisten een bonus te scoren. Het docententekort leidde bovendien tot de noodzakelijke inhuur van externe medewerkers, zegt directeur bedrijfsvoering van Acta Peter Bosman. ‘Door een krappe arbeidsmarkt zijn we genoodzaakt tijdelijk in te huren voor moeilijk vervulbare vacatures met specialistische kennis. Tevens wordt ingehuurd om piekbezettingen en het relatief hoge ziekteverzuim te kunnen opvangen.’ Volgens hem gebeurt dat overigens ‘met inachtneming van de regels van UvA en VU omtrent maximumuurtarieven’.

Corona

De nieuwe decaan kwam midden in de coronapandemie in Nederland aan en moest zich dus ook opeens verhouden tot de Nederlandse corona-situatie, het regeringsbeleid, de regels van UvA en VU en die van het RIVM. Afstand houden en geen handen schudden hoorden daarbij. Toch schudde ze de verslaggever van Folia gewoon de blote hand bij een interview in oktober 2021. Ook ontstonden er misverstanden rond een groep tandheelkundestudenten die corona opliep tijdens een Halloween-feestje eind oktober. Als gevolg daarvan werden alle studenten naar huis gestuurd en ook de niet-spoedeisende zorg opgeschort. Aan alle studenten werd vervolgens gevraagd om een zelftest te doen. ‘Dat heeft verkeerd uitgepakt,’ zei ze. ‘Het werd opgevat als een verplichting, wat het niet was.’ Ze maakte haar excuses.

 

Corona had ook nog een ander gevolg: doordat de niet-spoedeisende zorg meerdere malen werd opgeschort, vielen inkomsten weg en doordat studenten ook niet konden afstuderen vielen er ook inkomsten weg uit diplomavergoedingen. Daar gingen de begrotingscijfers. In 2021 waren ze nog zwart, inmiddels rood: de begroting voor 2022 vertoonde een tekort van 2,9 miljoen. De Kaderbrief 2023 – de boekhoudkundige voorbereiding op de begroting voor dat jaar – voorziet opnieuw in een tekort, namelijk iets meer dan 1 miljoen.

 

Peter Bosman zegt het zo: ‘Er is een negatieve begroting voor de jaren 2022 en 2023 ingediend. In 2021 is een positief resultaat van € 1,3 miljoen gerealiseerd. De tekorten van 2022 en 2023 worden vooral veroorzaakt door latere overheidsbekostiging door vertraging in de opleiding door corona. Het gaat dan om diploma’s die zijn afgegeven na de meet-datum van 1 oktober en dan schuift bekostiging een jaar op. Daarnaast is er in deze periode extra inzet nodig om het inhaalonderwijs van de opleiding te kunnen verzorgen. Vergeet niet dat de bekostiging van de tandheelkunde-opleiding al vele jaren structureel tekortschiet.’

 

(Lees verder na de foto)

Foto: Folia-archief
Lege behandelruimtes in Acta

Rekrutering

De aansturing van Acta is per definitie niet eenvoudig omdat de directie verantwoording moet afleggen aan twee universiteiten met elk een eigen college van bestuur en een soms verschillende cultuur. De VU heeft de reputatie directiever te zijn en haar medewerkers volgzamer, terwijl de UvA politieker en eigenzinniger is. Gemakkelijk is het niet om tussen die twee culturen te laveren. Iets vergelijkbaars is natuurlijk aan de hand bij Amsterdam University College, dat óók van UvA en VU is, maar een relatief kleine eenheid is zonder masterfase, zonder onderzoek en zonder patiëntenzorg.

 

Acta daarentegen is een volwaardige faculteit waar onderwijs én onderzoek wordt verricht. De decaan valt rechtstreeks onder de colleges van bestuur die in de meeste gevallen geen medische achtergrond hebben, al is de rector magnificus van de VU, Jeroen Geurts, neurowetenschapper (én filosoof). Inhoudelijke aansturing is daarom niet per se heel gemakkelijk. Tel daarbij op dat Kalenderian werd aangesteld een paar maanden nadat ook haar directeur bedrijfsvoering Peter Bosman was aangesteld en er zaten zomaar twee relatieve nieuwelingen in het directieteam. Bosman is dan wel een ervaren bedrijfsvoerder, maar wel uit het verre Nijmegen, waar hij voor zijn vertrek naar Acta directeur Finance & Control was aan de Radboud Universiteit.

 

Raad van Toezicht

De centrale ondernemingsraad (COR) van de UvA telt zestien leden, van wie twee afkomstig van Acta, namelijk Henk Brand en Niels Naaraat. Folia zond hen afgelopen week een serie vragen, maar daarop kwam geen antwoord. Wel heeft Henk Brand de COR inmiddels op de hoogte gesteld van de situatie bij Acta. Een collega-COR-lid van Brand laat Folia per mail weten dat ‘de ondernemingsraad van Acta zich zeer ongerust heeft uitgelaten over de situatie bij Acta. Er spelen veel zaken gelijktijdig en al wat langer’. De COR heeft deze vrijdag 1 juli een gesprek met de Raad van Toezicht. ‘Het is de bedoeling dat we dan onze grote zorgen aan hen voorleggen.’ Precies op die dag gaat ook de tijdelijke benoeming in van interim-decaan Hans Romijn.

‘De interim-decaan zal onder meer kijken naar welke opties er zijn om de samenwerking met Amsterdam UMC te verstevigen’

Amsterdam UMC

Dat Romijn de komende tijd de scepter zwaait in Acta lijkt niet helemaal toevallig. Niet alleen was hij kennelijk beschikbaar, op de achtergrond speelt ook nog een mogelijke samenwerking van Acta met het Amsterdam UMC. Het is een kwestie die al langer speelt, maar niet per se op welwillendheid van Acta-medewerkers kan rekenen. Dat een tandheelkundefaculteit is ondergebracht bij een medische faculteit is op zich niet ongebruikelijk: in Groningen en Nijmegen zijn de tandheelkunde-opleidingen ondergebracht bij de universitair medische centra. Ook bij Harvard is dat het geval.

 

Kalenderian gaf ook een aanzet tot meer samenwerking met het Amsterdam UMC, maar sommige tandartsen vrezen daarbij verlies van autonomie en budget voor Acta. ‘Bij geneeskunde tel je als tandheelkunde-opleiding nauwelijks mee. De artsen maken het budget op en voor de mondzorg blijft weinig over,’ zegt een betrokkene die anoniem wil blijven.

 

Zo’n plan leidt dus gemakkelijk tot chagrijn jegens het faculteitsbestuur. Toch moet Romijn er mee doorgaan, zo blijkt uit de persverklaring van 16 juni. Hij moet niet alleen ‘(bestuurlijke) rust en stabiliteit’ garanderen binnen Acta, maar hij heeft ook als opdracht ‘om toekomstperspectieven voor Acta’ te verkennen. ‘Daarbij zal onder meer gekeken worden naar welke opties er zijn om de samenwerking met Amsterdam UMC te verstevigen.’ ‘Precies die opdracht geeft juist geen rust,’ zegt een lid van de COR van de UvA. Romijn heeft twee jaar de tijd om verdere onrust te voorkomen en rust te brengen aan een faculteit die tegen die tijd wellicht zal zijn ondergebracht bij het Amsterdam UMC.

 

Dit verhaal is tot stand gekomen op basis van gesprekken en mailconversaties met meerdere betrokkenen binnen en rond Acta, en op basis van eerder verschenen artikelen in Folia en Ad Valvas. Aan Elsbeth Kalenderian zijn per mail een aantal vragen voorgelegd, maar zij gaf er de voorkeur aan om niet te reageren.