Foto: Publiek domein
actueel

‘Wij zijn er ook voor studenten die niet lekker in hun vel zitten’

Dirk Wolthekker,
16 oktober 2018 - 16:28

In 1938 werd de Stichting Universitaire gezondheidszorg Amsterdam opgericht, de voorloper van de huidige dienst Studentenartsen. Directeur-arts Peter Vonk: ‘Tuberculose was toen volksziekte nummer één.’

U geeft vanavond een etentje voor tachtig mensen in een mooie eettent. Het mag wat kosten.

‘Dat valt wel mee hoor. Vergeet niet dat we dit ook maar een keer in de tachtig jaar doen (haha). Laten we zeggen: we hebben hier voor gespaard en kunnen nu dus uitgeven. En vergeet niet: wij worden van hoog tot laag in de instelling gewaardeerd. Dan mag je ook wel eens een feestje geven.’

 

Waarom was er een speciale huisarts nodig voor studenten?

‘In 1938 werd, zoals men toen schreef, “het ontbreken van geneeskundige raadgeving aan studenten” als een gemis gevoeld. Dat heeft veel te maken met de tuberculose, een besmettelijke ziekte die toen veel slachtoffers eiste en volksziekte nummer één was, ook onder studenten. De huisartsen hadden aanvankelijk een preventieve functie ten aanzien van tuberculose, eerst alleen voor geneeskundestudenten, later voor alle studenten. Dat heeft zich geleidelijk ontwikkeld tot de studentenartsen die wij nu zijn.’

Foto: Peter Vonk

Maar tuberculose komt niet veel meer voor. Wat is dan nu jullie legitimatie?

‘De gewone huisarts heeft een zogenoemde “rayonbeperking”. Normaal als je naar een andere buurt verhuist, moet je van huisarts veranderen anders brengt hij geen huisbezoek. Voor studenten, die vaak veel verhuizen, is dat niet handig en daarom hebben wij geen rayonbeperking. Bij een gewone huisarts draait het bovendien vaak rond de problemen van kleine kinderen en oude mensen. Bij ons gaat het specifiek om studentenkwalen. Ten derde is de UvA een grote instelling met veel studenten. Dan is het logisch dat het universiteitsbestuur zich ook verantwoordelijk voelt voor de zorg van die studenten. Inmiddels hebben we meer dan 25.000 consulten per jaar.’

 

Waarom mogen medewerkers eigenlijk niet komen?

‘Die mogen wel komen, alleen hebben die vaak een eigen huisarts. Ook alumni mogen blijven komen. Vroeger was dat wel bezwaarlijk, want de UvA betaalde onze rekening, dus we kostten geld. Maar tegenwoordig sturen we de rekening naar je ziektekostenverzekeringsmaatschappij, ook als je student bent. Wij financieren ons grotendeels zelf.’

‘Wij zijn er ook voor studenten die niet lekker in hun vel zitten’

Is het soort kwalen waarmee studenten komen veranderd?

‘Jazeker. Zoals gezegd, het begon met de tuberculose. Toen kwamen er de klachten bij die verband hielden met oorlog en ondervoeding. Er kwamen zogenoemde “eettafelsTafels waarbij studentenartsen studenten in en vlak na de oorlog te eten gaf.” en later de psychische problemen. Wij zijn de moeder van de eettafels en de vader van de studentenpsychologen, zeg ik altijd. Vanaf de jaren zeventig hebben we veel gedaan aan anticonceptie en vanaf de jaren tachtig en negentig hiv en andere soa’s. En nu zien we veel angst, depressies, somberheid, burnout.’

 

Vooral psychische problemen dus.

‘Ja, maar ook die lossen we wel op, al moet je er wel zelf mee komen en dat gebeurt nog onvoldoende. Wij zijn er ook voor studenten die niet lekker in hun vel zitten. Gelukkig hebben we sinds kort de studentengezondheidstest. Daarmee kun je via het stoplichtmodel digitaal signaleren of je een gezondheidsprobleem hebt. Je doet een test en kom je uit bij het rode of oranje stoplicht, dan wordt het tijd om actie te ondernemen. Maar dat moet je dan dus wel doen.’

‘De beste remedie tegen tentamenstress is je tentamen goed leren, want zonder te studeren wordt het niets.’

De UvA zet bovendien puppy’s in om gestreste studenten tot bedaren te brengen. Goed plan?

‘Zijn de gunstige effecten daarvan wetenschappelijk onderzocht? Een beetje wandelen, sporten en een hondje aaien kan nooit kwaad. Rust, reinheid en regelmaat is goed voor iedereen, dus ook voor studenten. Maar de beste remedie tegen tentamenstress is je tentamen goed leren, want zonder te studeren wordt het niets.’

 

U bent er intussen ook voor de HvA. Is er verschil tussen universitaire en hogeschoolstudenten?

‘Jazeker wel. Wij registreren natuurlijk of studenten van de UvA of van de HvA komen. Die van de HvA zijn een tikje jonger, ze wonen vaak nog thuis en hebben een ietsje minder bravoure dan UvA-studenten. HvA-studenten roken en drinken minder en gebruiken minder drugs. UvA-studenten vertonen ongezonder gedrag, maar voelen zich mentaal wel gezonder dan HvA-studenten.’

 

Hoe komt dat?

‘Ik denk dat dit te maken heeft met een gemis aan gevoelde autonomie. De HvA kent een schoolsere omgeving, studenten lopen er iets meer aan de leibanden van de school. Dat remt het gevoel van volwassenen-zijn en kan leiden tot een gemist gevoel aan autonomie en daardoor een minder gezond gevoel.’

 

Eet smakelijk, vanavond.

‘Dat gaat vast lukken. Bovendien, het gaat niet alleen om eten, maar ik ga ook een pitch houden waarbij ik een verrassing onthul voor de hele UvA- en HvA-gemeenschap, studenten en medewerkers, iedereen! We gaan iedereen geluk aanbieden, maar hoe we dat gaan doen houd ik nog even voor me. Morgen meer!’