Foto: Claude Truong Ngoc (cc, via Wikimedia Commons)
wetenschap

‘De waarden waarmee we nieuwkomers confronteren zijn helemaal niet zo Nederlands’

Steffi Weber,
11 maart 2016 - 09:31

In het huidige debat over de integratie van nieuwkomers ontbreekt het aan feiten. Studenten en wetenschappers hebben daarin een belangrijke rol, ze moeten zich meer bewust zijn van van de Nederlandse geschiedenis. Dat stelt UvA-hoogleraar Jan Willem Duyvendak.

De socioloog beticht Nederlanders donderdag in een essay in de Groene AmsterdammerLees het hier op de site van Duyvendak. van collectief geheugenverlies. In het debat over moslims wordt vaak gesteld dat de cultuur van moslims haaks staat op typisch Nederlandse waarden als rechten van vrouwen en homo’s of scheiding van kerk en staat, zegt Duyvendak. ‘Terwijl wij die normen en waarden nog helemaal niet lang geleden hebben omarmd en de laatste decennia keihard zijn bevochten.’

 

Zo stemde in 1996 nog de helft van de Tweede Kamerfractie van de VVD, inclusief fractievoorzitter Frits Bolkestein, tegen een onderzoek naar de mogelijkheid van het homohuwelijk. En ook nu zijn die normen en waarden vaak meer ideaal dan realiteit: bijna nergens in Europa is het verschil tussen het aantal gewerkte uren van mannen en vrouwen zo groot als in Nederland.

 

‘Ik ben dus in principe ook optimistisch wat betreft de nieuwkomers. Het hoeft niet per se lang te duren voor ze normen en waarden die veel autochtonen inmiddels normaal vinden hebben omarmd; in Nederland is dat proces ook snel gegaan. Anderzijds maak ik me zorgen over het feit dat Nederlanders blijkbaar geen flauw benul hebben over hun eigen geschiedenis.'

 

Waar komt dat geheugenverlies vandaan?

‘Het komt vooral door de verhouding met Nederlandse moslims. Rechtse, populisitische en christelijke partijen zijn in hoog tempo moderner geworden en moesten het erfgoed van de jaren zestig omarmen om daarmee iets in handen te hebben om zich te distantiëren van moslims.

 

De linkse partijen hebben deze waarden al veel langer gesteund, dus die willen op dat punt niet tegen de populisitische partijen als de PVV ingaan. Tegelijkertijd voelen zij zich niet goed bij het nationalistischer worden van deze normen en waarden.’

‘Veel studenten geloven dat Nederland al heel lang progressief is en sommigen denken ook dat moslims dat níet zijn’

Ziet u deze vorm van geheugenverlies ook bij UvA-studenten?

‘Ja. Ze zijn vaak verbaasd als ik voorbeelden geef en vertel dat Nederland tot de jaren zestig juist heel conservatief was. Zij geloven dat Nederland al heel lang progressief is en sommigen denken ook dat moslims dat níet zijn. Maar wat me vooral opvalt is de volstrekte vanzelfsprekendheid waarmee ze sommige waarden als typisch Néderlandse waarden zien. Terwijl het daar helemaal niet om gaat, het gaat erom dat het mensenrechten zijn.’

 

Wat kunnen studenten daaraan doen?

‘Als je naar het journaal of naar politieke debatten kijkt zou je je altijd moeten afvragen wat de dominante vraag is. De afgelopen tien jaar was dat: “Wat is echt Nederlanderschap?” Dan is het dus heel belangrijk dat je erbij stilstaat waarom dit nationalistische frame zo dominant is geworden en wat er gebeurt als we deze normen en waarden claimen als Nederlands.

 

Je zet natuurlijk buitenlanders op een grote afstand maar je zegt daarmee ook dat de mensen uit de Biblebelt geen Nederlanders zijn. Als ik met een SGP’er in debat ga wil ik zeggen dat hij verkeerde opvattingen over vrouwen heeft, als hij vindt dat vrouwen niet verkiesbaar zouden moeten zijn. Maar ik wil hem niet aanvallen op het feit dat hij geen Nederlander is.’

Foto: Danny Schwarz

In zijn essay in De Groene gebruikt Duyvendak de UvA als voorbeeld om te laten zien hoe vermengd de openbare sfeer en de christelijke cultuur nog altijd zijn - vaak zonder dat we het zelf doorhebben. Duyvendak noemt als voorbeeld de stilteruimtes, waar de UvA na lang wikken en wegen mee akkoord ging, maar niet zonder te benadrukken ‘dat een “neutrale” instelling als de UvA geen religieuze monopolisering van die ruimte zou kunnen accepteren. In een volgende e-mail meldde men zonder blikken of blozen dat de kerst­bomen op een bepaalde datum werden geplaatst.’

 

Wat wilt u daarmee laten zien?

‘Als je zelf tot de meerderheid behoort ben je er niet van bewust van wat je zelf voor vanzelfsprekend aanneemt. Dan denk je niet eens meer na over het feit dat de kerstboom toch echt wel iets te maken heeft met het christendom. Ik ben echt voor kerstbomen, begrijp me niet verkeerd, maar juist de dominante groep - en dat geldt ook voor de leiding van de UvA - moet zich realiseren dat zoiets als neutraliteit niet bestaat. Dus als je een kersboom neerzet, geef dan aan dat je dat doet vanuit een bepaalde traditie en dat je iedereen uitnodigt om daarvan te genieten of iets dergelijks.’