Over tien jaar moeten alle wetenschappelijke onderzoeken waar de overheid aan meebetaalt openbaar toegankelijk zijn. Dat kondigde staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Sander Dekker afgelopen vrijdag aan in een brief aan de Tweede Kamer. Hiermee maakt het Ministerie een principiële keuze voor Open Access-publicaties, omdat dit bijdraagt ‘aan de verspreiding van kennis, de vooruitgang in wetenschap, de bevordering van innovatie en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.’ Maar wat is open access eigenlijk, en wat is er zo bijzonder aan de brief van Dekker?

Wat is Open Access?
De Open Access-beweging streeft ernaar om zoveel mogelijk wetenschappelijke informatie vrij toegankelijk te maken. Dat houdt in dat de vruchten van wetenschappelijk onderzoek gratis toegankelijk moeten zijn voor ieder die dit wil inzien.

Kortweg zijn er twee varianten van Open Access: een Gold-variant en een Green-variant. Dekker pleit voor de Gold-variant. In deze variant moet een wetenschapper betalen voor zijn publicatie in een Open Access-magazine en moeten vervolgens de lezers van het tijdschrift vrije toegang krijgen. De bijdrage van de onderzoeker aan een dergelijke publicatie varieert van 10 euro tot 4.000 euro per artikel, afhankelijk van het tijdschrift. Bij de Green-variant worden artikelen gepubliceerd in betaalde tijdschriften maar krijgen universiteiten een eigen ‘repository’ waarin zij zelf de publicaties van hun medewerkers vrij toegankelijk publiceren. Daarbij vragen de uitgeverijen soms wel om een embargo-periode, waarbinnen het artikel alleen in het tijdschrift te lezen is.

Waarom kiest het Ministerie voor de Gold-variant?
In de brief wordt de keuze voor Gold niet gemotiveerd. De staatssecretaris schrijft enkel 'Mijn voorkeur gaat uit naar Open Access publiceren via tijdschriften die de wetenschappelijke publicaties online gratis beschikbaar maken, de Golden road.' Dat voor de Gold-variant wordt gekozen is opvallend omdat het inhoudt dat de staat, via de financiering van universitair onderzoek, opdraait voor de kosten van de Open Access-publicaties. Bovendien zullen Nederlandse universiteiten nog steeds gedwongen zijn om dure abonnementen af te sluiten op buitenlandse tijdschriften, terwijl buitenlandse universiteiten gratis de Nederlandse tijdschriften kunnen inzien. Wanneer er voor de Green-variant zou worden gekozen betaalt de staat niets extra en zullen tijdschriften eerder gedwongen worden hun verlies te nemen omdat zij aan exclusiviteit en aan waarde verliezen.

Betekent Open Access ook dat alle onderzoeksdata openbaar worden?
Het publiceren van data die de basis vormen van wetenschappelijke artikelen niet aan de orde, zo laat Dekker in de brief weten. De commissies die onderzoek deden naar de fraudegevallen van Diederik Stapel en Mart Bax raadden juist aan ook dat te verplichten, om zo wetenschappelijke onzorgvuldigheid gemakkelijker te kunnen opsporen.

Klinkt allemaal leuk en aardig. Maar hoe gaat Dekker dit bereiken?
Binnen vijf jaar moet zestig procent van alle publicaties al Open Access zijn en daartoe moeten universiteiten, de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschap en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek direct prioriteit geven aan Open Access. Dekker waarschuwt in zijn schrijven dat wanneer er in 2016 nog niet genoeg stappen zijn ondernomen hij de Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek wil aanpassen om universiteiten zo te dwingen hun publicaties openbaar te maken.