Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Ilsoo van Dijk (UvA; archiefbeeld)
opinie

‘De wetenschap wordt niet ineens bedreigd door academici met een mening’

Marco Borkent,
10 januari 2022 - 13:24

We moeten niet doen of studenten of wetenschappers met een politieke mening de wetenschap bedreigen, schrijft sociologiestudent Marco Borkent. Volgens hem is het juist een kans om ‘tot een meer gedegen vorm van kennis te komen.’

Onlangs verscheen op Folia.nl een artikel met de kop Een ‘links bolwerk’ vol ‘wokies’ – hoe wakker is de UvA nu echt? In het artikel zijn verschillende academici van de UvA aan het woord die zich in het kader van de ‘linkse woke-cultuur’ op de UvA uitspreken voor het beschermen van de academische vrijheid die volgens hen door die cultuur wordt bedreigd.

Sociale wetenschappen

In lijn met de openingsspeech van het academisch jaar van Geert ten Dam wordt gesuggereerd dat studenten in aanraking moeten blijven komen met ‘onwelgevallige meningen’, omdat het bestuderen van fenomenen van verschillende standpunten de ‘ziel van de academie’ vormt. Deze ziel van de academie wordt niet overal belegerd, zo wordt door bioloog Annemie Ploeger gesteld dat het vooral de studenten sociologie, politicologie en antropologie zijn die zich afsluiten voor de wetenschap: “Ik merk dat dergelijke studenten niet openstaan voor wetenschappelijke feiten”.’

‘Het is pijnlijk dat alweer wordt gesuggereerd dat de sociale wetenschap niet een plek is van degelijke kennisverwerving, terwijl de biologie dat wel zou zijn’

Als sociologiestudent ligt deze discussie me nauw aan het hart. Daarom is het des te pijnlijker dat alweer wordt gesuggereerd dat de sociale wetenschap niet een plek is van degelijke kennisverwerving, terwijl de biologie dat wel zou zijn. Daar komt bij dat, in dit frame, eenieder die zich inzet voor de verinclusivering en dekolonisering van het curriculum een politiek standpunt inneemt dat bijna per definitie in strijd is met de objectiviteit van de onderzoeker.

 

Objectiviteit

Ploeger maakt zich inderdaad zorgen over de objectiviteit van de wetenschap. En ook bioloog Zonneveld spreekt zich in het artikel uit voor de objectiviteit van de onderzoeker: ‘Ik heb moeite met dat er volgens dit gedachtegoed geen algemene geldigheid meer is van feiten’. Ten grondslag aan de discussies omtrent de academische vrijheid ligt een epistemologisch vraagstuk: wat is objectiviteit? Wie kan daar aanspraak op maken? En hoe is de wetenschap politiek?

‘De maatschappij waarin je opgroeit, de cultuur die je in je draagt, je persoonlijke ervaringen bepalen de manier waarop je naar de wereld kijkt’

Standpunt-epistemologiën leren ons dat de wetenschap altijd politiek is. Onder meer de maatschappij waarin je opgroeit, de cultuur die je in je draagt en je persoonlijke ervaringen bepalen tot in detail de manier waarop je naar de wereld kijkt. Het is dan ook niet gek dat, op het moment dat bioloog Zonneveld een gastcollege geeft over biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, studenten zich afvragen hoe deze feiten worden geconstrueerd. En: wie in die constructie tussen wal en schip vallen. Vragen over wat dat betekent voor transpersonen bijvoorbeeld, of hoe wetenschappelijke feiten over het verschil tussen mannen en vrouwen tot stand komen in een patriarchale maatschappij, zijn geen overbodige marginale punten, maar discussies die raken aan het hart van de wetenschappelijke kennisproductie.

 

Defaitisme

Dat wil echter niet zeggen dat dit moet leiden tot een defaitisme waarin wetenschappelijke kennisproductie geheeld overboord gegooid moet worden. Integendeel, standpunt-epistemologiën vragen om een andere wetenschappelijke praxis die juist mogelijkheden kunnen bieden tot het starten van nieuwe, meer inclusieve, wetenschappelijke discussies.

‘Juist in een tijdsgewricht waarin “alternative facts” op lijken te spelen is epistemologische reflectie van enorm belang’

In het artikel stelt mediawetenschapper Forceville dat hij het lastig vindt dat ‘pijnlijke kwesties ogenschijnlijk niet meer open besproken kunnen worden’. Hij doelt hiermee op het gebruik van het N-woord in zijn colleges en in het boek A rose for Emily van William Faulkner dat in die collegereeks wordt besproken. Eerder dan de vijandigheid van de zogenaamde cancel culture, getuigt dit van een gebrek aan didactische creativiteit. Benader dit punt eens anders: wat betekent het om dit boek nu nog te bespreken? Wat betekent het als het N-woord valt tijdens een college, al dan niet door een wit persoon? Is de raciale dynamiek van het boek ook nu nog terug te zien? Bovendien, is het in tijden van ontlezing niet juist mooi dat studenten zich nog zo druk kunnen maken over het taalgebruik in een roman?

 

Dit zelfde geldt volgens mij voor wetenschappelijke discussies meer in het algemeen. Juist in een tijdsgewricht als het onze, waarin ‘alternative facts’ op lijken te spelen of waarin allerlei mensen zich druk maken over academische vrijheid, is epistemologische reflectie van enorm belang. Dus laten we nou niet doen of de wetenschap ineens wordt bedreigd door wetenschappers en studenten met een politieke mening, maar gebruik deze tendens om tot een meer gedegen vorm van kennis te komen.

 

Marco Borkent is bachelorstudent sociologie.

Lees meer over