Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Anastasiia Chepinska (Unsplash)
opinie

‘Studenten mogen zelf bepalen hoe zij eruitzien, ook bij online onderwijs’

Fabian van Hal,
22 juni 2020 - 11:32

Docenten mogen studenten best aanspreken als ze ongemotiveerd of onvoorbereid zijn, of niet goed meedoen. Maar tips voor uiterlijke verzorging of het opruimen van een kamer gaan te ver, vindt rechtenstudent Fabian van Hal. ‘Een docent moet objectief zijn en de inhoud van een student beoordelen, niet de uitstraling.’

Studeren tijdens corona, het gaat nog niet van een leien dakje. Een rustige studieplek vinden is een hele opgave, en vergeet de bijkomende stress niet. Wat niet meehelpt, is wanneer een docent zich uitlaat over hoe studenten eruit zouden moeten zien.

 

Vorige week schreef UvA-docent Nina Scheres op Folia een kritisch artikel over hoe studenten en docenten tijdens online-werkgroepen eruit zouden moeten zien voor de webcam. Ze hekelt studenten die geen neutrale achtergrond hebben, was in hun kamer hebben hangen, er bleek uitzien, in bed de werkgroep volgen of niet opgemaakt zijn. Het siert docenten niet om voor te schrijven hoe studenten zich presenteren op de webcam: colleges volgen tijdens corona is al moeilijk genoeg. Studenten hebben geen presentatie-protocol nodig voor werkgroepen.

‘Veel studenten hebben een relatief kleine studentenkamer: om deze dan volledig ‘‘neutraal’’ te maken is een onmogelijke opgave’

Eerste indruk

Het argument dat terugkomt in het betoog van Scheres is dat een eerste indruk bij een docent al snel gemaakt is, namelijk binnen twee seconden. Wat de implicatie daarvan is, laat ze in het midden. Rechtvaardigt een eventueel onverzorgd uiterlijk een andere behandeling? Moet een student anders beoordeeld worden omdat zij zonder foundation in de les zit?

 

Nee, natuurlijk niet. Elk mens, ook docenten, zitten vol met onbewuste vooroordelen. Het is belangrijk om daar bewust van te worden, zodat je jezelf kan corrigeren en het vooroordeel tegen kan gaan. Zeker docenten moeten zich hiervan bewust zijn. Door aan te kaarten dat een eerste indruk binnen enkele seconden gemaakt kan zijn, zou Scheres juist moeten weten dat ze zichzelf moet corrigeren en op een neutrale wijze moet kijken naar studenten. Het uiterlijk van een student is immers irrelevant tijdens de les – belangrijker is dat een student goed meedoet en de stof goed begrijpt.

‘We studeren niet om schoonheidsspecialist te worden, maar academicus’

Praktische problemen

Daarnaast zijn er praktische problemen: studeren tijdens corona is, voorzichtig uitgedrukt, onhandig. Veel studenten hebben een relatief kleine studentenkamer: om deze dan volledig ‘neutraal’ te maken is een onmogelijke opgave. Voor sommigen is het simpelweg niet mogelijk om een witte, lege achtergrond te hebben, alle kleren uit beeld te krijgen of niets in hun kamer te hebben. Bovendien is studeren iets persoonlijks: de een studeert het best aan een bureau, de ander het prettigst in een bed. Het is niet aan een docent om te oordelen over wat voor iedereen het beste werkt.

 

Tegelijkertijd is er een verschil tussen het uiterlijk van een student en of een student goed meedoet: is de student in kwestie passief, onvoorbereid of vertoont hij ongewenst gedrag, dan is het niet meer dan logisch dat een docent hem of haar daarop aanspreekt. Dat geldt immers ook voor fysieke lessen. In zoverre heeft Scheres gelijk.

Het advies van ‘een lik foundation’ of een opgeruimde kamer gaat dan weer te ver. Docenten zouden niet de schijn van partijdigheid moeten hebben wanneer iemand er in hun opinie ‘onverzorgd’ uitziet – een docent moet objectief zijn en de inhoud van een student beoordelen, niet de uitstraling. De eerste indruk is niet relevant voor onze academische carrière. Wij gaan zelf over hoe wij ons kleden, of we make-up dragen en over onze baard of snor. We studeren niet om schoonheidsspecialist te worden, maar academicus.

 

Fabian van Hal is student rechtsgeleerdheid.

Lees meer over