Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Irene Schoenmacker
opinie

‘De universiteit moet zich richten op burgerschap, niet op economisch nut’

Giselinde Kuipers,
26 september 2019 - 07:22

We gaan met universiteiten om alsof dat wat geen economisch nut heeft, ook geen waarde heeft, schrijft hoogleraar cultuursociologie Giselinde Kuipers. We moeten het accent verschuiven van rendement naar burgerschap, vindt ze. ‘Een goed functionerende democratische samenleving heeft alle soorten kennis nodig.’

Actie begint bij het besef dat het anders kan. Het afgelopen jaar is WOinActie uitgegroeid van een mailinglijstje van getergde wetenschappers tot een heuse, succesvolle beweging. Dit laat zien dat er iets mis is aan de universiteit – dat steeds meer mensen vinden dat het anders moet. Anders dan de huidige universiteit, waar alles in het teken staat van rendement en nut, van meer, meer, meer.

 

Diploma- en artikelenfabriek

De universiteit is de laatste jaren verworden tot een diploma- en artikelenfabriek, waar de liefde en toewijding van wetenschappers wordt uitgebuit. De universiteit is tegenwoordig een outputuniversiteit waar studenten het ruwe materiaal zijn voor diploma’s, waar artikelen het ruwe materiaal zijn voor miljoenenbeurzen en waar competitie de drijvende kracht is.

 

Het gaat aan de universiteit niet meer over wetenschappelijke nieuwsgierigheid, niet over de vorming van jonge mensen en niet over het oplossen van maatschappelijke problemen. Wetenschappers, studenten, universiteiten, vakgebieden worden gedwongen constant met elkaar te wedijveren en worden steeds meer tegen elkaar uitgespeeld.  

‘Met een verbluffende achteloosheid wordt afgebroken wat in decennia is opgebouwd’

Weer meer nadruk op rendement

De minister vond ook dat het anders moest. Wissels om, zo heette het rapport van de Commissie-Van Rijn. Helaas presenteerde het geen nieuwe visie op de universiteit, maar meer van hetzelfde. De nadruk lag weer op meer rendement, door in te zetten op wat economisch nuttig zou zijn. Dat betekent dus volgens de huidige politiek: meer bèta en techniek, voor de groei van Nederlandse economie. De politiek wil blijkbaar een land vol techneuten, welvarend en weggedoken achter de dijken.

 

Met een verbluffende achteloosheid wordt afgebroken wat in decennia is opgebouwd. Als klein land hebben we over de hele linie uitzonderlijk goed wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Een sleutelpositie in internationale wetenschappelijke netwerken in alle wetenschapsgebieden. Achteloos wordt het kapotgemaakt.

 

Alsof dat wat geen economisch nut heeft, ook geen waarde heeft. 

‘Wat nou als we de universiteit inrichten zodat het niet gaat om het maximaliseren van economisch nut, maar om het bevorderen van burgerschap?’

WOinActie begon met de eis van meer investeringen in alle wetenschapsgebieden, maar het afgelopen jaar zagen we dat er meer op het spel staat dan geld. Wat op het spel staat is het idee van de universiteit. Waarom bestaat de universiteit? En voor wie? Wat is ons doel?

 

Het kan anders, en het moet anders. Maar hoe dan? Dat is bij uitstek een vraag voor ons wetenschappers. Wij zijn immers voor alles mensen die laten zien dat je dingen anders kunt zien. Dit hebben alle wetenschappers gemeen: de paradoxale combinatie van creativiteit en andere visies op de werkelijkheid, en een strenge toetsing van deze visies: welke is de beste? Wij hebben gezien dat deze universiteit niet de juiste is. Nu moeten we iets nieuws bedenken. Iets anders. Iets beters.

 

De burgerschapsuniversiteit

Wat nou als we de universiteit inrichten zodat het niet gaat om het maximaliseren van economisch nut, maar om het bevorderen van burgerschap? Als we streven naar een zo volwaardig mogelijke deelname van burgers, binnen en buiten de universiteit, aan de samenleving? Die doelstelling is niet normatiever of onwetenschappelijker dan economische groei. Deze doelstelling is ook niet van zichzelf rechts of links. Wel is hij verbonden met democratie, en met een open samenleving. Burgerschap is ook niet van zichzelf alfa, bèta, gamma, medisch of technisch. Een goed functionerende democratische samenleving heeft alle soorten kennis nodig.  

 

Een universiteit georganiseerd rondom burgerschap ziet er wel anders uit dan de universiteit die wij kennen. Het leidt tot (deels) ander onderwijs, ander onderzoek, en een ander verhouding tussen disciplines.

‘Wij richten ons het liefst op de slimste 18- tot 22-jarigen. Wie ouder is, of jonger, of dommer, of misschien gewoon uit een minder geprivilegieerd milieu, zien wij niet’

Kritische burgers en betere docenten

Laat ik beginnen bij het onderwijs. Een burgerschapsuniversiteit leidt studenten niet alleen op tot werknemers of  – beter nog! – ondernemers, maar tot kritische individuen die niet bezig zijn met eigen belang, maar algemeen belang.

 

Het werk van bèta’s, ingenieurs en medici is van groot algemeen belang. Maar zij kunnen hun bijdrage niet leveren zonder de kennis die sociale- en geesteswetenschapen bieden: over samenleving, cultuur, identiteit; over politieke processen, juridische randvoorwaarden, individuele motivaties en emoties.

 

Als het gaat om burgerschap heeft de huidige universiteit een pijnlijk gat laten vallen. Onderwijs gaat altijd om burgerschap – van basisonderwijs tot wetenschappelijk onderwijs. Maar de universiteit heeft zich afgekeerd van de rest van het onderwijs. Wij richten ons het liefst op de slimste 18- tot 22-jarigen. Wie ouder is, of jonger, of dommer, of misschien gewoon uit een minder geprivilegieerd milieu, zien wij niet. Het opleiden van docenten, misschien wel de belangrijkste vorm van kennisdeling, is zo goed als verdwenen van de universiteit.

‘Een burgerschapsuniversiteit wil burgers betrekken bij onderzoek. Niet door zo’n monstrum als de Nationale Wetenschapsagenda, maar door citizen science’

De universiteit moet de pedagogische functie weer terugveroveren. Dat kan door onze kennis te delen, door ook open te staan voor anderen dan de adolescenten die de arbeidsmarkt nodig heeft. Maar vooral: door het opleiden van docenten voor het beste onderwijs voor iedereen.

 

In een universiteit gericht op burgerschap ziet ook internationalisering er ineens anders uit. Nu is internationalisering ofwel een verdienmodel voor universiteiten, ofwel een kostenpost voor het ministerie. Maar internationalisering is een investering in Europees, zelfs mondiaal burgerschap. Internationaal onderwijs zorgt dat mensen uit verschillende landen met elkaar in gesprek komen, zich in elkaar kunnen verplaatsen. Dat is belangrijk in een wereld die steeds meer uit elkaar lijkt te vallen. Het is ook een mooie taak voor een van rijkste landen van de EU, die het meest van deze EU geprofiteerd heeft. Burgerschap is ook een investering in sociale cohesie, vertrouwen, politieke stabiliteit, democratie.

 

Meer kennis delen en een grotere rol voor burgers

Ook onderzoek ziet er anders uit als we burgerschap als uitgangspunt nemen. Een burgerschapsuniversiteit gaat niet alleen om het creëren van fundamentele en toegepaste kennis. Zij wil deze bevindingen delen. Dat gebeurt niet noodzakelijk door popularisering – al mag dat ook – maar vooral door bevindingen waar mogelijk te beschikbaar te maken.

 

Er wordt hard gewerkt aan open access en – ere wie ere toekomt – de Nederlandse politiek heeft hierin een grote rol gespeeld. Maar we moeten investeren in kennisdeling die niet gecontroleerd wordt door grote internationale conglomeraten met winstoogmerk. Dat betekent: stop de afbraak van universitaire uitgevers. Bevorder vrij toegankelijke Nederlandse of Europese publicatieplatformen. Deel je kennis.

 

Een burgerschapsuniversiteit wil burgers betrekken bij onderzoek. Niet door zo’n monstrum als de Nationale Wetenschapsagenda, waar een heel circus van vragen uiteindelijk uitliep op alweer een NWO-ronde. Alweer een competitie waar dezelfde mensen een paar miljoen krijgen, en de rest hard werkte voor niets. Ik denk eerder aan iets als de wetenschapswinkels uit de jaren zeventig, of aan citizen science: burgers die meewerken aan verzamelen en interpreteren van data. In onze goed opgeleide samenleving zijn burgers meer dan studieobjecten: studiesubjecten, die meedenken en terugpraten.

‘We moeten ook samen nadenken over alternatieven voor de huidige inrichten van het hoger onderwijs. Ook zo tonen wij onze relevantie als universiteit’

Burgerschap in onderzoek betekent ook: het herstellen van het vertrouwen in de wetenschap. Het wantrouwen in wetenschap neemt toe, bij publiek en politiek. Bèta’s, ingenieurs, en medici hebben de hulp van alfa’s en gamma’s nodig om dit wantrouwen te begrijpen en vertrouwen terug te winnen.

 

Meer samenwerking tussen wetenschapsgebieden

Vanuit een burgerschapsperspectief gaat wetenschap primair over het oplossen van maatschappelijke problemen, ook de problemen die niet meteen een belemmering vormen voor economische groei. Om grote problemen als de klimaatcrisis en de energietransitie op te lossen is samenwerking tussen alle wetenschapsgebieden vereist.

 

Maar er zijn meer problemen die enkel opgelost kunnen worden door samenwerking tussen verschillende wetenschapsgebieden. Denk bijvoorbeeld eens aan de mondiale bevolkingsgroei en het bijbehorende voedselvraagstuk, aan digitalisering, aan de politieke polarisatie of aan de groeiende sociale ongelijkheid. Al deze ontwikkelingen bedreigen onze open, welvarende, democratische samenleving – en het welzijn en de participatie van alle burgers. Ze kunnen alleen begrepen kunnen worden door samenwerking tussen wetenschapsgebieden.

 

Het kan anders

Actie begint bij het besef dat het anders kan. WOinActie protesteert om te laten zien dat het anders moet. Dit betekent allereerst: vragen om meer investeringen in de wetenschap. Maar we moeten ook samen nadenken over alternatieven voor de huidige inrichten van het hoger onderwijs. Ook zo tonen wij onze relevantie als universiteit. De universiteit is niet de enige plek die zucht onder het rendementsdenken. Dat geldt voor het hele onderwijs, voor de zorg, en voor de rechterlijke macht. Allemaal hebben zij de afgelopen jaren alarm geslagen.

 

Als academische gemeenschap vertegenwoordigen wij een enorme denkkracht, kennis, expertise, verbeeldingskracht. Laten wij onze krachten bundelen. Laten wij ons niet meer tegen elkaar laten uitspelen. Laten wij samen nadenken over een universiteit waar de samenleving, en de burger, wat aan heeft. Laten we laten zien dat het anders moet. En hoe het anders kan.

 

Giselinde Kuipers is tot 1 oktober 2019 hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna stapt ze over na de Katholieke Universiteit Leuven. Deze tekst is een bewerking van een toespraak die ze op 2 september uitsprak bij de Ware Opening van het Academisch Jaar in Leiden.

Lees meer over