Foto: Teska Overbeeke (UvA)
actueel

Commissie-Van Rijn: meer geld voor technische studies, minder voor UvA

Henk Strikkers,
15 mei 2019 - 12:15

Er moet 250 miljoen euro worden overgeheveld naar de bètatechnische opleidingen. Dat is het belangrijkste concrete voorstel van de adviescommissie-Van Rijn die de financiering van het hoger onderwijs tegen het licht heeft gehouden. Het voorstel van Van Rijn levert de UvA een ‘reallocatie-effect’ van -1,19 procent op, een min van zo’n 5 miljoen euro per jaar.

Het UvA-bestuur is niet te spreken over het voorstel om geld weg te halen bij vakgebieden om technische studies extra te spekken. ‘Op deze manier pakt het voorstel desastreus uit voor alfa en gamma en de medische opleidingen,’ zo schrijft ze in een reactieLees hier de volledige reactie van het UvA-bestuur.. ‘Het probleem van bèta en techniek wordt opgelost door het probleem bij andere sectoren te vergroten. Dat is zorgelijk en onverantwoordelijk.’

 

(Lees verder onder de grafiek)

Foto: Rijksoverheid
Voormalig staatssecretaris Martin van Rijn gaf leiding aan de adviescommissie

Los van de herverdeling kraakt de commissie-Van Rijn harde noten in haar rapport. Zo zet de financiering van universiteiten op basis van studentenaantallen het systeem ‘onder grote druk’, staat in het rapport. ‘Een instelling die niet kiest voor groei, snijdt zichzelf in de vingers. Tegelijkertijd bezorgt de forse groei van studentenaantallen universiteiten financiële en capaciteitsproblemen.’

 

Zorgen om groei studentenaantallen

De commissie zet stevige vraagtekens bij de manier waarop universiteiten nieuwe studies opzetten. Ze noemt het ‘verleidelijk om opleidingen te beginnen die meer studenten trekken doordat ze net iets anders zijn dan de bestaande, door een andere inkleding – en soms door de nodige marketing.’ De universiteiten zouden te veel kijken naar opleidingen waarmee ze studenten kunnen trekken, vindt de commissie.

‘De grote groei in het aantal internationale studenten roept de vraag op tot welk punt internationalisering in het hoger onderwijs bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs en de Nederlandse economie en samenleving’

Bovendien stelt de commissie dat het belangrijk is dat er kan worden ‘gestuurd’ op de instroom van studenten uit het buitenland. ‘De grote groei in het aantal internationale studenten roept de vraag op tot welk punt internationalisering in het hoger onderwijs bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs (international classroom) en de Nederlandse economie en samenleving.’

Foto: Jeroen Oerlemans (UvA)
Geert ten Dam: ‘Het probleem van bèta en techniek wordt opgelost door het probleem bij andere sectoren te vergroten’

Te veel competitie tussen onderzoekers

Daarnaast is er volgens de commissie sprake van ‘doorgeschoten competitie’ als het gaat over onderzoek en het aanvragen van onderzoekssubsidies. Die conclusie onderschrijft het UvA-bestuur. Om dat te verminderen moet 100 miljoen euro, die de regering nu nog via beursprogramma’s verdeelt over wetenschappers, worden toegevoegd aan de algemene bijdrage die universiteiten krijgen, schrijft de commissie-Van Rijn. Universiteiten moeten dat geld dan zelf over wetenschappers verdelen, zonder dat die een tijdrovende aanvraagprocedure moeten doorlopen. ‘Dat kan rust brengen,’ vindt het UvA-bestuur.

 

De commissie constateert ook problemen die al jaren terugkomen in onderzoeken, zoals de ‘mismatch’ tussen de vraag van de arbeidsmarkt en de student. Zo zijn er te weinig studenten techniek voor de arbeidsmarkt, terwijl er veel te veel universitaire studenten economie en recht zijn. Daarnaast zijn de hoge uitval en switchpercentages, vooral bij technische studies, een groot probleem, schrijft de commissie.

‘Als universiteiten in onderling overleg onderzoeksprioriteiten stellen, dan zal dat leiden tot meer synergie en minder versnippering en verdringing’

Gebrek aan samenwerking

Van Rijn ziet op meerdere gebieden een gebrek aan samenwerking tussen universiteiten en hogescholen, ondanks eerdere beloftes. ‘In de praktijk overheerst nog veelal de concurrentie tussen instellingen om studenten en onderzoekstalent,’ schrijft hij. ‘De huidige nadruk op excellentie in onderzoek en op competitie als middel om excellentie op het spoor te komen, schiet zijn doel voorbij.’

 

Volgens de commissie is er een voor de hand liggende oplossing: meer overleg. ‘Als universiteiten in onderling overleg onderscheidende onderzoeksprioriteiten stellen, dan werkt dat door in alle geldstromen en zal dat leiden tot meer synergie en minder versnippering en verdringing.’

 

Advies

De Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek onder leiding van Martin van Rijn werd vorig jaar ingesteld door minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap; D66). Ze wilde dat een onafhankelijke commissie advies gaf over hoe ‘de bekostigingssystematiek’ verbeterd kon worden. De minister neemt het advies mee voor een zogenoemde Strategische Agenda die ze voor de zomer wil presenteren.

 

Het UvA-bestuur hoopt vooral dat er meer geld bij komt in die Strategische Agenda. ‘Het is noodzakelijk dat de minister middelen vrijmaakt om ook het hoofd te kunnen bieden aan problemen in andere sectoren dan bèta en techniek.’

 

Het gehele rapport van de commissie is hier te lezen.