Foto: Marc Kolle (Archief Folia)
opinie

‘Ik raad mijn junioren inmiddels een universitaire carrière af’

Liesbet van Zoonen,
2 juli 2019 - 07:44

Door een gebrek aan steun van bestuurders en politiek, en continue bezuinigingen is het geen feest meer om aan de universiteit te werken, schrijft hoogleraar Liesbet van ZoonenDit artikel werd eerder gepubliceerd in Sociologie Magazine.. Ze ziet een trend in berichtgeving over seksueel wangedrag en angstcultuur op universiteiten. ‘Dit is een heel giftige cocktail die nog veel meer slachtoffers gaat maken.’

De afgelopen maanden verscheen het ene na het andere bericht in de krant over misstanden aan de universiteit: vrouwen hebben meer dan elders te maken met mannelijke collega’s die hen seksueel lastig vallen; 40 procent van de werknemers van de universiteiten zegt weleens gepest of geintimideerd te zijn; een hoogleraar aan de UvA werd pas na vijftien jaar misbruik van studentes en jonge collega’s ontslagen. En onlangs werd oud-rector van de UvA Dymph van den Boom aan de publieke schandpaal genageld omdat ze onzorgvuldig met haar verwijzingen is geweest.


Wie zich afvroeg waar dat nieuws ineens vandaan kwam, stuitte op een afrekening in het circuit. Van den Booms interim-decanaat bij de geesteswetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) was een aantal mensen in het verkeerde keelgat geschoten, zoals de universiteitsbladen van de UvA en de EUR haarfijn reconstrueerden. Het CvB van de EUR stelde naar aanleiding van die analyse een onderzoekscommissie in om de ‘angstcultuur’ op de betreffende faculteit te onderzoeken. En dit is alleen nog een lijstje uit de openbaarheid; we weten allemaal nog meer.

‘Wat is er in vredesnaam op de universiteiten aan de hand? Zijn academici naar-het-slechte-geneigde mensen?’

Wat is er in vredesnaam op de universiteiten aan de hand? Zijn academici naar-het-slechte-geneigde mensen? Het moet gezegd dat je in de huidige academie een behoorlijk egocentrische, monomane werkstijl nodig hebt. Status of aanstelling krijg je alleen als je een prestigieuze individuele beurs hebt gehaald. Uitstekend teamwerk, excellent onderwijs of doorslaggevende maatschappelijke relevantie wegen daar niet tegenop.

 

Daar klaagt iedereen al jaren over, maar veel verandert er niet. Tel daarbij op dat anonieme afwijzing de normale persoonlijke ervaring is op de universiteit: anonieme afwijzing van je onderzoeksaanvraag, anonieme afwijzing van je artikel en anoniem gemopper van studenten op je onderwijs.

‘Het is alsof je negentiende-eeuwse fabrieksarbeiders probeert te helpen met een weerbaarheidstraining’

Ik heb ze wel eens alledrie op één dag gehad en ben toen voortijdig naar huis gegaan. Geen wonder dat één op de vier promovendi mentale problemen ervaart. Bovendien worden we niet alleen persoonlijk afgewezen. Terwijl we ons met zijn allen naar de luimen van de maatschappij draaien (323 voorstellen voor de Nationale Wetenschapsagenda van 2018, 17 gehonoreerd), zegt die maatschappij vaak keihard dat ze ons niet geloven. Opeenvolgende regeringen laten de universiteiten meedogenloos vallen; zelfs de recente investering in de betawetenschappen gaat ten koste van alle andere disciplines.


Voor die permanente afwijzing en de afwezigheid van maatschappelijke en beleidsmatige steun, zoeken we met zijn allen slechte en goede persoonlijke oplossingen: een nare hoogleraar eigent zich nog wat macht toe door zijn promovendi te pakken; een leuke hoogleraar creëert tijdelijke veilige plekken voor zijn eigen mensen; wie zich gekrenkt of niet gehoord voelt, mag naar een vertrouwenspersoon, een enkeling stapt naar een journalist. De CvB’s stellen onderzoekscommissies in en schipperen verder. Het is alsof je negentiende-eeuwse fabrieksarbeiders probeert te helpen met een weerbaarheidstraining.


We weten allemaal dat de problemen structureel zijn, we kunnen desalniettemin alleen maar individuele, ad hoc-maatregelen nemen. Dat heeft een heel giftige cocktail opgeleverd die nog veel meer slachtoffers gaat maken. Ik raad mijn junioren daarom inmiddels een universitaire carrière af, maar daar waren de meesten zelf al achter.

 

Liesbet van Zoonen is hoogleraar sociologie en decaan van de graduate school van vier faculteiten, twee onderzoeksinstituten en de helft van een vijfde faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze was van 2002 tot en met 2009 hoogleraar media & populaire cultuur aan de UvA.

Deze column verscheen eerder in Sociologie Magazine.

Lees meer over