Foto: Daniël Rommens
opinie

‘Er is niks mis met de medezeggenschap aan de UvA’

Gerwin van der Pol,
5 april 2018 - 09:21

De klachten over een gebrek aan medezeggenschap zijn onterecht, vinden vijf leden van de medezeggenschapsvereniging De Amsterdamse Academie. ‘Er is binnen de UvA alle ruimte om eigen initiatieven te ontplooien.’

Volgens Josef Früchtl is de medezeggenschap aan de UvA een wassen neus. Dat schreef hij onder meer vorige maand in Het Parool. Früchtl, zelf bestuurder aan de UvA, idealiseert de Maagdenhuisbezetting en ageert tegen de top-down structuur van de UvA. Zijn klaagzang verbaast ons zeer. De Maagdenhuisbezetters hebben ruimschoots de tijd en middelen gekregen een alternatief verdelings- en besturingsmodel voor te stellen. Daar zijn immers best verbeteringen in mogelijk, maar zij hebben gefaald. Niemand verbiedt Früchtls eigen filosofieafdeling een democratisch model in te voeren, maar zoals na verloop van tijd bleek: ‘De plannen zijn helemaal vastgelopen’.

‘De Maagdenhuisbezetters hebben gefaald om een alternatief verdelings- een besturingsmodel voor te stellen’

Zelfkritiek is de Maagdenhuisbezetters echter vreemd. Het is allemaal de schuld van de bestuurders en de marktwerking. Früchtl gaat nog een stap verder: ‘Mensen vluchten naar een autoritaire, destructieve of conformistische levensvorm, omdat ze vrijheid als een bedreiging voelen, als een zwart gat van desoriëntatie.’ Om de vele intelligente en creatieve collega’s en studenten aan wie de hele Maagdenhuisbezetting voorbij is gegaan zo weg te zetten, gaat toch wel ver.

 

Wij denken dat deze ‘gedesoriënteerden’ heus wel weten dat er aan de UvA van alles te verbeteren valt, maar dat de Nederlandse universiteiten, waaronder de UvA, ondanks hun problemen met bijvoorbeeld de werkdruk, fantastische instituten zijn met betaalbaar onderwijs van zeer hoge kwaliteit, gerenommeerd toponderzoek en goed werkgeverschap. Bovendien wordt niemand gedwongen hier te werken of te studeren.

 

Niet top-down

De top-downstructuur waar Früchtl en anderen het steeds maar over hebben is een illusie en een schaamlap voor eigen falen. Veel onderzoekers en docenten staan wel degelijk aan het roer. Er is alle ruimte binnen de UvA om eigen initiatieven te ontplooien. Niemand schrijft bijvoorbeeld de filosofieafdeling voor welk onderwijs zij geeft, waar onderzoeksaanvragen over moeten gaan, of welke hoogleraren zij aanstelt. Als zij een verkiezing organiseert voor de opvolging van de voorzitter houdt niemand ze tegen. De Maagdenhuisbezetters gijzelen nu al drie jaar het debat aan de UvA met een beeldvorming die niets oplevert en nergens op gebaseerd is.

‘Bestuur en medezeggenschap aan de UvA vereisen geduld en veel overleg. Progressie vindt heel geleidelijk plaats en dat is vaak maar goed ook’

De medezeggenschap aan de UvA heeft relatief veel invloed aan de UvA. De instemmingrechten zijn de laatste jaren sterk uitgebreid. Dat wil niet zeggen dat activistische studenten in een centrale raad altijd hun zin krijgen. Gelukkig niet. De UvA is een sterk gedecentraliseerde organisatie. Zelfs als het CvB en de medezeggenschapsraden het samen eens zijn, is het nog maar de vraag of dit enige impact heeft op de werkvloer. Dat geldt evenzo voor de beslissingen uit Den Haag. Bestuur en medezeggenschap aan de UvA vereisen geduld en veel overleg. Progressie vindt heel geleidelijk plaats en dat is vaak maar goed ook.

 

Optimisme

In tegenstelling tot Früchtl zijn wij, oprichters van de nieuwe medezeggenschapsvereniging De Amsterdamse Academie optimistisch over de UvA en de rol van de medezeggenschap. De medezeggenschap kan een kritische en constructieve rol spelen aan de UvA door uit te gaan van vertrouwen in ons universitaire bestuur.

De werkdruk moeten we bijvoorbeeld oplossen door het onderwijs efficiënter te organiseren. Onderwijs moet studeerbaar, maar ook doceerbaar zijn. Meer geld uit Den Haag is zeer wenselijk, maar daar kunnen we niet op wachten. In veel afdelingen kan de organisatie beter. Daarvoor hoeft niet de gehele bestuurlijke structuur op de schop. Ook het personeelsbeleid en coaching kan beter. Leidinggevenden moeten beter getraind worden. We moeten open staan voor grote nieuwe initiatieven en samenwerkingen. Het langetermijnbelang van de UvA gaat daarbij soms voor op het kortetermijnbelang van studenten en medewerkers.

 

Cees Kleverlaan is hoogleraar biomateralen bij tandheelkundefaculteit Acta, Han van der Maas is hoogleraar psychologische methodenleer, Annemie Ploeger is docent ontwikkelingspsychologie, Gerwin van der Pol is docent filmwetenschap en Isabel Smallegange is docent populatiebiologie. Zij vormen het oprichtingsbestuur van De Amsterdamse Academie, die aan vijf faculteiten meedoet tijdens de komende ondernemingsraadverkiezingen.