Als puber wilde Marcel Vonk de Nobelprijs winnen. Inmiddels schat hij die kans in als nihil. Wel won de mathematisch fysicus aan de UvA al vele pokertoernooien, waar zijn aanleg voor wiskunde goed van pas komt. ‘Als ik mijn hart had gevolgd was ik wiskunde gaan studeren.’
Wat was je kinderdroom?
‘Het eerste dat ik me kan herinneren is dat ik oppasser wilde worden in een dierentuin. Al heb ik dat denk ik bedacht om een antwoord klaar te hebben: ik was vijf jaar oud en wilde gewoon met lego spelen en Donald Ducks lezen.’
‘Echte dromen kwamen pas later. Rekenen ging me makkelijk af en ik wilde graag ergens goed in worden. Bij de Oude Sterrewacht in Leiden ontdekte ik mijn fascinatie voor wetenschap. Ik was een jaar of 14, 15 toen ik bij de afdeling Leiden van de Jongerenwerkgroep voor Sterrenkunde ging en merkte dat ik het leuk vond om kampen te organiseren en dingen uit te leggen.’
In Later als ik groter ben gaat Folia in gesprek met wetenschappers uit alle hoeken en gaten van de UvA over hun loopbaan, bijzondere momenten in hun carrière en wat zij vroeger wilde worden. Is hun kinderdroom in vervulling gegaan, of is het maar beter dat ze toch iets anders zijn gaan doen?
‘Rond die tijd had ik ook een krantenwijk – en dus veel tijd om na te denken. Toen heb ik bedacht dat ik de Nobelprijs wilde winnen, het hoogste wat je kunt bereiken in de wetenschap. Niet om het beroemd worden zelf, maar om die bekendheid te gebruiken om de wereld te verbeteren. Het waren de jaren 80, het einde van de Koude Oorlog. Er waren allerlei dingen mis in de wereld – net als nu. Naïef als puber denk je dan, als ik maar bekend genoeg word, kan ik het wel oplossen.’
Wat ben je gaan studeren?
‘Als ik destijds mijn hart had gevolgd was ik wiskunde gaan studeren. Uiteindelijk koos ik natuurkunde, omdat het meer met het dagelijks leven te maken had, dacht ik toen. Inmiddels ben ik in de natuurkunde steeds meer de wiskunde op gaan zoeken. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.’
Naast mathematisch fysicus ben je ook toernooipokeraar. Hoe liep dat?
‘Dat kwam pas veel later, in 2004. Ik was toen dertig en werkte als postdoc aan de Universiteit van Uppsala in Zweden. Een Amerikaan, met de prachtige naam Chris Moneymaker, won in dat jaar het WK poker. Poker werd toen voor het eerst op televisie uitgezonden en je kon meekijken met de kaarten. Pokerspelen werd een enorme hype in Amerika, die overwaaide naar Europa. Mijn collega’s in Zweden haalden me toen over om een potje mee te spelen.’
Hoe was dat?
‘Het eerste toernooitje was gewoon bij iemand thuis om losse kronen. Dat was vooral gezellig. Daarna zijn we met drie collega’s naar het casino in Stockholm gegaan en daar heb ik m’n eerste echte toernooi in een casino gespeeld en dat won ik toevallig meteen. Uit puur geluk, niet omdat ik toen al heel goed was. Ik kan me dat nog goed herinneren. Uppsala ligt een half uurtje met de trein vanaf Stockholm en we moesten die avond nog naar huis. Omdat ik steeds verder kwam in het toernooi werd het later en later. Toen we uiteindelijk konden vertrekken zijn we met het geld nog in onze handen het casino uit gesprint voor de laatste trein.’
Inmiddels heb je er al vele pokertoernooien opzitten. Zie je jezelf als natuurkundige of pokeraar?
‘Op een verjaardag stel ik mezelf voor als natuurkundige, al komt het gesprek dan al snel op poker. Als ik zou moeten kiezen? Dan toch in de eerste plaats natuurkunde.’
Marcel Vonk (14 januari 1974) groeide op in Leiderdorp. Bij theoretisch natuurkundigen Erik Verlinde en Robbert Dijkgraaf promoveerde hij in de natuurkunde. Vonk schrijft populairwetenschappelijke boeken over onderwerpen als de Snaartheorie (2010) en Zwarte gaten (2017). Voor het boek Van getal naar heelal (2023) won hij de Cosmos Boekenprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige populairwetenschappelijke boek. Vonk woont in Amersfoort met zijn partner Petra. Ze hebben geen kinderen of huisdieren, wél een grote telescoop in de achtertuin.
Zijn je dromen van vroeger uitgekomen?
‘Ja en nee. De kans dat ik de Nobelprijs ga winnen is nihil. Maar ik ben wel terechtgekomen in het vakgebied dat ik wilde. Waar ik vroeger de hele wereld wilde verbeteren, hecht ik nu meer waarde aan het veranderen van dingen op kleine schaal. Ook houd ik me bezig met de wereld buiten de universiteit. Zo ben ik via mijn oude promotor, Spinozapremiewinnaar Erik Verlinde, in 2012 weer aan de UvA terechtgekomen op een positie als natuurkundige én wetenschapspopularisator.’
En heb je nog dromen voor als je later nóg groter bent?
‘De hoogst haalbare trap in een wetenschappelijke carrière is het hoogleraarschap; ik heb dus wel de ambitie om het nog eens zover te schoppen. Tegelijkertijd heb ik er ook geen haast mee: ik ben niet zo’n lobbyist. Als er een positie vrijkomt die me aanspreekt zal ik erop solliciteren, maar het hoeft niet geforceerd te worden.’
Als je zo terugkijkt, is er iets dat je anders zou hebben gedaan?
‘Spijt heb ik zeker niet. Maar achteraf gezien had ik misschien eerder de wiskundekant op willen gaan. Dan was het pad dat ik heb afgelegd misschien nog rechtstreekser geweest.’
Carrièretip van Marcel Vonk
‘Je hoeft niet meteen exact te weten waar je de rest van je leven mee bezig wil zijn. Je kunt ook natuurkunde gaan studeren en uiteindelijk in de biologie of in de financiën terechtkomen. En zelfs als je een duidelijke droom hebt, verplicht jezelf dan niet om die droom vijftig jaar vol te houden.’