Illustratie werd lang niet serieus genomen als kunstvorm. Onterecht, zegt UvA-hoogleraar Emilie Sitzia, die een boek schreef over de opkomst van de moderne illustratie. Folia sprak er met haar over bij de tentoonstelling van Fiep Westendorp in het Rijksmuseum. ‘Via de illustraties van Fiep zie je heel goed wat er moet veranderen in de maatschappij.’
‘Wat als je me zo fotografeert?’ Emilia Sitzia aan de UvA, gaat met haar neus boven op een schilderij uit de Fiep Westendorp-tentoonstelling in het Rijksmuseum staan. De Franse UvA-hoogleraar illustratie in haar zwart-witte jurk imiteert zo precies de pentekening van de Nederlandse illustrator, die de draak steekt met de al te serieuze museumbezoeker.
Het is die scherpe, sociale blik die Sitzia – die zelf niet zo dol is op geportretteerd worden – zo waardeert in de illustraties van Fiep Westendorp (1916 – 2004). Sitzia: ‘Ze ziet heel goed wat er moet veranderen in de maatschappij en weet dat op een humoristische manier te presenteren.’
Ook Sitzia maakt voortdurend grapjes terwijl ze de Folia-redacteur in vogelvlucht langs de 150 originele tekeningen van Westendorp leidt. Juist de originelen maken haar als onderzoeker zo enthousiast. ‘Je kan haar na zien denken in de originelen,’ zegt Sitzia. ‘Je ziet hoe ze de tekening opbouwde, waar ze een lijn veranderde en hier bij de stampertjes zie je hoe ze met type-ex experimenteerde met hun kapsels.’
Overwinning
Dat de illustraties van Fiep Westendorp in het Rijksmuseum hangen, dé autoriteit op het gebied van kunst in Nederland, is een erkenning van de illustratie als autonome kunstvorm, betoogt Sitzia. Eerder werden Westendorps tekeningen in het Stedelijk Museum tentoongesteld. Dat was in 1956, samen met andere illustratoren die nadrukkelijk apart gehouden werden van, wat toen werd beschouwd als ‘echte’ kunst.
Sitzia ziet een toegenomen aandacht voor de illustratie. ‘De laatste vijf à tien jaar is er een toename aan illustratoren in Nederland. De Arnhemse kunstacademie Artez start na de zomer de eerste masteropleiding illustratie. En ook het master keuzevak illustratie aan de UvA is populair. Het feit dat de bijzondere leerstoel – die door de Fiep Westendorp Foundation en het Van Gogh Museum wordt gefinancierd – onlangs is verlengd, voelt echt als een overwinning.’
Dat de illustratie zo lang in het verdomhoekje heeft gezeten heeft meerdere redenen, somt Sitzia op. Zo kan de vorm van illustraties – in boeken, kranten, op kopjes en zelfs in 3D – sterk verschillen, wat een goede definitie lastig maakt. Ook het feit dat ze vaak in opdracht worden gemaakt en soms een praktische functie hebben maakte de erkenning lastig. ‘Maar ook een geïllustreerde poster voegt een betekenis toe aan de tekst en valt onder kunst. Al trek ik wel een grens bij het mannetje op de IKEA-handleiding, haha.’
Authenticiteit
De volwassenwording van de illustratie is opvallend, juist nu AI de positie van de beroepsgroep van alle kanten bedreigt. Dat beaamt ook Sitzia. ‘Illustraties staan inderdaad onder druk door AI. Iedereen kan met AI beelden van het internet schrapen en als iets “nieuws” presenteren. In de wetenschap zouden we dat fraude noemen. Maar juist door AI gaan we de authenticiteit van illustraties en makers die morele verantwoordelijkheid nemen voor beelden meer waarderen.’ Daar hebben we zelf een keuze in, aldus de hoogleraar. ‘Mijn kind gaat bijvoorbeeld niet naar een feestje als de flyer gemaakt is door AI.’
Een illustrator voegt namelijk een betekenis toe, legt Sitzia uit. ‘Bij Jip & Janneke is Janneke vaak aan het huilen in het verhaal, maar dat zie je niet terug in de illustraties. Er zijn ouders die vanuit feministische overwegingen de namen omdraaien wanneer ze het boek voorlezen. Dankzij de illustraties kan dat.’
Illustratie is een op zichzelf staand medium dat een eigen verhaal vertellen over de ontwikkelingen in de maatschappij, zegt Emilie. ‘Als je kijkt naar de tekeningen van Fiep Westendorp zie je dat de kinderen altijd de touwtjes in handen hebben. Je ziet nooit de ouders in beeld bij Jip & Janneke. Pluk van de Petteflet rijdt in zijn eigen truck en Floddertje is zelf aan zet. Dat past in hij de autonome ontwikkeling van kinderen, een idee dat opkomt in de jaren 70 en 80 en dat je ook terugziet in kinderboeken. Pippi Langkous, die haar eigen paard optilt is daar ook een goed voorbeeld van.’
Ook vandaag de dag zitten er maatschappelijke boodschappen in kinderboeken, al zijn die wel veranderd. Sitzia: ‘Illustraties in kinderboeken gaan vaker over thema’s als klimaatverandering en koloniale geschiedenis.’ Naast ze Zilveren Griffels en Penselen die jaarlijks worden uitgereikt aan de best geschreven en mooist geïllustreerde kinderboeken is er nu ook de Groene Griffel, die wordt uitgereikt aan kinderboeken die ‘verwondering voor de natuur en wilde dieren bij kinderen aanwakkeren’.
Illustratie als onderzoeksmethode
Het onderzoek naar illustratie staat nog in de kinderschoenen. De eerste geschiedenis van illustratie werd pas gepubliceerd in 2019. Binnenkort verschijnt de eerste geschiedenis van het volwassen worden van de illustratie als zelfstandige kunstvorm, van Sitzia’s hand. ‘Daarvoor koos ik het jaar 1844 als startpunt, wanneer de illustrator Grandville een deal maakt met en uitgever dat hij alvast de illustraties maakt en dat de schrijver daarna het verhaal maar moet schrijven. Dat is het punt dat iemand zegt: mijn medium is even belangrijk als het jouwe.’
Als het aan Sitzia ligt kan de illustratie nog veel vaker worden gebruikt als onderzoeksmethode, ook in andere vakgebieden. ‘Dat gebeurt ook al, zoals bij de wetenschappelijke illustratie van menselijke lichamen. Maar je kunt het ook gebruiken voor veldwerk in andere vakgebieden zoals sociologie, sociale geografie en museologie. Om je aandacht te focussen op een specifiek element en beter te leren te kijken, daarvoor hoef je niet goed te kunnen tekenen.’
Zelf liet ze haar studenten in het Van Abbe museumbezoekers observeren doormiddel van illustratie. ‘Daarmee ontdekte ze dat kinderen “aangaan” wanneer ze een vraag goed hebben. Dan licht hun gezicht namelijk op. Dat kun je sneller tekenen dan in woorden omschrijven.’ Naast haar aanstelling bij de UvA werk Sitzia namelijk ook parttime als museoloog aan de Universiteit Maastricht.
Memecultuur
Wat deze tijd ook anders maakt voor illustraties is dat de jonge generatie nog veel meer is opgegroeid met beeld dan pakweg twintig jaar geleden. ‘We leven in een wereld waar mensen heel responsief zijn op beeld. Studenten zijn opgegroeid met de memecultuur. We communiceren met emojis. Daarmee is de behoefte om beeld te lezen, te duiden en te maken ook groter geworden.’
De illustratie leent zich ook goed voor activistische en politieke boodschappen. Sitzia: ‘Neem de watermeloen van de pro-Palestina-beweging. Of de vuist van de Dolle Mina’s. Dat zijn symbolen die meer impact maken dan een geschreven manifest dat niemand leest. Illustratie en activisme kennen overigens al een lange, gezamenlijk geschiedenis, maar in deze gepolariseerde tijden kan een illustratie juist een brug zijn. Een manier om met elkaar in gesprek te gaan.’