Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
‘Stop regeling beurspromovendi leidt tot mislopen talent bij FNWI’
Foto: Marc Kolle
wetenschap

‘Stop regeling beurspromovendi leidt tot mislopen talent bij FNWI’

Sija van den Beukel Sija van den Beukel,
7 uur geleden

Ruim een jaar geleden stopte de FNWI met het aannemen van beurspromovendi, uit zorgen over ongelijkheid op de werkvloer en de positie van onder meer Chinese promovendi. Opvallend is dat de FNWI die beslissing op eigen houtje nam; UvA-breed zijn beurspromovendi nog steeds toegestaan. Binnen de faculteit leidt de koers tot onvrede bij enkele hoogleraren. ‘Het beperkt onze academische vrijheid.’

De afgelopen tien jaar begeleidde Stanley Brul, hoogleraar moleculaire biologie bij het Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS), zo’n vijftien beurspromovendi, het grootste deel daarvan kwam uit China. Nu heeft hij er nog één. ‘Ik krijg nog veel mails van beurspromovendi die solliciteren, vaak zitten er hele goede bij. Die onderzoekers lopen we nu mis en kloppen aan bij andere universiteiten.’

 

Beurspromovendi zijn promovendi die geen arbeidscontract hebben met de universiteit maar op een externe beurs promoveren, vaak een beurs uit eigen land van herkomst. promoveren. In totaal zijn er zo’n 3.800 beurspromovendi in Nederland, het merendeel (2.200) komt uit China. De Chinese regering investeert via de Chinese Scholarship Council (CSC) namelijk flink in promovendi in het buitenland. Aan de UvA werken er op het moment zo’n driehonderd beurspromovendi, 64 daarvan bij FNWI.

Stanley Brul
Foto: Monique Kooijmans
Stanley Brul

De afgelopen jaren was er regelmatig discussie over deze Chinese promovendi en werden Nederlandse universiteiten terughoudender in het toelaten van CSC-promovendi. Er spelen ethische kwesties – zo moeten Chinese promovendi bijvoorbeeld trouw zweren aan de Communistische Partij om de beurs te ontvangen – en er zijn zorgen over kennisveiligheid: wat betekent het als China toegang krijgt tot de kennis van Nederlandse universiteiten? En de magere beurs waarmee beurspromovendi moeten rondkomen, waar Folia over berichtte, was regelmatig onderwerp van discussie.

 

Beurspromovendistop
In het voorjaar 2025 besloot de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) een beurspromovendistop in te voeren. Dit naar aanleiding van een rechtszaak met beurspromovendi bij de Rijksuniversiteit Groningen, blijkt uit een verslag van het directieteam van FNWI uit november. De rechter stelde de beurspromovendi, die claimden dat ze een arbeidscontract hadden met de universiteit, in het gelijk, waarna de universiteit de gemiste inkomsten alsnog moest betalen. De zaak toonde daarmee aan dat universiteiten juridische en financiële risico’s lopen wanneer ze met beurspromovendi werken.

 

‘Het besluit om te stoppen met beurspromovendi is in de ondernemingsraad (OR) destijds niet echt een groot onderwerp geweest,’ zegt promovendus en OR-lid Martijn Brehm. ‘Onder promovendi merk ik dat de constructie van beurspromovendi niet erg populair is. Door de slechtere arbeidsvoorwaarden voor beurspromovendi creëer je een tweerangensysteem op de werkvloer. Beurspromovendi voelt voor mij als een geitenpaadje, waarmee de UvA onder de CAO uitkomt.’

‘Door de beursalenstop zijn we op bepaalde terreinen echt onze slagklacht aan het verliezen’

Slagkracht

Niet iedereen denkt er zo over. Volgens Leendert Hamoen, hoogleraar algemene microbiologie zijn de beurspromovendi een unieke kans om expertise op te bouwen in een onderzoeksgebied. Beurspromovendi nemen hun eigen financiering mee en maken het mogelijk om nieuw en ingewikkeld onderzoek te doen. Hamoen: ‘Je krijgt als hoogleraar geen promovendi meer uit de eerste geldstroom, die je vrijelijk kunt inzetten. Om aanspraak te maken op een onderzoeksbeurs van wetenschapsfinancier NWO, waarop je een promovendus kan aannemen, moet je eerst uitgebreid resultaten laten zien in de vorm van publicaties.’

 

Dankzij promovendi uit China kon hij de afgelopen jaren de geavanceerde expertise in zijn onderzoeksgroep opbouwen. ‘Op basis van de ingewikkelde, experimentele technieken die deze promovendi hebben opgezet, kan ik nu wel financiering krijgen voor verder onderzoek bij NWO en bedrijven. Door de beursalenstop zijn we op bepaalde terreinen echt onze slagklacht aan het verliezen.’

 

Geld en kennisveiligheid

De bezwaren om niet met Chinese beurspromovendi te werken, zijn inmiddels achterhaald volgens Hamoen en Brul. ‘Kennisveiligheid is lang een van de argumenten geweest om niet met de Chinese beurspromovendi samen te werken,’ zegt Brul. ‘Maar daar zijn keuzes in gemaakt. Gevoelige onderzoek, bijvoorbeeld in het geval van militaire toepassingen, wordt al niet meer uitgevoerd met CSC-promovendi, daar zijn regels voor gekomen.’ Ook Hamoen vindt het argument van kennisveiligheid te kort door de bocht. ‘Het meeste onderzoek is heel fundamenteel van aard en dat wordt zonder beursalen anders helemaal niet uitgevoerd.’

Foto: Dirk Gillissen

Een andere reden om met de beursalen te stoppen, is de krappe financiële ruimte. De Chinese regeringsbeurs bedroeg zo’n 1.000 tot 1.500 euro per maand, de UvA topte die beurs op tot het minimumloon. Brul: ‘Dat issue speelt niet meer omdat de CSC de beurs nu zelf heeft verhoogd.’ Daarmee is het loon van deze promovendi nog altijd niet gelijk aan werknemer promovendi, die nagenoeg hetzelfde werk doen. Brul: ‘Dat is geen eerlijke situatie. Maar het is wel iets waar deze promovendi zelf voor tekenen. En hiermee krijgen de promovendi wel de mogelijkheid om aan de UvA onderzoek te doen, met de beursalenstop is die mogelijkheid er helemaal niet.’

Daar sluit Hamoen zich bij aan. ‘Men zegt eigenlijk: ook al is het je droom om een PhD te doen aan een topuniversiteit en je kunt het financieel dragen, je hoeft hier niet te komen omdat je minder verdient dan onze andere promovendi. Dat vind ik nogal badinerend vanuit onze positie.’

 

Voldoening

Bovendien geeft het voldoening om met goede promovendi uit andere landen te werken, betuigen de hoogleraren. Hamoen: ‘De promovendi krijgen een inkijkje in hoe het in Nederland gaat en brengen de expertise uit het onderzoek weer terug naar hun eigen land. Op deze manier bouw je ook een relatie op met andere landen die mogelijk nuttig is in de toekomst.’ Ook zijn al zijn beurspromovendi goed terecht gekomen, zegt Brul. Hij noemt Harvard, postdoc posities in de VS en de UK, een baan in Nederland en posities in China.

 

Met de beursalenstop lopen ook promovendi de kans mis om ervaring op te doen aan de UvA, redeneert Brul. ‘En dan heb ik het niet zozeer over China, zij hebben qua wetenschap niet zoveel ontwikkeling nodig, dat is eerder omgekeerd. Maar de kans dat promovendi uit bijvoorbeeld Afrika hier kunnen komen wordt daarmee ook kleiner. Als ik hier een reguliere promotieplaats openzet krijg ik honderden reacties. De kans dat je daar als onderzoeker van buiten de EU doorheen komt is heel erg klein.’

 

Waar de hoogleraren zich vooral aan storen is dat de discussie niet zuiver zou worden gevoerd. Hamoen: ‘Het is een subjectieve keuze van de decaan en niet van UvA-centraal. Het is uiteindelijk een persoonlijke kwestie, ik schat de verdeling op de faculteit fiftyfifty qua voor- en tegenstanders voor dit beleid. Maar het punt is, wanneer mogen onderzoeksleiders zelf nog een beslissing maken? Onze academische vrijheid wordt op deze manier steeds verder ingeperkt.’

‘Door de slechtere arbeidsvoorwaarden voor beurspromovendi creëer je een tweerangensysteem op de werkvloer’

De woordvoerder van de UvA laat in een reactie weten dat de FNWI inderdaad gestopt is met alle beurspromovendi die een vergoeding krijgen die niet in de buurt komt van het salaris van promovendi die zijn aangesteld bij de faculteit. Beursalen die wel een gelijk salaris meekrijgen, zijn wel welkom, maar die zijn er in de praktijk niet. Daarmee wil de faculteit ‘gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor alle promovendi – financieel, maar ook als het gaat om het begeleiden van masterstudenten en het eventueel geven van onderwijs,’ aldus de woordvoerder.

 

Onderhandeling

Op centraal niveau is het nog wel mogelijk om met beurspromovendi te werken. Al is dat voor Chinese promovendi de afgelopen jaren lastiger geworden. Dat heeft te maken met het feit dat er op dit moment geen overeenkomst is tussen de UvA en het CSC. In maart 2025 concludeerde de UvA-adviescommissie Samenwerking met Derden namelijk dat de overeenkomst, de zogenoemde Memorandum of Understanding (MoU), vernieuwd kon worden onder voorwaarde dat er risicobeperkende maatregelen zouden komen om de ‘academische vrijheid, kennisveiligheid, dataprivacy en de veiligheid van PhD-kandidaten’ te waarborgen. Daarover zijn de UvA en het CSC in onderhandeling.

 

Op dit moment is het dus niet mogelijk om via de institutionele route Chinese beurspromovendi aan te nemen. Wat niet wil zeggen UvA-onderzoekers, buiten de FNWI, helemaal niet meer met de Chinese beurspromovendi kunnen werken. Chinese beurspromovendi kunnen namelijk ook via individuele UvA-hoogleraren aan een positie op de UvA komen en zelf een aanvraag indienen bij de Chinese regering. Die route werd al gebruikt voor de MoU in 2013 voor het eerst werd getekend en kan ook nu gebruikt worden. Ook dan moet het onderzoeksvoorstel voldoen aan de eisen van de UvA Richtlijn voor externe samenwerkingen, het ethisch kader dat UvA-medewerkers sinds juli 2025 verplicht zelf nieuwe samenwerkingen te toetsen.

website loading