Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
De tweelinggrachtenpanden 145 en 147 grachtenpanden aan de Oude Turfmarkt waar het Institute for Advanced Study (IAS) zetelt.
Foto: Anouk Evers
wetenschap

‘Wetenschap is steeds minder in hokjes gaan denken en kijkt vaker over grenzen heen’

Sija van den Beukel Sija van den Beukel,
11 mei 2026 - 13:00

Tien jaar geleden kreeg de UvA als eerste universiteit in Nederland een Institute for Advanced Study (IAS). Daar buigen toponderzoekers zich – buiten het keurslijf van de universitaire structuren om – over fundamentele vragen en maatschappelijke kwesties. Wat levert zo’n instituut op?

De houten traptreden van de twee grachtenpanden aan de Oude Turfmarkt waar het Institute for Advanced Study (IAS) zetelt zijn diep ingesleten. Ze dragen de sporen van bijna vierhonderd jaar geschiedenis – in 1642 werden ze namelijk gebouwd in opdracht van Pieter Janszoon Sweelinck, zoon van de componist Jan Pieterszoon Sweelinck – en zijn daarmee bijna even oud als de UvA zelf.

 

Met enige trots geeft scheidend IAS-directeur Huub Dijstelbloem een rondleiding door het pand dat er – afgezien van een groep jonge wetenschappers op de tweede verdieping achter een flipover, door Dijstelbloem aangeduid als de emergentie-groepEmergentie is één van de onderzoekslijnen van het IAS en omschrijft fenomenen die ‘spontaan’ verschijnen en niet te reduceren zijn tot de optelsom der delen. Een voorbeeld is bewustzijn: dat ontstaat door interacties tussen neuronen in de hersenen maar is niet terug te leiden tot één afzonderlijke interactie. – stil bijligt op een donderdagochtend in april. Een eigen gebouw is voor een instituut als het IAS ‘cruciaal’, zegt Dijstelbloem. ‘Een plek waar de vonk kan overslaan. En waar mensen het gevoel hebben dat ze even weg zijn uit hun dagelijkse beslommeringen.’

 

Zo oud als het pand, zo jong is de geschiedenis van het IAS aan de UvA. Sinds 2016 heeft de UvA als enige Nederlandse universiteit een eigen IAS dat als een soort brein over de faculteitsgrenzen heen nadenkt over fundamentele vragen in de wetenschap. Al staat het IAS eerder tussen de faculteiten dan erboven, benadrukt Dijstelbloem gelijk aan het begin van het interview.

Huub Dijstelbloem
Foto: Kirsten van Santen
Huub Dijstelbloem

Wat is het IAS in één zin?

‘Het IAS belichaamt de essentie van wetenschap: bij elkaar zitten om na te denken, je hersenen te pijnigen en vragen te verzinnen die over disciplinegrenzen heen gaan.’

 

Het IAS bestaat tien jaar. Hoe houdbaar is zo’n onderzoeksinstituut in een tijd die steeds meer draait om de impact van onderzoeksresultaten?

‘Heel houdbaar, denk ik. De wereld staat namelijk voor complexe problemen, zoals klimaatverandering, migratie en geopolitieke conflicten, die om samenwerking tussen verschillende disciplines vragen. Maar krijg bij zo’n grote universiteit als de UvA met zeven faculteiten en duizenden medewerkers maar eens zo’n samenwerking van de grond. Dat is het IAS wel gelukt. Redelijk wat Research Priority Area’s (interdisciplinaire onderzoekslijnen) zijn hier ontstaan. En dat met een relatief overzichtelijke financiering: het IAS heeft namelijk geen onderzoekers in dienst maar ontvangt alleen financiering van het College van Bestuur voor de vaste staf en het pand. De directe impact van dat onderzoek moet uiteindelijk UvA-breed gebeuren, maar de voorwaarden voor de samenwerkingen worden hier gecreëerd.’

 

Het IAS biedt ook een inkijk in hoe het wetenschapssysteem zelf ontwikkelt. Wat zag u de afgelopen tien jaar veranderen?

‘Door technologische ontwikkelingen en de opkomst van AI zijn er veel meer gegevens beschikbaar gekomen. Daar ervaren alle vakgebieden de gevolgen van. Daarnaast is de kritische reflectie van de wetenschap op de big tech-kant van AI, de machtsconcentratie, de plundering van grondstoffen en het energiegebruik, ook enorm ontwikkeld.’

 

‘Ook is de wetenschap problemen steeds minder in hokjes gaan stoppen en steeds vaker over grenzen heen gaan kijken. Daardoor is er steeds meer bewustzijn ontstaan voor hybride problemen: de grenzen tussen natuur en cultuur, politieke- en maatschappelijke problemen zijn steeds vager geworden. Klimaatverandering is niet langer alleen een technisch probleem, maar een probleem dat alle wetenschappelijke disciplines raakt en het huidige tijdsvlak markeert: alles wat je in het nieuws ziet heeft daarmee te maken. Dat veranderende houding noem ik vooruitgang in de wetenschap. Want als je beter begrijpt hoe diep problemen vervlochten zijn kun je er hopelijk ook betere oplossingen voor bedenken.’

Wat is een Institute for Advanced Study (IAS)?

Een IAS is een academisch onderzoeksinstituut waar excellente wetenschappers uit verschillende vakgebieden samenkomen om vrij van academische beperkingen na te denken over maatschappelijke vraagstukken. Het beroemdste voorbeeld is het Institute for Advanced Study in Princeton – bekend van wetenschappers als Albert Einstein en UvA-natuurkundige Robbert Dijkgraaf die er jarenlang onderzoeker en later directeur was – dat in 1930 werd opgericht en de basis vormt voor alle latere IASsen.

 

Anders dan het IAS van Princeton en het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) is het IAS aan de UvA een university based IAS. Dat houdt in dat het onderzoeksinstituut de vraagstukken verbindt aan de onderzoekslijnen van de UvA. Ook heeft het instituut zelf geen wetenschappers in dienst maar draait het op onderzoekers die er op vrijwillige basis werken. Er bestaan zo’n vijftigtal university based IASsen wereldwijd.

De organisatie van de wetenschap is minder veranderlijk, universiteiten zijn nog altijd conservatieve instituten.
‘Klopt. Zeker voor jonge onderzoekers. Als je net als postdoc begint en een volgende stap probeert te maken in de wetenschap, wordt nog altijd verwacht dat je eerste publicaties minutieus binnen jouw vakgebied vallen en in vakbladen gepubliceerd worden die jouw collega’s lezen. Daarna kun je de teugels misschien wat laten vieren, maar dan ben je al een hele tijd onderweg. Voor sommige onderzoekers werkt dat prima. Anderen beschouwen dat als een gevangenis. Daar wordt aan gewerkt binnen het Erkennen & Waarderen-programma, dat onderzoekers niet alleen afrekent op onderzoeksoutput maar ook op andere kwaliteiten zoals onderwijs en leiderschap. Het IAS kan daar ook een rol in spelen door jonge onderzoekers, die tegen de grenzen van het wetenschappelijke systeem aanlopen, een plek te bieden om steun te zoeken bij elkaar en van elkaar te leren om die grenzen te gaan overstijgen.’

 

In september vertrekt u als directeur bij het IAS. Laat u het met een gerust hart achter en is het klaar voor de volgende tien jaar?
‘Zeker, ik ga het missen. Het is een bijzondere plek: er zijn maar weinig instituten die zo bottom up tussen alle faculteiten instaan en daardoor krijg je een mooi inkijkje in wat er op de universiteit speelt. Ik had dit met plezier nog m’n hele leven kunnen blijven doen, maar het is ook een mooi principe dat iemand anders het stokje weer overneemt. En over de toekomst: het IAS gaat zeker nog wel tien jaar mee: als IASSEN eenmaal bestaan hebben ze vaak een heel lang leven.’

 

Van 18 tot 21 mei viert het IAS haar tienjarig bestaan met het IAS-festival. Een week vol lezingen, workshops en discussies. Ook verschijnt ter ere van het 10-jarige jubileum het boek The Edge of Knowing.

 

Huub Dijstelbloem en Sanne Bloemink, The Edge of Knowing. Curiosity, complexity and collaboration. (WBOOKS, 2026). Het boek is vanaf 18 mei gratis online beschikbaar.

website loading