Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Bert Bakker en Carlos Reijnen (vlnr)
Foto: Lisa Boshuizen
wetenschap

Voor het open science-programma moet de universiteit ‘met de billen bloot’

Lisa Boshuizen Lisa Boshuizen,
23 april 2026 - 12:31

Dat de wetenschap uit haar ivoren toren moet komen, is geen nieuwe ambitie. In de praktijk vraagt het om een flinke cultuuromslag en dat kost tijd, stellen onderzoeker Bert Bakker en UB-directeur Carlos Reijnen, de kartrekkers van het open science-programma aan de UvA. Met nieuwe doelstellingen willen ze dat proces een duw in de rug geven.

De wetenschap is lang voornamelijk bereikbaar geweest voor de elite en zelfs de kennisuitwisseling binnen de academische gemeenschap bleef beperkt. Artikelen werden uitsluitend in betaalde tijdschriften gepubliceerd en onderzoeksdata lag te verstoffen op de harde schijf van de wetenschapper. Open science moest daar jaren geleden al verandering in brengen en de wetenschap toegankelijk maken voor iedereen.


Het begon ooit met open access, ofwel het openbaar maken van wetenschappelijke publicaties. Open science trekt die visie van openheid door naar alle facetten van de wetenschap. Het grotere publiek wordt door middel van burgerwetenschap en het toegankelijk maken van kennis betrokken in het gehele onderzoeksproces.


Dat proces gaat heel langzaam, zeggen UvA-communicatiewetenschapper Bert Bakker en UB-directeur Carlos Reijnen. Met het open science-programma dat eind maart dit jaar werd gelanceerd hopen zij hier wat meer vaart achter te zetten. Dit programma moet er de komende vier jaar voor zorgen dat de wetenschap voor iedereen bereikbaar wordt en onderzoeksdata gemakkelijk kan worden gedeeld.

‘Alles kost geld, ook als je wetenschappelijke artikelen zelf gaat publiceren’

‘“Waarom is dit niet al lang zo?,” vroegen mijn studenten terecht,’ vertelt Bakker. ‘We hebben gewoontes die moeten veranderen. Er is echt een cultuuromslag nodig en dat is altijd lastig. Een groot schip draait ook niet in één keer 180 graden.’


De afgelopen jaren zijn er stappen gezet in de ‘juiste richting’, onder andere door wetenschappelijke artikelen zoveel mogelijk open access te publiceren. In Nederland werd in 2025 92 procent van de artikelen open access gepubliceerd, meldde Folia eerder. Maar het is nog niet waar het zou moeten zijn. In een wereld die nog altijd primair draait op commerciële uitgeverijen, hangt er een groot prijskaartje (denk aan duizenden euro’s per artikel) aan het publiceren buiten de betaalmuur. En publicatie op een andere manier kan carrièremoord zijn. Bakker: ’Je loopt bij kleinere tijdschriften dan toch het risico dat je amper gezien wordt. Ik raad mijn AIO’sAssistent in opleiding, ook wel promovendi ook nog steeds aan om naar tijdschriften te gaan met een bepaalde reputatie.’

Bert Bakker
Foto: Lisa Boshuizen
Bert Bakker

Dat iedereen onderdeel kan worden van de academische wereld is een nobel doel. Maar bevordert het ook de wetenschap zelf?

Bakker: ‘Ja, open science zorgt er juist voor dat de wetenschap nog beter wordt. De reproduceerbaarheid, dat we met een nieuwe studie dezelfde resultaten kunnen behalen, is bijvoorbeeld heel belangrijk. Dat wordt beter door open science omdat anderen het werk kunnen controleren en erop voort kunnen bouwen.’


Reijnen: ‘We moeten als universiteit een beetje met de billen bloot. Je produceert beter onderzoek als je het bronmateriaal toegankelijk maakt, je kan veel meer op elkaar leunen door gebruik te maken van elkaars werk. Dit geldt niet alleen voor de directe omgeving, maar voor de hele wereld. Met open science wordt meer informatie mondiaal toegankelijk. Als de informatie en kennis beschikbaar wordt op meerdere plekken in de wereld, gaat dat iets doen met de inzichten die de wetenschap produceert en de kwaliteit ervan. We kunnen dan sneller en beter voortbouwen op elkaars werk. Daarnaast is het via citizen science mogelijk om onderzoeksvragen op een schaal te beantwoorden die met slechts een kleine groep onderzoekers niet haalbaar is. Er is nog veel winst te behalen in de transparantie van onderzoek, wat het alleen maar kwalitatief beter zal maken.’


Bakker: ‘Neem complexe datasets, bijvoorbeeld in de sociale wetenschappen, die betrekking kunnen hebben op moeilijk te bereiken gemeenschappen. Als een project is afgerond wordt daar vaak niets meer mee gedaan, terwijl met de data vaak voor andere onderzoeken nog bruikbaar zijn. Een volgend project begint nu vaak gewoon opnieuw.’

Carlos Reijnen
Foto: Lisa Boshuizen
Carlos Reijnen

Er is een nieuw open science-programma gelanceerd. Wat is er nu anders?

Bakker: ‘De transitie loopt al langer, maar dat gaat niet in één keer. Met het nieuwe programma willen we naar een opener model van de wetenschap toe bewegen. Je kunt als excuus gebruiken dat het ecosysteem van de academische wereld gewoon zo is, maar dat is te makkelijk. Als het gaat over toegankelijkheid van kennis die wij genereren, moeten wij daar zelf grote stappen in zetten.’


Reijnen: ‘Het vorige programma richtte zich vooral op open access en de toegankelijkheid van data. Nu willen wij inzetten op duurzame publicatiemodellen, citizen science en het meer leren waarderen van de open wetenschap. We willen enerzijds betere kennis en infrastructuur kunnen faciliteren, zoals systemen voor het archiveren en delen van data. Daarnaast willen we echt een andere richting op gaan sturen, een stukje cultuuromslag. Transparantie moet de norm gaan worden. We proberen midden in het wetenschappelijke gesprek te gaan staan door met academici in gesprek te gaan. Daar zijn wij in Amsterdam uniek in, omdat zowel ik als Bert zelf ook wetenschappers zijn en die drempel dus minder hoog is. Om een cultuurverandering in de wetenschap voor elkaar te krijgen, moet de wetenschap zelf het voortouw gaan nemen.’

‘Het is te makkelijk om te zeggen dat het academische ecosysteem gewoon zo is’

Hoe moet dat openere model er dan uit gaan zien?

Bakker: ‘Een mooi voorbeeld is het Diamond Open Access-fonds, dat onderzoekers stimuleert om kostenvrij tijdschriften of publicatie platformen op te zetten. Het is geen onuitputbare berg, maar wel bruikbaar. Uiteindelijk wil je ernaartoe dat iedereen altijd kan publiceren zonder daar extra geld aan kwijt te zijn.’


Reijnen: ‘De UvA sluit nu deals met uitgeverijen om open access publiceren mogelijk te maken. Maar dat is kostbaar en eigenlijk alleen interessant als je veel publiceert. Uiteindelijk zal er ook gekeken moeten worden naar mogelijkheden om minder of misschien helemaal niet meer met uitgeverijen te gaan werken, maar het proces in eigen handen te nemen. Maar ook dat kost geld. Je hebt mensen nodig om de kwaliteit te bewaken en de publicaties te beheren.’


Reijnen: ‘We willen daarnaast onze datasets en onderzoeken kunnen archiveren én delen. De Research Data Hub is daar een mooie oplossing voor, die brengt dat namelijk samen. Via die Hub kan je onderzoeksdata veilig opslaan en is het ook doorzoekbaar. Je kunt er zelf voor kiezen of je het openbaar maakt of niet. Dat programma is een enorme innovatie. We worden met dit soort initiatieven autonomer van commerciële oplossingen.’

 

Hoe wordt het open science-programma bekostigd?

Reijnen: ‘De gedachte van het programma is dat we gebruikmaken van al bestaande budgetten. Open science is geen extra of speciale wetenschap, maar gewoon hoe reguliere wetenschap zou moeten zijn in deze tijd. Als dit uiteindelijk extra middelen zou blijven kosten, doen we het fout.’


Bakker: ‘We investeren nu wel vijftigduizend euro in het Diamond Open Access-fonds en tienduizend euro om open science in de beginfase te stimuleren.’

 

Jullie zeggen dat er een cultuurverandering nodig is. Hoe ziet dat eruit?

Bakker: ‘Je moet onderkennen dat er een hele hoop verschillen zijn binnen de UvA, er is dus niet één cultuur en er kan dus ook niet één verandering komen. We moeten openheid en transparantie over het onderzoeksproces als nieuwe norm gaan neerzetten. Het onderzoek dat we doen moet niet alleen impact hebben op de samenleving, maar we moeten echt met elkaar gaan samenwerken. Dat gaat niet alleen over wetenschappers onderling, maar ook over burgers, bedrijven en journalisten.’


Reijnen: ‘De wetenschap moet zijn deuren openen. Wetenschappers moeten een gedragsverandering ondergaan. Elke vorm van cultuur is ingebakken in hoe wij ook omgaan met materiële zaken. Nu zijn publicaties commerciële processen. Dat je de waarde van een artikel in euro’s kunt uitdrukken is heel sturend geworden in de wetenschap. Voor uitgevers is open access natuurlijk problematisch.’


Bakker: ‘We moeten transparante wetenschap meer gaan leren waarderen. Het UvA-programma Erkennen en Waarderen zet zich daarvoor in. Het is belangrijk dat we verschillende soorten output op prijs gaan stellen in plaats van alleen waarde te hechten aan publicaties in vooraanstaande tijdschriften. Dat is geen slechte output, maar zeker niet de enige.’

website loading