Op vrijdag 10 april viert het Amsterdam Center for Health Communication (ACHC) haar tienjarig bestaan. Met een pandemie, gezondheidsgoeroes op sociale media en de opkomst van AI zag het onderzoeksinstituut het gezondheidslandschap flink veranderen. Welke lessen zijn er geleerd?
Tien jaar geleden was hoogleraar gezondheidscommunicatie Julia van Weert een van de eersten die zich met haar team hard maakte dat hun onderzoeksresultaten ook echt zouden landen in de praktijk. Met de oprichting van haar leerstoel riep ze ook het Amsterdam Center for Health Communication (ACHC) in het leven. Dat onderzoeksinstituut – onderdeel van de afdeling communicatiewetenschap aan de UvA – heeft als missie om gezondheid te bevorderen door middel van wetenschappelijk onderzoek naar effectieve communicatie.
Inmiddels is impact maken echt een buzzword geworden. Vrijdag 10 april komen onder andere universiteitshoogleraar Robbert Dijkgraaf en hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets daarover praten tijdens een jubileumsymposium. Een terugblik met organisatoren Julia van Weert, Eline Smit op tien jaar ACHC.
Wetenschappelijke kennis over gezondheid is vaak complex. Neem het drinken van wijn, is dat nu wel of niet goed voor je gezondheid? Hoe ga je daar mee om in de gezondheidscommunicatie?
Eline: ‘Wij doen geen onderzoek naar of wijn nu wel of niet goed voor je is. Maar wel naar hoe je zo’n boodschap communiceert, aan wie en via welk kanaal. Moet een arts die boodschap verspreiden of iemand die vergelijkbaar is met de persoon die de boodschap ontvangt?’
Julia: ‘Stel dat je wilt dat mensen minder alcohol gaan drinken. Dan ga je systematisch analyseren waaróm mensen drinken. Dan kom je erachter dat ze bepaalde overtuigingen hebben. Veel jongeren drinken bijvoorbeeld vanuit de overtuiging dat het belangrijk is om erbij te horen. Daar speel je dan op in met je boodschap. Zeggen dat mensen minder moeten drinken werkt namelijk meestal niet.’
Wat is er de afgelopen tien jaar tijd veranderd in de gezondheidscommunicatie?
Julia: ‘Heel veel. De technologie heeft zich bijvoorbeeld razendsnel ontwikkeld.’
Eline: ‘Vroeger onderzochten we de doelgroep vooral met vragenlijsten, nu kun je ook via minder invasieve manieren, bijvoorbeeld via smartwatches, veel gedetailleerde informatie ophalen.’
Welke invloed heeft de opkomst van influencers en gezondheidsgoeroes op de gezondheidscommunicatie?
Eline: ‘De opkomst van sociale media heeft er de afgelopen tien jaar voor gezorgd dat mis- en desinformatie zichtbaarder is en zich sneller verspreidt. Daar doen we onderzoek naar. Zo kijken we hoe er op sociale media wordt gesproken over anti-obesitas medicatie en werken we samen met het ziekenhuis om te onderzoeken welke mythes er online leven rondom gezondheid en hoe we die het best kunnen ontkrachten. Is het beter als een arts in een filmpje uitlegt hoe het echt zit? Of kan iemand met minder statusverschil met de ontvanger het beter vertellen?’
Kun je daar al iets over zeggen?
Eline: ‘Dat onderzoek is nog gaande, dus harde uitspraken doen hierover is lastig. Maar we weten wel dat een grote mate van identificatie belangrijk kan zijn voor de ontvanger en ook dat iemand met een witte jas meer autoriteit heeft dan iemand zonder die witte jas.’
Julia: ‘Het hangt er ook vanaf wat je wilt bereiken. Het kan zijn dat mensen zeggen dat ze in een uitlegfilmpje de voorkeur geven aan een arts, maar het desondanks beter onthouden als een patiënt het vertelt.’
Het ACHC speelde ook een adviserende rol tijdens de coronapandemie. Vanuit het ACHC waren Julia van Weert en hoogleraar Bas van den Putten lid van de wetenschappelijke adviesraad van de RIVM Corona Gedragsunit, die advies gaf over hoe coronamaatregelen gecommuniceerd moesten worden. Welke lessen kunnen jullie daaruit trekken?
Julia: ‘Mijn stokpaardje is altijd geweest: communiceer onzekerheid. In het begin communiceerde de overheid met te veel zekerheid over dingen die eigenlijk heel onzeker waren. Daarmee snijd je jezelf later in de vingers.’
Eline: ‘Gedragswetenschappers werden ook pas vrij laat geconsulteerd door de overheid voor advies. Terwijl het er bij een pandemie uiteindelijk om gaat dat mensen hun gedrag veranderen.’
Julia: ‘En dan is informeren niet genoeg. Je moet het mensen gemakkelijker maken en ze ook handvaten geven hoe ze hun gedrag kunnen veranderen. Daarom waren er looproutes en cirkels op het gras in het park, zodat mensen afstand hielden.’
Eline: ‘Ook nu doen we nog veel onderzoek naar pandemic preparedness. Zo hebben we bijvoorbeeld veel opnames van de persconferenties van minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge en Jaap van Dissel van het RIVM geanalyseerd om te zien of zij onbewust polariserende communicatiestrategieën gebruikten.’
Julia: ‘Als je letterlijk zegt dat mensen die niet vaccineren asociaal zijn of hen wappies noemt, dan kruip je dus niet in de huid van die mensen – die voor een deel gewoon zorgen hadden over of een vaccin wel veilig ontwikkeld kon worden in zo’n korte tijd.’
Eline: ‘Dat heeft polarisatie in de hand kunnen werken.’
Zijn we nu beter voorbereid op een volgende pandemie?
Eline: ‘Dat is wel de bedoeling.’
Julia: ‘Ja, maar ik denk het eigenlijk niet.’
Eline: ‘Laten we niet pessimistisch eindigen. We hebben wel veel geleerd over wat beter zou kunnen in de communicatie.’
Julia: ‘Klopt. En sowieso over hoe je het moet inrichten. Tijdens de coronapandemie bestond het Outbreak Management Team (OMT) alleen uit virologen en andere medische experts. De gedragskennis bereikte die groep bijna niet. Dat is met het Maatschappelijk Impact Team (MIT) beter op de kaart gezet. Maar toen was de pandemie eigenlijk al voorbij.’
Eline: ‘Dus je mag wel hopen dat als er een volgende pandemie komt, dat de gedragswetenschappers gelijk aan tafel zitten.’
Julia: ‘Ja, en het liefst dat gedragswetenschappers ook in het OMT komen te zitten, maar dat is waarschijnlijk nog een brug te ver.’
Het thema van het ACHC-jubileumsymposium is impact maken. Hoe zorg je ervoor dat onderzoeksresultaten ook echt landen in de praktijk?
Julia: ‘Het promotieonderzoek van Leonie Westerbeek is daar een mooi voorbeeld van. Elke vijf minuten belandt er iemand in Nederland op de EHBO, als gevolg van een val. Medicijnen kunnen daarvan de oorzaak zijn, zeker als mensen meerdere medicijnen gelijktijdig gebruiken.’
‘Met behulp van AI is het mogelijk om met één druk op de knop een voorspelling te maken van het valrisico van een patiënt op basis van een medisch dossier. Zónder dat iemand daar een vragenlijst voor hoeft in te vullen. Daarmee wordt het per patiënt inzichtelijk: als je deze medicatie stopt, of een andere dosering gebruikt, dan neemt het risico op een val af. Leonie heeft laten zien dat die informatie ook echt wat kan veranderen. Dat systeem wordt nu geïmplementeerd in de huisartsenpraktijk.’