In de Quijosvallei in Ecuador worden grasvelden en grazende koeien ingeruild voor palmbomen en peulvruchten. De lokale boeren zetten in op ecotoerisme en verbinden hun landbouwgrond weer met het Amazonegebied. UvA-studenten Marleen Leek en Eva van der Veek onderzoeken daar hoe ze de juiste bomen beter kunnen laten groeien. ‘Als je meer bomen terugplant, komen ook de dieren en vogels terug.’
Een maand lang verruilen UvA-studenten aardwetenschappen Marleen Leek en Eva van der Veek hun vertrouwde Amsterdam voor San Francisco de Borja, een klein dorpje tussen de Amazone en het Andesgebergte in Ecuador. ‘Het leven hier is eigenlijk superchill,’ vertellen Leek en Van der Veek. ‘We leven wel als een soort kluizenaars, je kunt hier ’s avonds niet echt uit.’
Ze onderzoeken de omstandigheden waarin specifieke bomen en planten goed groeien. Ze werken samen met de lokale ngo Birdwatchers, die gratis bomen plant bij lokale boeren om hun grond weer te verbinden met het grote regenwoud.
Herbebossing is essentieel voor het herstel en de weerbaarheid van de Amazone, vertelt UvA ecoloog en docent van de twee studenten Crystal McMichael. ‘Door de ontbossing is er weinig verbinding tussen de verschillende gebieden in de Amazone. Door bomen te planten, wordt het leefgebied van dieren vergroot, waardoor ze ook kunnen migreren. Dat zorgt ervoor dat het regenwoud beter beschermd is tegen toekomstige veranderingen zoals droogte, bosbranden en de invloed van de mens. Het is net als de ecopassages (zoals bijvoorbeeld een natuurbrug die twee natuurgebieden aan elkaar verbindt, red.) in Nederland, maar dan op grote schaal.’
‘Ontbossing gebeurt niet alleen door buitenlanders die op zoek gaan naar olie, maar ook juist door de lokale gemeenschappen die de grond gebruiken voor landbouw,’ vertelt McMichael.
De kolonisten brachten ooit koeien mee en nu zijn de veehouderij en landbouw al generaties lang de primaire inkomstenbronnen van de lokale gemeenschap, legt Leek uit. ‘Eigenlijk is dat economisch helemaal niet interessant. Wij spraken een boer die er tweehonderd dollar per maand aan overhoudt, met zijn hele familie. Ook in Ecuador is dat ver onder modaal.’
Zeldzame vogels
Door het planten van specifieke bomen, komen ook dieren en vogels terug naar het gebied. Dat trekt vogelspotters en ecotoeristen aan, die naar de vallei komen om die ene bijzondere vogel te zien. ‘Je hebt hier boeren die een zeldzame dier- of vogelsoort in hun achtertuin hebben die je alleen daar kan zien,’ vertelt Leek.
Leek: ‘Je ziet hier veel kolibries en toekans.’ Maar vooral de rotshaan wekte de interesse van de studenten. Van der Veek: ‘Dat is een heel grappig beest. Het is een oranje vogel met een soort van eivormige bos op zijn hoofd, eigenlijk heel lelijk. Elke ochtend tussen zes en zeven uur dansen en zingen ze voor een vrouwtje en gaan daarna allemaal weer weg.’
Niet ecologie maar economie is de manier om de lokale gemeenschap te overtuigen om bomen te planten. Het boerenbestaan is hard werken en amper winstgevend. Ecotoerisme biedt de ideale oplossing, leggen Leek en Van der Veek uit. Leek: ‘De toeristen zijn vaak best wel rijke lui, dus daar kan je best wel wat geld aan vragen.’
‘In tegenstelling tot wat je zou verwachten bij massatoerisme, heeft ecotoerisme juist een lage impact op de natuur,’ legt McMichael uit. De toeristen slapen in hutjes met beperkte voorzieningen, leggen Leek en Van der Veek uit. ‘Het zijn geen grote resorts.’
Ondanks dat ze amper Spaans spreken, worden de studenten met open armen ontvangen. Van der Veek: ’De boeren zijn heel lief. Angel, een van de grondeigenaren, nodigde ons al uit voor een fiesta en om wormen te komen eten.’ De studenten willen alles proberen.
‘Iedereen doet hier alles voor elkaar,’ vertelt Van der Veek. ‘Tijdens de mingadagen planten ze met elkaar bomen. Het is een oud gebruik dat je met zijn allen iets voor de gemeenschap doet.’
Bomen planten
Er moeten bomen worden geplant. Dat lijkt simpel, maar dat is het niet. ‘Ze hebben een tijd lang bomen geprobeerd te planten zonder succes,’ legt Leek uit. ‘Er is heel lang een monocultuur van gras geweest, waardoor er weinig stikstof in de grond zit.’
Leek en Van der Veek onderzoeken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat de juiste planten wel overleven. ‘Door het planten van peulvruchten gaan de bomen niet dood. Het is een soort natuurlijke bemesting,’ vertelt Leek die onderzoekt hoe stikstofbinders, waaronder dus peulvruchten, ervoor zorgen dat andere planten beter gaan groeien.
‘De palmboom is heel belangrijk, maar ook kwetsbaar,’ zegt Van der Veek. Zij doet onderzoek naar de boom die juist veel grote inheemse vogels aantrekt, en daardoor ook voor de aanmoediging van ecotoerisme erg interessant is. ‘In open gebieden groeien ze niet goed. Ik kijk naar de bomen die om de palm heen staan en hoe die voor schaduw kunnen zorgen.’
Grote biodiversiteit
Het project en de onderzoeken zijn belangrijk voor het herstel van de Amazone in zijn geheel. ‘De Quijosvallei kent de grootste biodiversiteit ter wereld. Er is ook een grote culturele diversiteit,’ zegt McMichael. Je vindt hier alle mogelijke vormen van natuur, legt ze uit. ‘Juist die diversiteit zorgt ervoor dat dit het ideale gebied is om onderzoek te doen naar de Amazone. Als iets in dit gebied werkt, zal het waarschijnlijk in de meeste andere gebieden ook werken.’
De Quijosvallei is nog vrij onbekend, vertellen Leek en Van der Veek. Er is daarom veel ruimte voor de groei van ecotoerisme. Toch verwachten de studenten dat de landbouw nooit helemaal zal verdwijnen. ‘De mensen daar moeten toch eten,’ zegt Van der Veek. ‘Het zou ook flauw zijn om te zeggen: doe al die koeien maar weg en ga maar weer cavia eten.’