Ook decennia na dato werden de Duitse hongersnoden uit de twintigste eeuw nog gebruikt om bepaalde sentimenten onder het volk aan te wakkeren, zo blijkt uit onderzoek van promovendus Anne van Mourik. ‘Door die verhalen continu aan de bevolking voor te schotelen, kon de Tweede Wereldoorlog worden gelegitimeerd, en geframed als een bevrijdingsoorlog.’
In de twintigste eeuw leed het Duitse volk in twee verschillende periodes – tussen 1914 en 1924, en opnieuw tussen 1945 en 1949 – ernstige honger. Historicus Anne van Mourik toont in haar proefschrift aan dat deze hongersnoden niet alleen ingrijpend waren terwijl ze plaatsvonden, maar ook nog ver daarna van grote invloed waren op de ontwikkeling van de Duitse politiek en identiteit.
‘Verhalen die rond periodes van hongersnood ontstaan, blijven nog decennialang relevant. Vooral in schoolboeken is dat goed te zien, omdat daarin bepaalde narratieven instrumenteel worden ingezet om een bepaalde identiteit te creëren. Leerlingen leren aan de hand van die schoolboeken begrijpen door welke bril ze gebeurtenissen uit het verleden moeten bekijken.’
Wat voor narratieven zag je in die schoolboeken terug?
‘Dat verandert continu. Neem de hongersnood tijdens en na de Eerste Wereldoorlog (1914 tot 1924, red.). Daardoor zijn honderdduizenden Duitsers omgekomen, maar zolang de oorlog voortduurde werd in schoolboeken ontkend dat er honger was in Duitsland. Er werd wel benoemd dat de Britten een uithongeringspoging deden – om zo de inhumaniteit van de Britten weer te geven – maar het was belangrijk dat het thuisfront sterk bleef, dus de honger werd ontkend.’
‘Maar toen de oorlog ten einde kwam, kantelde het narratief volledig in Duitsland. Ineens werd de aanhoudende honger wel erkend in de schoolboeken. Vrouwen en kinderen werden er bijgehaald, als onschuldige types die door de Britten werden uitgehongerd. Ze zijn toen heel erg in de slachtofferrol gaan hangen, en dat narratief zie je ook in de periode daarna veel opduiken. In de Duitse schoolboeken stond dat men werd gekoloniseerd door de Britten, net als de Ieren of de Indiërs. De herinnering aan de hongersnood symboliseerde die onderdrukte positie. Door die verhalen continu aan de bevolking voor te schotelen, kon de Tweede Wereldoorlog worden gelegitimeerd, en geframed als een bevrijdingsoorlog.’
Ook na die oorlog brak er een hongersnood uit in Duitsland, hoe werkte die door in de periode erna?
‘De hongersnood na de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt om de Koude Oorlogspolitiek mee te stimuleren. Zo werd in DDR-schoolboeken het idee gepropageerd dat honger het gevolg was van het kapitalisme. De oplossing hiervoor moest dan natuurlijk de DDR zijn. Het socialisme zou ervoor zorgen dat arbeiders goed te eten zouden hebben.’
‘Tegelijkertijd ontstond in West-Duitsland een narratief waarbij honger als een soort beginpunt werd geschetst, naar welvaart toe. Het idee van de neoliberale samenleving, waarin honger een duidelijk nut heeft, omdat het zorgt voor een opmars. Ik consumeer dus ik besta.’
Honger is dus continu gebruikt als politiek middel, ingezet om de eigen ideologie mee te verkopen?
‘Absoluut. Een goed voorbeeld hiervan is de Berlijnse luchtbrugDe Berlijnse Luchtbrug was een geallieerde operatie waarbij West-Berlijn per vliegtuig werd bevoorraad. Vaak wordt verkondigd dat Stalin een poging deed West-Duitsland uit te hongeren, maar dat klopt niet. Toch verschijnt die versie van de geschiedenis vanaf de jaren ’60 wel in de Duitse schoolboeken. De Berlijnse muur werd op dat moment gebouwd, en er was behoefte aan een verhaal om de inhumaniteit van Stalin kracht bij te zetten. De eigen, liberale democratie kon worden gelegitimeerd door die tegenover zo’n totalitair uithongeringsverhaal af te zetten.’
Zo zijn die hongersnoden heel direct van invloed geweest op politiek beleid, maar ik kan me voorstellen dat zo’n periode van gedeeld leed ook meespeelt bij het ontstaan van een gezamenlijke identiteit.
‘Ja, dat zie je het duidelijkst in de naziperiode. Daar werd het idee gecreëerd dat de Duitsers als ras werden onderdrukt door de Britten. Daarin zie je dat het gezamenlijk lijden echt tot een gemeenschappelijke identiteit leidde.’
Die identiteit ging dus samen met een bepaald vijanddenken?
‘Absoluut. Dat zie je terug in het fenomeen “nutteloze eters”. Om te garanderen dat de Tweede Wereldoorlog niet ook verloren zou worden, werden niet alleen Joden, maar ook Roma, Sinti, Slavische volkeren, gehandicapten en psychiatrische patiënten bewust uitgehongerd, zodat het voedsel naar de Duitse krijgsmacht kon. Daar raakten de genocidepolitiek en de hongerpolitiek elkaar. Door de Duitsers hoger te plaatsen in de voedselhiërarchie dan die “nutteloze eters”, moest namelijk ook het Duitse ras “zuiver” gehouden worden.’
Welke lessen denk je dat we hier vandaag de dag uit kunnen trekken?
‘Hongersnoden hebben hele lange nawerkingen, die zijn niet neutraal, maar politiek. Dat betekent dat de verhalen die we nu maken, over hongersnoden die nu plaatsvinden, ook over vijftig jaar nog altijd effect kunnen hebben. Neem de honger die we zien in Gaza, narratieven die nu gecreëerd worden kunnen ook jaren later nog heel krachtig zijn. De politisering van die verhalen moeten we heel serieus nemen, mythes en misinformatie moeten we zien te voorkomen.’
Anne van Mourik promoveert op 20 februari om 11.00 uur op het proefschrift ‘Het mobiliseren van honger. Oorlog en schoolboeken in Duitsland, 1914–2020.’ De verdediging vindt plaats in de Aula Lutherse Kerk.