Dierenpoep zou meer kunnen vertellen over hoe eten wordt verteerd. Een oproep bracht uitwerpselen van wandelende takken, axolotls en katten naar Dierenpark Amersfoort. Nu, bijna drie jaar later, presenteren onderzoekers bij tandartsenopleiding Acta de eerste resultaten van het poeponderzoek.
Een uitgedroogde kattendrol, de kleine, harde korrels van een wandelende tak en de sliertige uitwerpselen van een axolotl (een Mexicaanse salamander): de afgelopen jaren zag universitair docent Wendy Kaman, de meest uiteenlopende dierenpoep langskomen in het laboratorium van de afdeling orale biochemie bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (Acta). Samen met haar collega Henk Brand en Dierenpark Amersfoort onderzoekt Kaman de relatie tussen dieet en de samenstelling van poep.
Dieren leken daarvoor een goed startpunt – dierenpoep is namelijk makkelijker te verzamelen dan mensenpoep. Via een pamflet in een bushokje kwamen ze terecht bij Dierenpark Amersfoort, dat jaarlijks het educatieprogramma ‘Poep & Zoo’ organiseert in de meivakantie. Kaman nam contact op met de dierentuin, die huisdiereigenaren vervolgens opriep om de poep van hun huisdier mee te nemen naar de dierentuin voor onderzoek.
21 soorten huisdieren
Die oproep kreeg flink wat media-aandacht en in mei 2023 brachten huisdiereigenaren de poep van 21 verschillende soorten huisdieren en masse naar de dierentuin. Uiteindelijk bleek het nog knap lastig om chocola te maken van de huisdierenpoep. Kaman: ‘Het was die week heel warm en de bakken waarin de poep werd verzameld stonden buiten. Wel in de schaduw, maar dat ging alsnog een beetje groeien en bloeien.’
De onderzoekers zagen wel verschillen in de poep – een lagere activiteit van verteringsenzymen bij de planteneters – maar durfden er nog geen conclusies aan te verbinden. Kaman: ‘Het zijn hele leuke data, maar we wisten van de meeste huisdieren bijvoorbeeld niet hoe de poep verzameld was, of het dier gezond was en wat de dieren precies te eten kregen. Mensen hadden dat soms wel op briefjes beschreven maar dit was niet van alle samples bekend.’
Het huisdierenonderzoek diende uiteindelijk als pilot voor het onderzoek dat onlangs werd gepubliceerd in het internationale vakblad Animals. Daarvoor verzamelden medewerkers van de dierentuin de poep van vijftien soorten gezonde dieren uit de dierentuin. Die dieren werden ingedeeld in drie groepen op basis van hun dieet. Er waren de carnivoren (vleeseters), waaronder een leeuw, tijger en otter, de omnivoren (alleseters) zoals het varken, de das en de wasbeer en de herbivoren (planteneters), een giraf, zebra en olifant.
Uit analyse van de poep van die dieren blijkt dat wat dieren eten inderdaad invloed heeft op de aanmaak van bepaalde enzymen in de darmen. De vleeseters maken namelijk veel proteasen aan, enzymen die het eiwitten in voedsel afbreken. Dieren die alleen planten eten maken veel minder proteasen aan.
Onderzoek bij mensen
Dat zijn ook interessante bevindingen voor de mens. Het onderzoek is namelijk onderdeel van een langlopende studie in samenwerking met de afdeling maag-, darm- en leverziekten van het Amsterdam UMC naar darmziekten bij mensen, zoals Inflammatory Bowel Disease (IBD). Het blijkt dat mensen met IBD meer proteasen in hun poep hebben dan gezonde personen.
Proteasen vervullen een belangrijke rol in de spijsvertering, ze breken namelijk de eiwitten in het voedsel af zodat de voedingstoffen door het weefsel van de dunne darm kunnen worden opgenomen in het bloed. Maar bij IBD is het evenwicht verstoord en zijn er zoveel proteasen dat ze waarschijnlijk ook het weefsel van de dunne darm afbreken.
Het poeponderzoek zou uiteindelijk kunnen leiden tot een diagnostische test voor IBD. Zo’n diagnostische test gaat uiteindelijk idealiter via het speeksel. Enzymen die in de darmen aanwezig zijn, komen vaak ook voor in de mond: het spijsverteringskanaal is namelijk van mond tot kont met elkaar verbonden. Vandaar ook dat het onderzoek bij ACTA naar mondgezondheid nauw is verbonden met darmaandoeningen. Maar daarvoor is het nog te vroeg. Kaman: ‘We hebben eerst meer informatie nodig over het effect van dieet op de samenstelling van poep.’ De onderzoekers willen daarom ook poep van mensen op een veganistisch of juist een vleesrijk dieet met elkaar vergelijken.