Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Sija van den Beukel
wetenschap

Toga aan of uit? UvA-hoogleraren op bezoek bij Amsterdamse basisscholen

Sija van den Beukel,
24 mei 2024 - 15:22

Vrijdagochtend fietsten zes UvA-hoogleraren naar Amsterdamse basisscholen om een les te verzorgen. Kan dat een zaadje planten voor wetenschappelijk onderzoek? En kan dat het beste mét of zonder toga? ‘Zijn jullie de eigenaren van de Harry Potter-school?’

Na een kort overleg halen vier hoogleraren hun toga’s toch maar uit de fietstas voor het schoolplein van de 5e Montessorischool in de Watergraafsmeer. Een voorbijganger wil graag een foto maken. En ook de schoolklas die de straat over steekt toont interesse. Wie ze zijn? ‘Advocaten’, roept een kind. ‘Vier wijze uilen’ denkt een ander. En dan: ‘Eigenaren van de Harry Potter-school!’

 

Dit jaar doet de UvA voor het eerst mee aan het initiatief Meet the Professor. Zes wetenschappers, elk van een andere faculteit, fietsten vrijdagochtend 24 mei naar Amsterdamse basisscholen om daar een les te verzorgen. Een evenement dat op de universiteiten in Nijmegen, Utrecht Leiden en Delft al verschillende jaren een gewoonte is.

 

Een fietsende wetenschapper die laagdrempelig over onderzoek komt vertellen kan helpen de afstand tussen wetenschap en samenleving te verkleinen, is de gedachte. En de stereotypen – de wetenschapper is een oude, witte man in een labjas – helpen te doorbreken en daarmee bijdragen aan sociale gelijkheid. Maar in hoeverre is daar wetenschappelijk bewijs voor?

Foto: Sija van den Beukel
Paola Grosso komt op de fiets aan bij de 5de Montessorischool.

Enthousiasme voor de wetenschap

‘Wat de effecten van Meet the Professor precies zijn weten we nog niet,’ zegt initiatiefnemer Bart Groeneveld van Wetenschapsknooppunt Amsterdam die het evenement vanuit de FNWI organiseerde. ‘Maar waar wel onderzoek naar is gedaan, is dat je kinderen voor hun tiende en elfde levensjaar op een positieve manier kennis moet laten maken met wetenschap en techniek, omdat het erop lijkt dat ze hun interesse voor die richting anders kwijtraken.’ Sinds 2003 zijn er daarom veel programma’s vanuit de overheid georganiseerd om wetenschap en techniek de klas in te brengen.

 

Die lesprogramma’s worden niet altijd gegeven door de leerkrachten die daar zelf interesse in hebben, vertelt Groeneveld. ‘Op de Pabo zijn er maar weinig studenten met een Natuur & Gezondheid (N&G) of Natuur en Techniek (N&T) profiel. Een leerkracht draagt dus vaak niet echt het enthousiasme voor de bètarichting over.’ Dat zou een wetenschapper voor de klas wél voor elkaar kunnen krijgen.

 

De klas die door hoogleraar computerwetenschappen Paola Grosso wordt bezocht heeft al weken uitgekeken naar de komst van ‘de professor’. Bij de vraag wie er een kopje thee wil halen voor Grosso steken alle kinderen hun vinger op. Ook zijn ze goed voorbereid op de vragen van de professor, voorafgaand aan haar bezoek kregen de leerlingen uit groep 6, 7 en 8 al les over hoe de wetenschap en het internet werkt.

 

Zelf wetenschap doen

Maar kan zo’n les kinderen inspireren om een wetenschappelijke carrière te gaan volgen? Dat ligt eraan hoe de les wordt gegeven volgens pedagoog en voorzitter van De Jonge Akademie (DJA) Eddie Brummelman. Vanuit DJA zette hij het programma Lil’Scientist op met als doel om jonge kinderen in kansarme buurten echte wetenschap te laten doen.

‘Door wetenschap de framen als een handeling en niet als een identiteit, maak je het inclusiever’

‘Veel bestaande wetenschapscommunicatie-initiatieven zenden vooral, vanuit de wetenschapper naar het kind, zonder dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende vermogen van kinderen worden aangesproken,’ vertelt Brummelman. ‘Ik ben heel blij dat wetenschappers steeds meer naar buiten toe treden. Daarom is het goed om te blijven nadenken hoe dat het beste te doen.’

 

Volgens Brummelman is het zinvol om de nadruk meer te leggen op wetenschap als handeling en niet op wetenschap als identiteit. Uit onderzoek blijkt namelijk dat uitspraken over wetenschapper zijn, ontmoedigend kunnen werken voor kinderen, met name voor kinderen uit groepen die ondervertegenwoordigd zijn in de wetenschap.

 

Brummelman: ‘Kinderen hebben meer vertrouwen in hun vaardigheden om wetenschap te doen, dan om wetenschapper te zijn. Dat klinkt misschien subtiel, maar als je zegt ‘ik ben wetenschapper’ dan denken kinderen al snel dat het een exclusieve groep is, waar maar een bepaald aantal mensen bij zou kunnen horen.’

 

Om die reden is het beter om kinderen ook zélf aan het werk te zetten, betoogt Brummelman. Dat gebeurt ook in de klas van Paola Grosso: aan het eind van de les gaan de kinderen zelf een boodschap via het internet versturen. Alle kinderen zijn computers en vormen een netwerk door hun armen naar elkaar uit te strekken. Ze moeten samenwerken om een boodschap (rode en groene legoblokjes die nullen en enen symboliseren) te versturen naar de andere kant van de klas. Er zijn ook hackers in het spel, die het bericht kunnen onderscheppen. ‘Mijn droom is een veilig internet voor iedereen,’ is de achterliggende boodschap van Grosso.

 

Ook leerkrachten kunnen bijdragen aan het enthousiasme voor wetenschap, door wetenschap meer als activiteit te formuleren. Brummelman: ‘Een leerkracht kan een kind dat een interessante vraag stelt dus beter niet complimenteren met een opmerking als ‘Wat ben jij slim! Jij gaat vast de Nobelprijs winnen,’ maar meer nadruk leggen op de vraag en waarom deze zo interessant is. Door wetenschap de framen als een handeling en niet als een identiteit, maak je het inclusiever.’

 

(tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Foto: Sija van den Beukel
Paola Grosso in toga voor de klas.

Harry Potter-gewaad

En kun je daarbij beter wel of geen toga dragen? Daar verschillen de meningen over aan de verschillende universiteiten en ook aan de UvA. Volgens fietsprofessor Marco te Brömmelstroet die al jaren pleit om Meet the Professor aan de UvA te organiseren moet de toga juist meer gedagen worden. ‘Waarom zie je die nooit in het straatbeeld? Waarom dragen we die niet ook in de trein naar een oratie?’

 

Aan de andere kant kan de toga stereotyperingen over ‘de wetenschapper’ juist in de hand werken. Om die reden stapte de universiteit Nijmegen alweer af van het dragen van de toga. ‘Wanneer de wetenschapper wordt afgebeeld als een niet-menselijk iemand die in een Harry Potter-gewaad voor de klas staat, kan dat juist afstand creëren,’ zegt Brummelman. ‘Dan zullen veel kinderen – en dan vooral meisjes, kinderen met een migratieachtergrond en kinderen uit kansarme gezinnen – zich afvragen, ben ik wel zoals deze persoon? Kan ik wel wetenschapper worden?’

 

Daarom kozen de organisatoren er dit jaar voor de toga niet aan te doen maar in de fietstas mee te nemen. Grosso doet de toga in de klas even aan. Aan het eind van de les staan de kinderen in de rij om met de baret op de foto te mogen. ‘Wat willen jullie later worden?’, vraagt Grosso tot slot. ‘Journalist’, klinkt het vastbesloten, en: ‘eigenaar van een dierentuin’. En wie wil er leraar of professor worden? ‘Het zou kunnen’, klinkt het voorzichtig.

Foto: Sija van den Beukel
Hoogleraar Paola Grosso voor de klas op de 5de Montessorischool in de Watergraafsmeer.