Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Romain Beker
wetenschap

Waarom hebben we met kerst eigenlijk een boom in huis?

Jip Koene,
19 december 2023 - 15:39

In de loop van de negentiende eeuw veroverde de kerstboom langzaamaan de Nederlandse huiskamer. Sindsdien vormt de boom hét middelpunt van de kerstviering. Maar wat is de oorsprong van de dennenboom? ‘Volgens de christenen zou zo’n totem niet in de huiskamer thuishoren.’

Jaarlijks sieren zo’n 2,5 miljoen kerstbomen de Nederlandse huiskamers. Of je nu een traditionele fijnspar óf de naaldvaste Nordmann koopt, zolang het een groene dennenboom is, zit je goed.

 

Groene bomen en takken zouden door oude Germaanse stammen zijn gebruikt om de nieuwe lente aan te kondigen, waarbij de boom symbool stond voor vruchtbaarheid en goddelijkheid. Tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar, plaatsten zij een groene boom op het dorpsplein. De herkomst van de kerstboom wordt daardoor vaak terug herleid naar de Germanen. Maar dat is onterecht, zegt UvA-hoogleraar Europese etnologie Peter Jan Margry.

Foto: Monique Kooijmans
Peter Jan Margry

‘De negentiende eeuw vormde het hoogtij van de “germanisering” van de cultuur, waarbij allerlei oude gebruiken en tradities werden toegeschreven aan de Germanen’, aldus Margry. ‘Van de kerstboom zijn geen gegevens bekend die daarnaartoe leiden.’ Maar waar komt de boom dan wel vandaan?
 
Duitse arbeidsmigranten
In 1836 werd de kerstboom voor het eerst beschreven door predikant O.G. Heldring uit het Betuwse Hemmen. In zijn Geldersche Volksalmanak beschrijft hij onder meer dat zijn boom is opgetuigd met lichtjes, appels, noten, peren en andere versnaperingen.
 
Heldring’s kerstfeest zou een volmaakte kopie zijn van een Duitse kerstviering. ‘Verschillende Duitse gemeenschappen gebruikte de dennenboom tijdens hun winterfeesten in de aanloop naar de kerst. Dat gebruik vindt weer zijn oorsprong in Europees middeleeuwse vieringen zoals het meiboomfeest om de zomer mee aan te kondigen. In de jaren veertig van de negentiende eeuw kwamen Duitse arbeidsmigranten en ambachtslieden naar Nederland. Logischerwijs namen zij hun tradities en gebruiken mee,’ vertelt Margry. ‘Zij deelden deze dan weer met hun nieuwe Nederlandse klanten. Dat zien we bijvoorbeeld terug in de kerstboomadvertenties die zij toentertijd plaatsten.’
 
Zo vestigde de Duitse bakker C. Nölken zich in 1844 op de Dam in Amsterdam en zette hij jaarlijks een kerstboom met kaarsjes en kransjes in zijn winkel. In een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 20 december 1844 nodigt hij zijn klanten uit in zijn zaak, daarbij vermeldt hij het volgende: “Zondag, Maandag en Dinsdag Avond van 6 tot 8 Ure zal er een luisterrijk geïllumineerde kersboom te zien zijn”. In 1846 adverteert de bakker opnieuw en laat hij weten ruimschoots voorzien te zijn “met alles wat tot de opsiering van een kerstboom behoort”. Dit soort advertenties markeren het begin van de introductie van de kerstboom in de Nederlandse huishoudens.
 
Beschavingsoffensief en Godgeleerdheid
‘In de negentiende eeuw vond ook een vorm van beschavingsoffensief plaats,’ vervolgt Margry. ‘De burgerlijke samenleving kreeg steeds meer gestalte, en er werd veel meer gekeken naar de kinderziel en de opvoeding van kinderen. Het gezin stond centraal, en daar paste het huiselijke karakter van een versierde kerstboom goed bij.’
 
Tegelijkertijd kon de introductie van de kerstboom door de Duitse arbeidsmigranten rekenen op weerstand vanuit het christendom. ‘Zo’n totem zou niet in de huiskamer thuishoren,’ vertelt Margry. ‘Binnen de christelijke cultuur zag men de boom als iets van de heidenen. Maar de katholieken bedachten daar iets op. Zij plaatsten de kerstkribbe onder de boom, en zagen het als een kans om de boom alsnog een christelijk karakter te geven en de nadruk te leggen op het geloof. Het is een speelse visualisering van het kerstverhaal om zo kinderen er eenvoudig mee kennis te laten maken.’
 
Stadse ‘Nieuwerwetsigheid’
Die stadse ‘nieuwerwetsigheid’, zoals het NRC ooit verwees naar de introductie van de kerstboom in de negentiende eeuw, heeft zich de afgelopen 175 jaar langzaam verspreid over het hele land. Van huiskamers, stationshallen en pleinen, overal duikt de boom op.
 
Dat Amsterdam de boom omarmd heeft, kunnen we inmiddels wel stellen: ieder jaar wordt op de Dam een enorme kerstboom met maar liefst veertigduizend lichtjes geplaats. Waar de Duitse arbeidsmigranten ooit de Amsterdammer inspireerde een boom in huis te nemen, blijkt die Duitse invloed op het kerstfeest onverminderd: dit jaar komt de kerstboom op de Dam namelijk uit Overath, een klein Duits dorpje. De boom is tot 8 januari te zien, daarna gaat die naar de olifanten in Artis om ermee te spelen en sjouwen.