Hoogleraar Tim van Opijnen moet in de Verenigde Staten verplicht allerlei trainingen volgen over wat hij wel en niet mag doen als wetenschapper. Maar waarom gelden zulke strenge ethische regels niet voor anderen, zoals de Amerikaanse overheid? ‘De president weet prima welk hek moet wijken om van omkoping geen probleem meer te maken.
Ergens rond mijn eerste maand als postdoc aan Tufts University, in 2006, verhuisde mijn groep naar een kersvers gerenoveerd lab. De benches, bureaustoelen en apparatuur waren gloednieuw en het lab had grote ramen met uitzicht op Chinatown.
Maar het gebouw was berucht. Iedereen wist dat het lab van de anatoom William Douglas was geweest. In 1983 financierde hij zijn relatie met een jonge vrouw die als prostituee werkte in Bostons ‘Combat Zone’ met verduisterd geld van Tufts. In maart van dat jaar verdween ze. Haar lichaam werd nooit gevonden, maar haar bebloede auto dook op in New York, en hij ging de gevangenis in voor doodslag.
Ik weet zeker dat Douglas geen workshop nodig had om te begrijpen dat wat hij deed fout was. Vandaag de dag moet ik als hoogleraar een enorme lijst aan trainingen volgen, over subtielere zaken, maar ook om gewoon duidelijk te maken wat wel en niet mag. En elk jaar worden die trainingen een stukje langer. Er zijn workshops over onderzoeksethiek, biosafety, belangenverstrengeling (COI) en mentoring, en vooral ook ellenlange online video's en PowerPoint-presentaties om doorheen te klikken.
In één ervan biedt John Amanda $1000 aan voor toegang tot patiëntgegevens, en de vraag is of dat mag of niet (het antwoord is: nee). Ik klaag erover, meestal in stilte, net als iedereen die ik ken. Maar ik heb gewerkt in een ruimte waar ooit iemand zich aan geen enkele regel hield, ook niet aan de meest vanzelfsprekende. Ik begrijp dan ook waarom deze ‘vangrails’ zijn aangebracht, en waarom we niet zonder kunnen.
Verstikkende vrijheid
Neem mentoring. Als beginnend wetenschapper aan de UvA en later in de VS mocht ik onderzoeken wat ik maar interessant vond, en ik vond alles interessant. Toen ik mijn eigen lab begon, gaf ik mijn studenten dezelfde vrijheid, met de aanname dat ze die met net zoveel passie zouden aangrijpen. Integendeel, sommigen kwamen nauwelijks opdagen, omdat werk zonder deadlines niet belangrijk leek. Anderen verstijfden, omdat met oneindig veel opties elke keuze mogelijk de verkeerde kon zijn. Mijn mentorinstinct was een reflectie van mijn eigen ervaringen, en gaandeweg leerde ik dat elke student een persoonlijke aanpak nodig heeft.
Tegenwoordig zijn er workshops om die leercurve te verkorten. De lat voor begeleiding, voor het leiden van een lab en voor onderzoek ligt hoger dan toen ik student was. Bij mijn laatste workshop wisselde een zaal vol Harvard-hoogleraren en artsen verhalen uit over situaties die we allemaal met de beste bedoelingen verkeerd hadden aangepakt, en door die verhalen te delen worden we uiteindelijk beter. Elke dag leg ik verantwoording af over mijn studenten, mijn data, mijn financiering en mijn gedrag, en ik zou het niet anders willen.
Weg met de controleurs
Moord, verduistering en omkoping zijn iets anders. Die zijn in elk tijdperk fout, en waar het om gaat is dat iemand de regels handhaaft om uitwassen te voorkomen. Dat geldt voor elke instelling die van publiek geld leeft, van universiteit tot regering.
In zijn nieuwe boek Blockers, dat deze week verschijnt, beschrijft journalist Michael Lewis hoe het door Elon Musk gedirigeerde Department of Government Efficiency (DOGE) de federale overheid uitkamde op mensen die in de weg stonden om hen vervolgens weg te werken. Onder hen waren ook medewerkers die belastinggegevens beschermden en erop toezagen dat functionarissen zich aan de regels hielden. Dit betekent dat DOGE het ofwel met voorbedachten rade deed, ofwel geen idee had wat het deed. Voor dat laatste geldt het principe van “Chesterton’s fence”: breek een hek of vangrail pas af als je kunt uitleggen waarom het er staat. DOGE trok links en rechts hekken en vangrails omver, en de president gaat er nog altijd mee door.
Zo ontsloeg hij in 2025 de directeur van het Office of Government Ethics, de instantie die toeziet op de integriteit van de regering. Sindsdien wordt die geleid door waarnemend directeuren, van wie sommigen zelfs lid van het kabinet zijn. Het is duidelijk een geval van ‘Wij van wc-eend adviseren wc-eend’. En vergeet ook vooral niet hoe hij een Boeing 747 van 400 miljoen dollar ‘cadeau’ kreeg van Qatar. Op mijn werk is dat precies 400 miljoen dollar boven de grens van wat ik volgens de regels zou moeten melden. De president weet dus prima welk hek moet wijken om van omkoping geen probleem meer te maken.
Vertrouwen zonder verantwoording
Terwijl ik vorige week een nieuw COI-formulier over belangenverstrengeling invulde, vroeg ik me af waarom ik het nog zou doen als de regels niet voor iedereen gelden. De dag erna stelde een collega me precies dezelfde vraag. Het antwoord is natuurlijk dat het gewoon het juiste is om te doen, en dat wie valsspeelt vroeg of laat door de mand valt. Ik heb in mijn loopbaan vreemde dingen gezien: een student die op de servers van de universiteit een swingerssite bijhield, een collega die ik in de kelder tegenkwam met een prostituee aan de arm, en een wetenschapper die resultaten verzon, de doodzonde in de wetenschap. Ze hebben er allemaal op de een of andere manier voor moeten betalen.
Een regering die alles in haar voordeel laat uitvallen, door de mensen te ontslaan wier taak het is haar ter verantwoording te roepen, heeft geregeld dat ze nooit meer ergens voor hoeft te betalen. Maar in een samenleving zonder vertrouwen, waarin iedereen zich afvraagt waarom hij zich zou houden aan regels waar niemand aan de top zich aan houdt, betaalt uiteindelijk de hele maatschappij de rekening.