Technologische innovatie komt niet alleen voort uit technologie: ook de sociale wetenschappen en geesteswetenschappen kunnen via AI een grote maatschappelijke impact hebben, schrijft columnist Han van der Maas. Hij ziet kansen op gebieden als onderwijs, taal en geestelijke gezondheid.
Deze maand bezocht Peter Wennink, ex-baas van ASML, de UvA en besprak hij wat zijn rapport “De Route naar Toekomstige Welvaart” betekent voor de UvA. Ik zat in de zaal van REC Impact voor een paneldiscussie over de rol van universiteiten in deze route. Dit niet onomstreden rapport roept op tot meer dan honderd miljard aan investeringen in vier strategische technologiedomeinen. Een vrees is dat mijn domein, de Social Sciences & Humanities (SSH), het nakijken heeft. De discussie verliep niet helemaal naar mijn wens.
Als het gaat om de AI-ontwikkelingen lijkt de bijdrage van SSH vooral kritisch van aard. Wij stellen ethische vragen, onderzoeken de risico’s voor de democratie, stellen het wangdrag van techreuzen aan de kaak, benoemen de klimaatschade, etc. Het AI, Media and Democracy Lab bijvoorbeeld onderzoekt verantwoord gebruik van AI in de media.
Maar ik ben ook weer wat kritisch op deze bijdrage. In de eerste plaats is een kritische houding ten aanzien van technologie niet voorbehouden aan één wetenschappelijk domein. Dat bèta's bouwen en alfa's en gamma's daar kritische kanttekeningen bij plaatsen, is een cliché. Ook vrijwel alle AI-onderzoekers hebben een genuanceerd beeld van de gevaren van AI (zie de Statement on AI Risk uit 2023). Een ander goed voorbeeld is de Leiden Declaration on Artificial Intelligence and Mathematics van dit jaar, relevant voor het recente nieuws dat OpenAI een van de millenniumproblemen van de wiskunde zou hebben opgelost. Ten tweede is de bijdrage van SSH-onderzoekers niet alleen kritisch van aard.
Mijn eigen sub-SSH-domein, dat van de psychologie, is zelfs een van de grondleggers van de moderne AI. Veel ontdekkingen over neurale netwerken en reinforcement learning, de twee pijlers van de moderne AI, komen uit de psychologie. Geoffrey Hinton, een van de godfathers van de AI, in 2024 geëerd met de Nobelprijs voor de natuurkunde voor zijn bijdrage aan de AI, studeerde experimentele psychologie. Veel cognitieve psychologen zijn actief op het kruisgebied van hersenonderzoek, cognitie en AI, bijvoorbeeld als het gaat om visuele perceptie en het vermogen tot redeneren met behulp van analogieën. Dit meer fundamentele onderzoek leidt ook regelmatig tot de oprichting van spin-offs zoals Oefenweb, een educatief softwarebedrijf, waarvan ik tot enige jaren geleden wetenschappelijk directeur was.
Maar ook in andere SSH-domeinen zien we mooie voorbeelden van technologische innovatie. Een bijzonder voorbeeld is de gratis beschikbare fonetische software Praat die sinds 1992 aan de UvA wordt ontwikkeld en inmiddels wereldwijd geldt als de standaard in fonetisch onderzoek (taalwetenschap). De software wordt gebruikt in de klinische logopedie en spraaktherapie en door muziekprofessionals voor stem- en zanganalyse. Een andere open-source bijdrage met wereldwijde toepassingen is JASP, een gratis alternatief voor SPSS. Weer een ander voorbeeld zijn de digitale tools van de Govcom.org Foundation (Media Studies) die volop gebruikt worden in het internationaal onderzoek naar sociale media. Een voorbeeld uit de economiefaculteit is Veylinx/RevFixr.
Ik zie grote kansen voor het SSH-domein om ook bij te dragen aan de technologische innovatie van Nederland, met name door de nieuwste AI-ontwikkelingen te vertalen naar nieuwe toepassingen. Dat geldt voor educatie, media, taal, mentale gezondheid, en wat niet eigenlijk. Laat ik een voorbeeld geven. Naar schatting vraagt 10% tot 30% van de AI-gebruikers wel eens hulp bij mentale klachten. Dat zijn wereldwijd ongelofelijke aantallen. Deze trend moet in goede banen geleid worden. Hier is veel fundamenteel en toegepast onderzoek voor nodig, maar ook middelen om goed beschermde en gereguleerde AI-chatbots te bouwen voor mentale hulpverlening, waar, zoals bekend, een enorm tekort aan is, met grote maatschappelijke kosten tot gevolg. Kortom, een verantwoorde digitale transformatie, een van de nieuwe strategische thema's van de UvA, bestaat ook uit het bouwen van verantwoorde nieuwe digitale toepassingen.
Na afloop van het panel liep ik snel naar voren en had ongeveer 30 seconden om dit aan Peter Wennink uit te leggen. Dat mislukte. Peter interrumpeerde me snel en roemde de psychologie van het leidinggeven. Toen was mijn beurt wel voorbij.