Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Het kantoor van de Centrale Studentenraad in 2019.
Foto: Vera Duivenvoorden
opinie

Nikola Edelsztejn | Gefeliciteerd, u bent kantoorklerk geworden!

Nikola Edelsztejn Nikola Edelsztejn,
16 september 2026 - 09:00

De plannen van vicevoorzitter Richard Goldstein om in de toekomst 0,7 werkplek beschikbaar te stellen per UvA-werknemer, schieten bij columnist Nikola Edelsztejn in het verkeerde keelgat. ‘Zeker voor een baan met sociale betekenis, is het van een onbenoembare ridiculiteit om op werkruimte te besparen.’

Na zo ongeveer twee maanden zo weinig met mijn leven te hebben uitgevoerd dat ik de dagen aan het aftellen was tot de start van het nieuwe academisch jaar, las ik op 7 september het interview met Richard Goldstein, vicevoorzitter van het College van Bestuur van de UvA, en vroeg ik me gelijk af waarom ik mij in hemelsnaam nog probeer in te zetten voor een betere universiteit.

 

Het interview, waarin de Folia dhr. Goldstein bevroeg over de toekomst van het ruimtegebruik van de UvA, had helaas de conclusie die men al van mijlenver zag aankomen: meer efficiëntie, meer terugschalen, meer focus op de bestaande moderne gebouwen.

 

Nu heb ik vaker stukken gewijd, gecentreerd rondom mijn weerzin tegen de interieurkeuzes die de UvA heeft gemaakt en om te voorkomen dat het wat afgezaagd wordt, wil ik me graag focussen op een punt dat dhr. Goldstein heeft gemaakt, waarover ik nog steeds twijfel of dit nu dé manier is waarop sturing moet worden gegeven aan de UvA.

 

Over het beter benutten van de werkruimte op de UvA, stelt dhr. Goldstein dat het uitgangspunt voor de toekomst is dat er 0,7 werkplek beschikbaar zal zijn per fulltime-werknemer. Dit is een flutidee en als het brein hierachter dat niet ook zelf doorheeft moet hij het iemand mét visie laten oplossen. Hoewel ik mij in mijn opiniestukken meestal uit persoonlijke wrok afzet tegen het Centraal Bestuur (en met veel liefde), vind ik het van groots belang dat het hierin opgenomen wordt voor alle medewerkers van de UvA, die met dit plan simpelweg gereduceerd worden tot betekenisloze kantoorklerken, die helemaal geen academische omgeving nodig hebben om te floreren: je hebt toch een huis?

 

Een van de meest gehoorde klachten over de UvA ís namelijk al dat het een té corporate omgeving is geworden, met weinig ruimte voor esthetiek en sociaal treffen en dat het op haast geen enkele manier een huiskamerfunctie vervult voor student en medewerker. Het fenomenale idee van het Centraal Bestuur is dan ook: laten we de absolute brutta figura slaan met een volgende kaalslag!

‘Het gaat hier om bedrijfsmatig, liberaal handelen, waarbij niet de waarde van het werk, maar de productiewaarde centraal staat’

Het is werkelijk van de zotte dat ook een universiteit doorslaat in het heersende, tevens psychologisch foutieve, idee dat het van groot belang is dat men ook thuis kan werken en de keuze heeft om onderling af te spreken wanneer men het beste wél op locatie kan komen. Zeker voor een baan met sociale betekenis, waarbij juist een gezonde, leefbare, academische omgeving van groot belang is om tot goede resultaten te komen, is het van een onbenoembare ridiculiteit om op werkruimte te besparen. Diverse onderzoeken hebben immers al aangetoond dat het voor de wetenschap funest is om over te gaan op flexibele werkplekken: het vermindert de onderlinge banden, de samenwerking en de betrokkenheid ten aanzien van de universiteit.

 

Als de UvA het daadwerkelijk belangrijk zou vinden om voor de medewerkers een goede werkgever te zijn, is het wellicht een goed idee om de werknemer ook een plek te geven waar niet alleen liefde voor het werk, maar ook liefde voor de plek een centrale rol speelt. Dit wordt niet bereikt wanneer een van de uitgangspunten van de werkgever is: werk lekker thuis, want dáár gebeurt de echte magie, waarom zouden wij je een waardige plek bieden?

 

Het fijne voor de UvA is uiteraard dat het lekker goedkoop is: minder ruimte betekent minder onderhoud, dus dat bespaart weer enkele miljoenen. Trek nog wat extra internationale studenten aan en dan is dat gat ook weer gedicht. Doet deze retoriek u ergens aan denken? Juist: bedrijfsmatig, liberaal handelen, waarbij niet de waarde van het werk, maar de productiewaarde centraal staat.

 

Dat Nederland verstoken is van een ontwikkelde beschaving weten we al een tijdje. Het is het land van slappe boterhammen bij de lunch en cremaloze espresso geëxtraheerd uit arabicabonen, maar Nederland was wél lange tijd het land van het werkgenot, van de goede arbeidsvoorwaarden en de egalitaire cultuur waar ideeën konden floreren door hechte banden op de werkvloer.

 

De UvA werpt zich nu echter graag op als cultuurvernieuwer en is kennelijk zo erg geschrokken van de achterstanden op de productiewaarde van werk, dat er zo snel mogelijk gekeken moest worden naar hoe de onderwijsfabrieken aan de andere kant van de oceaan dit aanpakken: rendement, rendement! De pot op met esthetiek, beleving en sociale duurzaamheid, werken zal u!

 

De toekomst van de UvA ziet er redelijk somber uit voor ware academici, die weten dat ze het best floreren in een omgeving die hen ook de niet-onderzoeksgerichte middelen aanreikt om tot mooie contacten en inspiratie te komen. Verbondenheidsgevoel koopt men namelijk niet bij de ontwikkelaar van apparatuur, maar ontstaat door genegenheid, wederzijds respect voor het ambt en persoonlijkheid, en een soepele omgang met de regels, zodat men ook buiten de lijntjes durft te kleuren om tot resultaat te komen. Misschien als de koffie op de UvA wat beter zou zijn en de banken niet van polyester zouden zijn gemaakt, zou men ooit tot dit inzicht kunnen komen.

website loading