Columnist Han van der Maas zet grote vraagtekens bij onderzoek naar het vliegbeleid van de UvA. Duidelijk onderbouwde cijfers naar vlieggedrag van medewerkers ontbreken en de berichtgeving hierover schiet volgens hem tekort. Daarnaast vraagt hij zich hardop af: moeten we wel minder vliegen als wetenschappelijke doorbraken op het gebied van klimaatgedrag vragen om intensieve internationale samenwerkingen?
Mijn ambivalente gevoelens ten aanzien van klimaatonderzoekers met een activistische agenda laaiden opnieuw op na het lezen van het artikel UvA-medewerkers pleiten voor strenger vliegbeleid: ‘Vliegschaamte werkt niet’.
Ik deel de grote zorgen over klimaatverandering: zowel technologische doorbraken als gedragsveranderingen zijn noodzakelijk. Voor beide is intensief wetenschappelijk onderzoek onmisbaar. De technologische vooruitgang is veelbelovend, maar op het gebied van gedragsverandering blijven echte doorbraken vooralsnog uit.
Een mogelijke interventie is activisme, variërend van krijttekeningen op de stoep tot het blokkeren van snelwegen. De effectiviteit daarvan is echter onduidelijk: het klimaatdebat is in toenemende mate gepolitiseerd en gepolariseerd. In vrijwel alle westerse landen stemt een groot deel van de bevolking op partijen die óf klimaatsceptisch zijn, óf zeer terughoudend blijven in het nemen van maatregelen.
Wetenschappelijke doorbraken op het terrein van klimaatgedrag zijn noodzakelijk. Dat geldt ook voor veel andere urgente wereldproblemen, zoals obesitas, femicide, georganiseerde criminaliteit, tabaksverslaving, oorlog en racisme. De wetenschap moet hier echt opschalen. Dat vraagt om substantiële investeringen, om het gericht inzetten van energie slurpende AI om het onderzoek te versnellen en om veel intensieve internationale samenwerking. Een diverse en internationaal samengestelde gemeenschap van onderzoekers en studenten is daarbij geen luxe, maar een voorwaarde.
Al met al is de vraag of we wel minder moeten vliegen. Uiteraard moeten we overbodige vluchten vermijden, en die zullen er zeker zijn. Ik heb zelf ook reizen gemaakt waarover ik achteraf twijfel heb, maar ook bezoeken die onverwacht waardevol bleken. We willen ook dat de UvA een succesvolle universiteit is die bijdraagt aan echte doorbraken. Dat vraagt om internationale uitwisseling en samenwerking. Mogelijk betekent dat juist dat er meer gereisd moet worden. Topwetenschappers vliegen waarschijnlijk vaker.
In het betreffende Folia-artikel wordt gesteld dat slechts 10 procent van de vliegende medewerkers verantwoordelijk is voor 44 procent van de uitstoot. Er zijn minder tendentieuze formuleringen van deze stelling denkbaar, maar er zijn meer bezwaren.
Ten eerste zijn deze cijfers veel minder precies dan ze lijken. Ze zijn gebaseerd op gegevens van het UvA-reisbureau, een bureau dat in mijn omgeving nauwelijks wordt gebruikt. Bovendien wordt in het artikel gesproken over een “onderzoek”, terwijl het niet duidelijk is of het hier gaat om een formele wetenschappelijke publicatie of om interne berekeningen zonder peer review of methodologische verantwoording.
Daarnaast blijft onduidelijk of er daadwerkelijk sprake is van een stijgende trend in vlieggedrag of uitstoot. Die conclusie wordt gesuggereerd, maar niet onderbouwd met cijfers. De harde gegevens ontbreken dus, ook tot ergernis van de onderzoeker zelf. In zo’n geval zou Folia voorzichtiger moeten zijn met het presenteren van harde cijfers, en dat geldt ook voor de titel van het artikel (UvA-medewerkers pleiten voor strenger vliegbeleid).
Het is onduidelijk wie precies bedoeld wordt met “UvA-medewerkers”. Gaat het om de onderzoeker in kwestie, of om de deelnemers aan de enquête, van wie 80 procent zich zou kunnen vinden in een strenger vliegbeleid? Het gaat hier om een onderzoek onder 167 UMC-medewerkers, ongeveer 1 procent van de UMC-populatie. Bovendien is het UMC niet gelijk aan de hele UvA. Dat roept vragen op over representativiteit en generaliseerbaarheid. Hoe is deze steekproef tot stand gekomen, en in welke mate is deze selectief? Wat is er precies gevraagd? En waarom geeft Folia hier weer niet de bron naar het onderzoeksverslag van deze enquête?
Daardoor blijft onduidelijk wat respondenten precies verstaan onder “strenger beleid”. Moet de UvA bijvoorbeeld een klimaatcommissie instellen die elke congresaanmelding maanden vooraf beoordeelt? En wat worden dat de criteria? Ik stel dan voor dat je jaarlijkse vliegbudget in kilometers is gelijk aan je aantal citaties per jaar. En dat als onze gezamenlijke wetenschappelijke impact stijgt, we dus ook meer gaan reizen.
Een ander scenario: UvA- wetenschappers reizen niet meer, gebruiken geen AI vanwege de milieu-impact, en de wereld gaat ten onder omdat niemand met goede oplossingen kwam. Vervelend natuurlijk, maar dan hebben we wel het goede voorbeeld gegeven.
Nogmaals, ik zie ook dat niet alle internationale trips even nuttig zijn. Ik vind ook dat we alternatieven moeten onderzoeken. Daarbij horen meer regionale conferenties, minder maar langere intercontinentale trips (ook voor jonge onderzoekers met minder citaties) en ouwerwets zoomen. Shaming en blaming horen daar niet bij.