Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Hoogleraren tijden een Dies aan de UvA.
Foto: UvA
opinie

Het bijzonder hoogleraarschap verdient stevige en transparante spelregels

Anouk van Dijk Anouk van Dijk,
2 juni 2026 - 13:00

De bijzonder hoogleraarstitel wordt onvoldoende beschermd door stevige en transparante regels, betoogt Anouk van Dijk. Er zitten structurele gaten in het huidige beleid: in de functie-eisen, de waarborgen tegen belangenverstrengeling en het toezicht op publiek gebruik van de titel. ‘We kunnen ons niet veroorloven dat het vertrouwen in de wetenschap daardoor ter discussie komt te staan.’

Hoe is het mogelijk dat iemand de bijzonder hoogleraarstitel gebruikt om publiekelijk een omstreden, onvoldoende onderzochte behandeling te steunen, zo vroeg ik me af na het zien van het programma Boos, dat aandacht schonk aan de omstreden jeugdkliniek Yes We Can Clinics. Oud-cliënten en ouders vertelden daarin over negatieve ervaringen met de kliniek, variërend van een beschadigd zelfbeeld tot trauma en zelfs suïcide.

 

Peer van der Helm, emeritus bijzonder hoogleraar aan de UvA, verdedigde de kliniek. Hij leidde een onderzoek naar het leefklimaat van de kliniek, dat klinisch psycholoog Pim Cuijpers, emeritus hoogleraar aan de VU, in de uitzending typeerde als ‘echt heel slecht onderzoek’. Van der Helm stond het team van Boos bovendien off the record te woord en verdedigde de kliniek in een brief aan een advocaat, waarin hij zich beroept op meer dan honderd wetenschappelijke artikelen over leefklimaat en een promotietraject aan de UvA. Voor zover ik kan nagaan, bestaat er geen enkel peer-reviewed artikel of promotietraject dat specifiek de behandeling van Yes We Can Clinics onderbouwt.

Er moeten duidelijke, publiek toegankelijke criteria komen voor tussentijds toezicht op de nevenwerkzaamheden en publieke communicatie van emeritus bijzonder hoogleraren

Bruggenbouwers

Hoe is het mogelijk dat iemand de bijzonder hoogleraarstitel gebruikt om publiekelijk een omstreden, onvoldoende onderzochte behandeling te steunen? Dat kan, omdat het bijzonder hoogleraarschap in het huidige beleid hiaten kent. Ter verduidelijking: het bijzonder hoogleraarschap is geen rang boven de gewoon hoogleraar; ‘bijzonder’ slaat op de aanstellingsvorm. Bijzonder hoogleraren hebben een tijdelijke deeltijdaanstelling (vijf jaar, met mogelijkheid tot verlenging) en zijn primair verbonden aan een externe werkgever, die de leerstoel financieel mogelijk maakt.

 

Die dubbele inbedding maakt bijzonder hoogleraren tot bruggenbouwers tussen wetenschap en maatschappij. Zij verzorgen maatschappelijk relevant onderwijs, brengen vragen uit de samenleving naar de universiteit en stimuleren de toepassing van wetenschappelijke kennis. Veel bijzonder hoogleraren doen dit op integere en waardevolle wijze. Juist daarom is het zorgelijk dat het huidige beleid deze functie – en de reputatie die ermee samenhangt – onvoldoende beschermt.

 

Kwaliteit

Ten eerste zijn de formele functie-eisen voor bijzonder hoogleraren lager. Voor gewoon hoogleraren geldt het standaard functieprofiel met 74 criteria. In het huidige UvA-beleid is dit profiel voor bijzonder hoogleraren vervangen door vijf globale criteria: doctorstitel; gezaghebbende academische publicaties; vermogen om onderwijs te verzorgen; nationale of internationale reputatie; en het bevorderen van de verbinding tussen wetenschap en maatschappij. Een basiskwalificatie onderwijs en ervaring met promotiebegeleiding zijn wenselijk, maar niet verplicht.

In het huidige beleid kent het bijzonder hoogleraarschap hiaten

Veel bijzonder hoogleraren zullen grotendeels aan dit zogenoemde UFO-profiel voldoen, en waar dat niet zo is, kan dat verklaarbaar zijn. Maar zonder een expliciet, volwaardig functieprofiel is het mogelijk dat iemand met een relatief zwakke academische basis de hoogleraarstitel krijgt. Dat kan risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van onderwijs en onderzoek en tast daarmee de geloofwaardigheid van andere (bijzonder) hoogleraren aan.

 

Belangenverstrengeling

Ten tweede zijn hoogleraren met nevenfuncties kwetsbaar voor belangenverstrengeling. In 2022 werd dat zichtbaar, toen verschillende UvA-hoogleraren belastingrecht tegelijk werkzaam bleken bij Zuidas-kantoren. Bij bijzonder hoogleraren is het spanningsveld extra scherp, omdat de externe werkgever geen nevenfunctie is maar de basis van de leerstoel. De risico’s verschillen per werkgever: een commerciële partij met direct financieel belang is iets anders dan een academisch ziekenhuis of publiek onderzoeksinstituut.

 

Voormalig minister Dijkgraaf benadrukte dan ook het belang van transparantie over externe functies. Universiteiten namen daarop stappen, zoals een openbaar register nevenwerkzaamheden voor hoogleraren. Dat is een vooruitgang, al zijn hoogleraren zelf verantwoordelijk voor het melden van hun nevenfuncties en is transparantie op zichzelf geen waarborg tegen belangenverstrengeling.

 

Toezicht

Ten derde zijn er hiaten in het toezicht op bijzonder hoogleraren. Omdat zij niet in dienst zijn bij de universiteit, verloopt de kwaliteitsbewaking via een curatorium, bij de UvA samengesteld uit vertegenwoordigers van de externe partij, de faculteit en de universiteit . Zonder duidelijke en controleerbare criteria voor toezicht is het de vraag in hoeverre zo’n curatorium echt onafhankelijk kan oordelen. In veel gevallen hebben zowel de externe partij (die de leerstoel wil behouden) als de universiteit (die de externe inbedding en middelen waardeert) belang bij voortzetting van de constructie.

 

Bovendien mogen emeriti hoogleraren – ook bijzonder hoogleraren die binnen hun tijdelijke aanstelling met pensioen gaan – hun titel na pensionering blijven voeren . Tegelijk verdwijnen zij uit het register nevenwerkzaamheden en stopt de kwaliteitsbewaking vanuit de universiteit. Bij bijzonder hoogleraren is dit extra problematisch, gezien het verhoogde risico op belangenverstrengeling.

 

Volwaardig

Het bijzonder hoogleraarschap is een waardevolle functie die stevige, transparante spelregels verdient. Niet om bijzondere leerstoelen als zodanig verdacht te maken, maar om onnodige risico’s en incidenten – zoals de casus rond Yes We Can Clinics – minder waarschijnlijk te maken.

 

Ik pleit daarom voor een volwaardig functieprofiel voor bijzonder hoogleraren. Daarnaast is het belangrijk dat er duidelijke, publiek toegankelijke criteria komen voor tussentijds toezicht op de nevenwerkzaamheden en publieke communicatie van bijzonder hoogleraren én emeritus bijzonder hoogleraren die de titel blijven voeren. In een tijd waarin feit en mening steeds vaker door elkaar lopen, kunnen we ons niet permitteren dat de hoogleraarstitel ter discussie komt te staan.

 

Anouk van Dijk is universitair docent orthopedagogiek aan de UvA.




website loading