Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Tim van Opijnen | Ontwikkelingshulp wordt ingezet als afpersmiddel
Foto: Marc Kolle
opinie

Tim van Opijnen | Ontwikkelingshulp wordt ingezet als afpersmiddel

Tim van Opijnen Tim van Opijnen,
7 mei 2026 - 12:00

Zestig jaar lang waren de VS de grootste verstrekker van humanitaire hulp ter wereld, maar in een paar jaar tijd is de werkelijkheid rond ontwikkelingshulp er een stuk grimmiger op geworden, constateert columnist Tim van Opijnen. ‘Een arts die de HIV-medicatie van een patiënt inhoudt totdat die zijn huis overdraagt, onderhandelt niet met een hardere aanpak. Het is afpersing.’

Elke ochtend sla ik rechtsaf bij de hoofdingang van Boston Children’s Hospital en glip door een draaideur het Enders-onderzoeksgebouw in. Het eerste wat ik in de lobby zie is een rode ijzeren long, een relikwie uit het midden van de twintigste eeuw, toen polio kinderen wereldwijd verlamde. Hier ontdekten John Enders en zijn team hoe ze poliovirus konden kweken, werk dat het Salk-vaccin mogelijk maakte en hen in 1954 de Nobelprijs opleverde. De long staat er als stille herinnering. Een monument voor wat aanhoudende wetenschappelijke investeringen, en de gezondheidsprogramma’s die daarop zijn gebouwd, werkelijk kunnen bereiken. Het maakt me trots om te zien, maar geeft me tegenwoordig ook een gevoel van onbehagen.

 

De rekening

USAID, opgericht door president Kennedy in 1961, was zes decennia lang de grootste verstrekker van humanitaire hulp ter wereld. Het Department of Government Efficiency (DOGE), Elon Musk en de zegen van de president maakten daar in januari 2025 een einde aan. Het agentschap werd ontmanteld: 16.000 medewerkers ontslagen, 280.000 aannemers wereldwijd op straat gezet. PEPFAR, het AIDS-hulpprogramma van George W. Bush en een van de meest kosteneffectieve volksgezondheidsinterventies in de Amerikaanse geschiedenis, zag zijn financiering drastisch gekort. Het programma heeft naar schatting 26 miljoen levens gered en het aantal HIV-gerelateerde sterfgevallen met 59 procent teruggebracht. In Zambia alleen al ontvingen 1,3 miljoen mensen gratis behandeling, ongeveer zes procent van de bevolking.

 

De ImpactCounter van Boston University schat het dodental als gevolg van het financieel korten van USAID in de honderdduizenden, en dat aantal loopt met de dag op. Terwijl de regering zichzelf feliciteert met de ‘ongelooflijke’ bezuinigingen, was het volledige jaarbudget van USAID al overschreden na de eerste week Iraanse bombardementen. Zestig jaar werk met de botte bijl aangepakt, maar de spreadsheet ziet er in elk geval beter uit!

Het is het soort argument dat rechtstreeks op de onderbuik mikt: makkelijk te slikken, moeilijk te verteren, en uiteindelijk andermans probleem om op te ruimen

Toegegeven

Je vraagt je misschien af waarom wij als belastingbetalers de gezondheidszorg van Zambia moeten financieren. Twintig jaar PEPFAR en het land kan zijn eigen HIV-respons nog steeds niet bekostigen. Moet het niet op eigen benen staan?

 

Het is geen domme vraag. Iedereen die tijd heeft doorgebracht in internationale ontwikkeling zal toegeven dat hulp er vaak niet in is geslaagd de zelfredzame systemen op te bouwen die het beloofde. Zambia zelf heeft chronisch te weinig geïnvesteerd in eigen

gezondheidszorgfinanciering. Het is het soort argument dat rechtstreeks op de onderbuik mikt: makkelijk te slikken, moeilijk te verteren, en uiteindelijk andermans probleem om op te ruimen.

 

Wat het negeert, behalve basale empathie en enig begrip van hoe de wereld in elkaar zit, is rekenkunde. Het BBP van Zambia is minder dan één procent van dat van de VS. De medicijnen, diagnostiek en klinische infrastructuur die nodig zijn om een HIV-epidemie op deze schaal te beheersen, zijn simpelweg onbetaalbaar zonder externe steun. Nederland volgde onder de vorige regering moedig het Amerikaanse voorbeeld met een miljarden bezuiniging op ontwikkelingshulp, dezelfde logica, betere manieren, en ontdekt nu dezelfde ongemakkelijke waarheid: de grens tussen ‘afhankelijkheid verminderen’ en ‘mensen in de steek laten’ wordt sneller overschreden dan de tijd die het vergt om het persbericht te schrijven.

 

De consequenties laten zich raden: vluchtelingen verschijnen niet uit het niets, ze komen uit precies die plekken waar wij besloten niet langer te investeren. Een ziekte waartegen je stopt met vaccineren gaat niet met pensioen, die wacht gewoon op de volgende vlucht.

Zestig jaar werk met de botte bijl aangepakt, maar de spreadsheet ziet er in elk geval beter uit!

De prijs

Ondertussen wordt het argument voor ontwikkelingshulp alsmaar zwartgalliger. Een uitgelekt memo van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken stelde voor om Zambia’s HIV-financiering te gebruiken als onderhandelingshefboom om mineraalconcessies af te dwingen. De bewoordingen waren ondubbelzinnig: “We will only secure our priorities by demonstrating willingness to publicly take support away from Zambia on a massive scale.” In heel Afrika hebben inmiddels meer dan een dozijn landen overeenkomsten ondertekend met Washington, waarbij toegang tot mineralen wordt geruild tegen medische gegevens van burgers. De nieuwe ontwikkelingshulp, zo blijkt, wordt geleverd met een mijnbouwcontract erbij.

 

Ontwikkelingshulp heeft altijd strategische belangen gediend: invloed, stabiliteit, ‘goodwill’ en financiële markten. Dat is geen corruptie. Dat is buitenlands beleid. Maar een arts die de HIV-medicatie van een patiënt terughoudt totdat die zijn huis overdraagt, onderhandelt niet met een hardere aanpak. Het is afpersing. Wanneer overleven het breekijzer wordt, heb je geen harde deal gesloten. Je hebt gijzelaars genomen, en dat als diplomatie vermomd.

 

John Enders heeft het poliovirus niet gekweekt in ruil voor mineraalrechten. De ijzeren long in mijn lobby is een monument voor het idee dat sommige problemen de moeite waard zijn om op te lossen omdat diegenen die eronder lijden mensen zijn. Geen hefboom. Geen kwartaalrendement.

 

Dat idee, zo blijkt, is nu oubollig.

 

Tim van Opijnen is hoogleraar kindergeneeskunde aan Boston Children’s Hospital en Harvard Medical School in Boston, in de V.S. waar zijn lab nieuwe antibacteriële behandelmethoden ontwikkelt. Hij schrijft een maandelijkse column voor de Folia over onderzoek bedrijven in Trump’s Amerika.

website loading