Als net afgestudeerde is columnist Kirsty McHenry zich maar al te bewust van haar eigen tekortkomingen. Ze probeert de illusie in stand te houden, maar voelt zich daardoor soms een bedrieger. ‘Ook als student werd ik verstikt door het gevoel dat ik me onbewust een weg had gebluft naar een positie die ik niet verdiende.’
‘Wie houd ik eigenlijk voor de gek?’ Het lijkt erop dat, hoeveel columns ik ook schrijf, diezelfde vraag steeds blijft terugkomen. Zodra mijn vingers het toetsenbord raken, lukt het me niet om te ontsnappen aan de gedachte dat er binnen een universitaire gemeenschap die overloopt van duizenden erudiete stemmen en gecertificeerde meningshebbers, ontelbaar veel mensen zijn die het beter zouden kunnen verwoorden dan ik.
Ook als student werd ik verstikt door het gevoel dat ik me onbewust een weg had gebluft naar een positie die ik niet verdiende. Elk essay of elke bijdrage in de les voelde als een poging om niet alleen een gebrek aan kennis te verbergen, maar ook een totaal gebrek aan vertrouwen in wat ik zei. Zelfs nu mijn vaardigheden die van een student zijn ontstegen, lijkt de greep van die angst alleen maar sterker te zijn geworden. Het ironische is, dat het leven na de universiteit me óók steeds meer heeft doen beseffen dat de meeste mensen een vergelijkbaar spel proberen te spelen.
De wereld wordt gerund door bedriegers. Overal om ons heen zijn mensen met twijfelachtige kwalificaties en beperkte expertise meer dan bereid om hun antwoord te geven op de diepste en meest complexe vragen van het leven. Iedereen die ooit heeft gezien hoe zijn of haar leidinggevende worstelt met het versturen van een e-mail, of het helpen van een klant, zal beamen dat we verre van in een meritocratie leven. Dus waarom voelt het dan toch, wanneer velen van ons uiteindelijk in belangrijke posities terechtkomen, alsof we een slinkse infiltratie hebben geënsceneerd?
Fake it till you make it
De jaren direct na de universiteit behoren veelal tot de meest competitieve van ons leven. Juist in die periode kan het lijken alsof een begrip als ‘verdienstelijkheid’ beter thuishoort in morele discussies in het klaslokaal. Of het nu gaat om sollicitatiegesprekken, academische aanmeldingen (of zelfs gemeenteraadsverkiezingen), we moeten onszelf meer dan ooit profileren. Als we ergens binnen proberen te komen, lijkt het misschien alsof we vooral flink moeten doen alsof – fake it till you make it. Maar het probleem is dat er een grens zit aan hoe goed we anderen kunnen overtuigen van onze capaciteiten, zolang we onszelf nog niet overtuigd hebben.
Als iemand die zich dagelijks een beetje een bedrieger voelt, zowel op het werk als in mijn schrijven, kan ik bevestigen dat er weinig troost te vinden is in die illusie. Twijfel en zelfreflectie zijn op zichzelf natuurlijk niet per se negatief, maar we moeten oppassen dat ze ons niet zo verlammen dat we niet meer vooruitkomen. Anders lopen we het risico dat het gesprek al verder is gegaan tegen de tijd dat wij eindelijk onze mond opendoen. Ik geloof daarom dat er – ook al heb ik die zelf nog niet helemaal gevonden – voor ons allemaal een middenweg moet bestaan tussen overbodige zelftwijfel en een realistisch begrip van onze beperkingen.
Wanneer we het gevoel hebben dat we ergens zijn binnengeslopen waar we niet thuishoren, lijkt het logisch om stil te blijven, uit angst dat iemand onze ‘bluf’ doorziet. Maar juist voor ons, pas afgestudeerden, is dit niet het moment om onszelf te onderschatten. Wie weinig vertrouwen heeft in zijn eigen kunnen, heeft immers minder kans om een plek aan tafel te veroveren. Dus in plaats van te doen alsof, in de hoop dat we het ooit echt waarmaken, moeten we de lange weg durven bewandelen van het leren begrijpen van zowel de waarheid als de veranderlijkheid van onze beperkingen. En erop vertrouwen dat we wel degelijk iets te zeggen hebben.
Kirsty McHenry studeerde eerder politiciologie aan de UvA.