Dat junior docenten aan de UvA nog steeds worden behandeld als wegwerpmedewerkers is onacceptabel, schrijven er vier in deze opinie. Ze hebben een petitie gelanceerd om vaste contracten af te dwingen.‘Onze positie stelt de UvA in staat schommelende studentenaantallen op te vangen, terwijl wij de prijs betalen in de vorm van onzekerheid.’
Wij, de junior docenten (D4’s) en medewerkers van de Universiteit van Amsterdam, verenigd onder “Casual UvA”, hebben een petitie gelanceerd waarin we eisen dat de universiteit het structurele karakter van ons werk erkent en ons per direct vaste contracten toekent. In minder dan twee weken hebben meer dan zevenhonderd collega’s en studenten ondertekend, wat duidelijke steun voor onze zaak laat zien. Of je nu een D4 bent, staflid, student of iemand anders binnen de UvA die onze strijd herkent: we vragen je om de petitie te ondertekenen en je solidair te verklaren.
Vervangbaar
Junior docenten (ook wel Docent 4, D4’s, juniordocenten of JUDO’s genoemd) worden voornamelijk aangesteld om onderwijs te geven, zonder onderzoekstijd in hun contract. Wij geven les, ontwerpen en coördineren vakken, begeleiden scripties, corrigeren tentamens en begeleiden studenten feitelijk vanaf hun eerste weken aan de universiteit tot aan hun afstuderen. We zijn daarmee hun meest constante academische contact en het advies dat we geven heeft grote invloed op hun levenskeuzes. Onze contracten houden echter geen rekening met de omvang van ons werk en behandelen ons als vervangbaar. Helaas is dit niets nieuws.
Vier jaar geleden organiseerde Casual UvA zich tegen het gebruik van kortlopende onderwijscontracten, die vaak slechts zes maanden tot twee jaar duurden en minder dan 0,6 fte (22,8 uur per week) besloegen. Dit leidde tot grote onzekerheid en na een uitgebreide nakijkstaking stemde het College van Bestuur (CvB) in met hervormingen. In 2021 werden onze contracten verlengd naar vier jaar en 0,8 fte (30,4 uur per week) en werd een nieuw Docentenbeleid geformuleerd waarin de D-lijn specifieker werd vastgelegd.
Dit was een verbetering, maar geen oplossing.
Het Docentenbeleid presenteert D4 als een “startfunctie” die onderwijservaring biedt en een mogelijke route naar een D3-positie (docent) of een promotietraject. In de praktijk bestaat deze route nauwelijks. In 2025 stroomde slechts 3,8 procent van de D4’s door naar een D3-positie en slechts 0,2 procent naar een promotieplek. Voor de overgrote meerderheid eindigt het contract simpelweg. Sterker nog: zelfs de basis van 0,8 fte wordt niet consequent nageleefd. Vier jaar later fungeren we nog steeds als aanpasbare schil van de universiteit: onze positie stelt de UvA in staat schommelende studentenaantallen op te vangen, terwijl wij de prijs betalen in de vorm van onzekerheid.
Voor D4’s met een migratieachtergrond is die onzekerheid nog groter. De duur van onze contracten bepaalt ons verblijfsrecht in Nederland. Wanneer ons contract afloopt, vervalt ook ons visum. We leven voortdurend met de angst om ons werk, ons huis en onze gemeenschap te verliezen. In de loop der jaren hebben we hard gewerkt om een sociaal en professioneel leven in Nederland op te bouwen. Voor sommigen van ons maken de sociaal-politieke omstandigheden in onze landen van herkomst terugkeer simpelweg onmogelijk.
Vervangbare arbeidskracht
De UvA is structureel afhankelijk van D4’s voor vakontwikkeling, continuïteit, onderwijsinnovatie en studentbegeleiding. Onze positie en werkdruk maken het mogelijk dat senior stafleden hun onderzoeksverplichtingen kunnen nakomen, omdat wij een aanzienlijk deel van het onderwijs op ons nemen. Wanneer een D4-contract eindigt, wordt er direct iemand anders aangenomen. Het werk is permanent, de werknemer tijdelijk. Dit laat zien dat “tijdelijk werk” geen gevolg is van wisselende studentenaantallen, maar van een structurele afhankelijkheid van een vervangbare arbeidskracht.
Van D4’s wordt verwacht dat zij consistent blijven presteren, ondanks het vooruitzicht van contractbeëindiging. Dit laat geen ruimte om een onderzoeksprofiel op te bouwen of langetermijndoelen te plannen. Deze combinatie van hoge verwachtingen en instabiliteit leidt tot chronische overbelasting, burn-out en angst. We moeten ons blijven ontwikkelen zonder een reëel pad om die ontwikkeling te benutten. Structureel leidt dit kortetermijndenken tot het verlies van ervaren docenten die zich juist willen inzetten voor goed onderwijs.
We hebben voor dit beroep gekozen omdat we geloven in de kracht en de kunst van onderwijs. We geven om onze studenten, hun intellectuele ontwikkeling en hun professionele toekomst. We accepteren relatief lagere salarissen en een hogere werkdruk dan in veel andere sectoren, omdat we ons verbonden voelen met onze discipline en met het opleiden van toekomstige veranderaars. Het is ethisch onjuist dat deze toewijding wordt beloond met onzekerheid.
De Universiteit van Amsterdam profileert zich als een instelling die staat voor excellentie, rechtvaardigheid en gemeenschap. Ons onderwijs is essentieel. Zowel studenten als senior staf profiteren van onze aanwezigheid. Daarom moeten onze contracten die realiteit weerspiegelen: structureel werk verdient structurele contracten.
Wij vragen geen speciale behandeling en vragen niet om gunsten. We vragen simpelweg om erkenning voor wat we al doen. Vaste contracten voor D4’s zijn niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid; ze zijn een noodzakelijke stap richting een duurzame academische gemeenschap. Als we goed genoeg zijn om les te geven, dan zijn we goed genoeg om te blijven.
Deze opinie is geschreven door Antoine Germain (junior docent politicologie), Sophie Nieuwe Weme (junior docent interdisciplinaire sociale wetenschappen), Victor Alembik (junior docent PPLE) & Abhiraj Goswami (junior docent politicologie). Onderteken de petitie hier.