De overheid gaat miljarden uitgeven aan defensie. Ook het hoger onderwijs zal een bijdrage moeten leveren aan kennis over en onderzoek naar defensie. Zep van de Visse is kritisch. ‘Elk voorstel voor defensiegerelateerd onderzoek dat op tafel komt, moet vooraf openbaar gemaakt worden voor de academische gemeenschap met een onafhankelijke ethische toetsing.’
Het was een paar weken geleden ongemakkelijk stil in de glazen vergaderzaal van het Bushuis. Aan tafel zaten de onderzoeksdirecteur van onze faculteit, alle directeuren van de onderzoeksinstituten en twee studentenraadsleden. De vraag die in de lucht hing was even simpel als verpletterend: het Ministerie van Defensie stelt een grote zak geld ter beschikking voor de ontwikkeling van defensiegerelateerde kennis en onderzoek aan Nederlandse universiteiten, waaronder de UvA. Nemen we als universiteit die zak met geld aan of houden we onze vingers ervan af?
De documenten die vooraf waren toegestuurd, maakten dat dilemma niet subtieler. Het rapport Kennisoffensief voor Defensie van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI), onder meer opgesteld door onze nieuwe ondemocratisch aangewezen toekomstig collegevoorzitter Vinod Subramaniam, pleit expliciet om ‘het gehele kennisecosysteem’ te mobiliseren voor defensieonderzoek en adviseert onderwijs- en kennisinstellingen om ‘wederzijdse afspraken’ te maken over duurzame (langdurige) samenwerking met Defensie. De toon is zakelijk en strategisch: meer regie bij de overheid, meer publiek-private samenwerking, meer bottom-up scouting van kennis met defensiepotentieel. Daarnaast hintte het document op het maken van een ‘cultuurverandering’, ofwel: universiteiten zijn te kritisch en moeten top-down lekker gemaakt worden voor defensie-onderzoek.
Economische groei
Tegelijkertijd ligt het door CEO’s opgestelde Wennink-rapport als een andere schaduw over de bestuurstafels van de overheid. De premisse van het rapport: De Nederlandse economie gaat krimpen. Het rapport plaatst ‘veiligheid en weerbaarheid’ als één van de vier domeinen waarin Nederland moet investeren om economische groei veilig te stellen. Het argument is helder: we moeten gaan investeren in defensie. Niet voor veiligheid, maar voor economische groei. De grootkapitalisten van Nederland willen dat wij gaan bouwen aan een oorlogseconomie zodat we niet de rijken hoeven te belasten voor het behouden van de publieke sector.
Wie deze twee documenten naast elkaar legt, ziet een gevaarlijke gelijkenis. De AWTI pleit voor het betrekken van universiteiten bij defensiegerelateerd onderzoek en noemt expliciet onderwerpen als AI, sensing en mens-robot interactie, vakgebieden waarin faculteiten zoals de onze sterk zijn. De Wennink-analyse legitimeert investeringen in diezelfde domeinen als noodzakelijk voor productiviteitsgroei en economische veerkracht. Zet die twee beleidslijnen in elkaar en wat je krijgt is dat universiteiten militaire technologie mogelijk gaan maken en er voor zorgen dat Nederland stinkend rijk kan worden in de aankomende oorlog over het afbrokkelende Amerikaanse rijk.
Legitiem
Laat ik een argument voor militarisering meteen uit de weg ruimen: veiligheid is een legitiem onderwerp voor onderzoek. Heel Nederland heeft belang bij kennis over cybersecurity, humanitaire bijstand, of de maatschappelijke effecten van desinformatie. De vraag is wel, hoe eerlijk is Defensie in haar vraag? De retoriek van ‘weerbaarheid’ en mobilisatie van ‘de hele samenleving’ kan snel omslaan in operationele samenwerking die zich richt op massa-beïnvloeding van burgers, surveillance van vredesactivisten en ‘early warning’ systemen tegen verspreiding van informatie die de doelen van Defensie tegenwerkt.
Dat zijn geen neutrale instrumenten wanneer ze worden ingezet om burgerlijke kritiek te onderdrukken of politieke tegenstanders te delegitimeren. De universiteit die meewerkt aan zulke systemen, schuift ongemerkt van ‘onwenselijk kritisch’ door naar ‘actief instrumenteel’. Dat is geen abstract moreel punt, maar het raakt direct aan de publieke taak van de universiteit om onafhankelijk en kritisch denken te beschermen. Academische vrijheid bescherm je niet met wapens, maar met onafhankelijkheid.
Politiek-economisch is deze combinatie ook zinvol voor beleidsmakers: investeringen in defensie creëert banen en productiviteitsdata en past in een bredere investeringsagenda om groei op te jagen. Het Wennink-rapport zegt niet universiteiten te gebruiken als leveranciers van oorlogstechnologie, maar het bouwt wel een beleidskader dat investeringen in ‘veiligheid en weerbaarheid’ als economisch noodzakelijk legitimeert. Samenwerking tussen universiteiten, bedrijven en Defensie past precies in zo’n groeitraject.
Als dit al aan de orde is binnen de geesteswetenschappen, dan durf ik bijna niet te bedenken wat er op dit moment op Science Park aan het gebeuren zou kunnen zijn en hoop ik dat ten minste daar de studentenraad wordt meegenomen in de besluitvorming.
Transparantie
Wat moeten we doen? Mijn voorstel is dringend en concreet: behoud de onafhankelijkheid van ons academisch werk en organiseer die onafhankelijkheid publiek en zichtbaar. Dat betekent drie dingen. Ten eerste: transparantie en democratische toetsing. Elk voorstel voor defensiegerelateerd onderzoek dat binnen de universiteit op tafel komt, moet vooraf openbaar gemaakt worden voor de academische gemeenschap met een onafhankelijke ethische toetsing en inspraak van studenten en staf.
Ten tweede: bindende garanties over onderzoekstoepassingen. We moeten contractclausules eisen die publiek-toepassingen en fundamenteel onderzoek beschermen tegen directe militaire uitbuiting of geheimhouding die de wetenschappelijke integriteit schaadt. Waar die garanties niet zijn, hoeft er geen samenwerking te komen.
Ten derde: een collectieve weigering van alle contracten met het Ministerie van Defensie. Als universiteiten in grootschalige strategieën worden opgenomen die primair dienen als economisch-militair instrument, is tegenstand legitiem. Studenten, docenten en onderzoeksgroepen kunnen en moeten zich verenigen. Boycotten van het leger is een legitiem instrument om de academische vrijheid te verdedigen.
Dus: print het uit een prik het op elk prikbord, laat het je docenten weten, stuur het per mail naar de ondernemingsraad, de onderzoeksinstituten, en het College van Bestuur: Boycot de oorlog! Neem geen onderzoeksopdrachten aan van het Ministerie van Defensie!
Geld
Tot slot: geld overtuigt. Maar academische waarde overtuigt méér. Niemand wordt wijzer door te onderzoeken hoe je andere mensen efficiënter kunt doden. Wat ons wél vooruit brengt is kritisch denken, scherpe ethische reflectie, en onderzoek dat mensen – waar ze ook wonen – beschermt. Als onze faculteit dat opoffert voor een zak met geld, verliezen we iets wat moeilijker is terug te kopen dan een subsidie, namelijk vertrouwen. Boycot de oorlog, en bouw vooruit op kennis die onze democratie en menselijke waardigheid echt versterkt!
Daarnaast, onderzoekers en hoogleraren, spreek je uit! Als wetenschappers hun mond blijven houden uit angst politiek controversieel te zijn zal Nederland voor eeuwig kabinetten blijven kiezen die niet bang zijn voor feitenvrije politiek die rapporten van miljardairs hoger heeft staan dan die van onderzoekers. Zie het als omgekeerde mutually-assured-destruction: Als niemand zich uitspreekt, worden we allemaal langzaam wegbezuinigd.
Zep van de Visse is student politicologie en filosofie en lid van de studentenraad van de FGw. Hij is kandidaat voor Bij1 in Amsterdam Nieuw-West bij de komende gemeenteraadsverkiezingen.