Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
We moeten stoppen met het bouwen van luxe eenpersoonsstudio’s voor studenten
Foto: Marc Kolle
opinie

We moeten stoppen met het bouwen van luxe eenpersoonsstudio’s voor studenten

Lucas Bongard Lucas Bongard,
17 uur geleden

Volgens Lucas Bongard is het tijd om te stoppen met het bouwen studio’s voor studenten. In plaats daarvan zouden universiteiten en gemeenten weer meer moeten inzetten op studentenhuizen met gedeelde keukens en badkamers. ‘Het sociale aspect van wonen mag niet worden onderschat, zeker nu eenzaamheid onder jongeren toeneemt.’

Voor studenten in Nederland is het woningtekort een onderwerp van dagelijkse discussie, een veelvoorkomende oorzaak van stress en een crisis die volgens velen verdeeldheid creëert tussen Nederlandse, internationale, rijke en arme studenten. In de afgelopen decennia lijken studio’s de voorkeur te hebben gekregen als vorm van studentenhuisvesting. Dit is tegenintuïtief, juist in een tijd waarin eenzaamheid en gebrek aan ruimte blijven bestaan.


Recent kondigde de UvA trots de bouw aan van 102 nieuwe studio’s nabij station Amstel, in samenwerking met Hub Studios. Dit is niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat gezien de huidige situatie, om nog maar te zwijgen van de vragen wie deze studio’s krijgt toegewezen en wanneer de bouw daadwerkelijk wordt afgerond.

 

Het lijkt erop dat studentenhuisvesting tegenwoordig grotendeels bestaat uit wat in feite lowbudget hotelsuites zijn: kleine badkamers, slecht uitgeruste keukens en uniforme kamervoorzieningen die net groot genoeg zijn voor een bed, bureau en kast. De gangen worden gekenmerkt door nummers, kleurcodes en linoleumvloeren, waardoor hele gebouwen een onpersoonlijke sfeer krijgen die eerder aan een ziekenhuis doet denken dan aan een studentenwoning. Beneden is de receptie, een gemeenschappelijke ruimte rechtstreeks uit een Booking.com-advertentie, met beveiliging in de vorm van een portier of een digitale codesysteem.

 

Voor een businesshotel zou dit volstaan, maar voor een studentenhuis is het niet alleen inefficiënt, het ontmenselijkt bovendien en werkt contraproductief voor het gemeenschapsgevoel dat studenten verdienen.

‘We moeten beginnen met het bouwen van gedeelde slaapkamers’

Gemeenschap

Een realistischer optie zou zijn om een herziene visie op studentenhuisvesting uit de periode na de Tweede Wereldoorlog over te nemen. Van de jaren ’50 tot ’70 investeerde Amsterdam zwaar in studentenhuisvesting met veel slaapkamers en gedeelde faciliteiten (keukens en badkamers). Sommige van deze gebouwen, zoals de Weesperflat of Uilenstede, worden nog steeds gebruikt. Hoewel deze gebouwen misschien niet ieders architecturale voorkeur hebben, of niet voldoen aan de hygiënestandaarden die sommige studenten verwachten, slagen ze wel in één belangrijk aspect: gemeenschapsvorming. Dit geldt ook voor het voormalige tandheelkundig schoolgebouw Acta dat is omgebouwd tot studentenhuisvesting.


Natuurlijk pleit ik niet voor een terugkeer van modernistische architectuur midden in Amsterdam. Maar zoals artikelen in NRC en Vrij Nederland eerder hebben opgemerkt, kan het sociale aspect van wonen niet worden onderschat, zeker in een tijd van toenemende eenzaamheid onder jongeren. Universiteiten en overheden, zowel lokaal als nationaal, zouden hun focus onmiddellijk moeten verleggen naar het bouwen van woningen die misschien minder aantrekkelijk zijn voor geesten gevormd door een steriele Airbnb-cultuur, maar die het leven van hun jonge bewoners aanzienlijk verbeteren.


Sterker nog, we zouden studentenhuisvesting een stap verder moeten brengen dan het model na de oorlog: we moeten beginnen met het bouwen van gedeelde slaapkamers. Stel je een project voor zoals het recent aangekondigde, maar dan met 80 iets grotere slaapkamers, elk voor twee personen. De ruimte die vrijkomt door de andere 22 slaapkamers kan worden gebruikt, met een menselijk interieurontwerp, voor uitnodigende gemeenschappelijke ruimtes die menselijke interactie bevorderen, en voor hoogwaardige keukens en badkamers. Dit hypothetische gebouw zou 150 procent van het aantal mensen kunnen huisvesten, terwijl het eenzaamheid vermindert door gemeenschap.

 

Kamergenoot
De alarmbellen van privacy die ongetwijfeld rinkelen bij een leeftijdsgroep die sociaal, seksueel en persoonlijk zichzelf verkent, worden weggehaald door het feit dat er één scenario is met zelfs minder privacy dan een gedeelde kamer: een kamer in het ouderlijk huis. Vraag jezelf af: woon je liever in Amsterdam met een kamergenoot en gedeelde keuken, of helemaal niet in Amsterdam? Voor veel eerstejaarsstudenten is het antwoord duidelijk.


Van de totale 46 procent van de studenten in Nederland die bij hun ouders woont, geeft 62 procent aan dat kosten of het gebrek aan beschikbare huisvesting de reden is om niet uit te huizen. Met andere woorden, veel studenten kunnen niet verhuizen, zelfs als ze dat willen, en internationale studenten kunnen worden ontmoedigd om in Nederland te studeren uit angst geen accommodatie te vinden. De boodschap is duidelijk: om Nederlandse studenten te laten opgroeien onder de vrijheid van zelfstandig wonen én om een instroom van internationale studenten te behouden die gunstig is voor ons onderwijssysteem, hebben we aanzienlijk meer woonruimte nodig. Maar meer bouwen lijkt onmogelijk. Dus als we niet meer kunnen bouwen, moeten we anders bouwen.

 

Luxe

Hoewel het moeilijk is om systemen internationaal te vergelijken, moeten de vragen wat er misgaat en waarom studio’s prioriteit krijgen, worden gesteld. Het belangrijkste antwoord ligt in neoliberale wetgeving. Vanaf de jaren ’80 raakten Nederlandse universiteiten steeds meer los van de huisvesting van hun studenten, wat resulteerde in de huidige juridische situatie waarin een universiteit niet zelfstandig studentenhuisvesting mag bezitten of bouwen. Dit werd gepresenteerd als een manier om universiteiten te laten focussen op onderwijs, maar betekende in werkelijkheid meer zaken voor woningbouwbedrijven, die vaak primair winstgedreven zijn. In vergelijking met de meer gecentraliseerde studentenhuisvestingssystemen in Duitsland en Frankrijk, of het VK en de VS, waar universiteiten bijna als vastgoedspelers zelf grote huisvestingsfaciliteiten en campussen beheren, wordt duidelijk waar het Nederlandse systeem tekortschiet. Wanneer huisvesting aan de markt wordt overgelaten, wordt deze gericht op degenen met het meeste kapitaal: in dit geval door kleine, “luxe” eenpersoonsstudio’s te bouwen. Ironisch genoeg hebben Nederlandse instellingen dit probleem over het algemeen beter aangepakt dan het VK of de VS. Toch wordt deze logica bij studenten genegeerd.


In een tijd van eenzaamheid, individualisme en een extreme woningcrisis moeten universiteiten hun autonomie terugwinnen om hun studenten de gemeenschappelijke studie-ervaring te bieden die ze nodig hebben om zich als mens te ontwikkelen. Zolang we financiële overwegingen laten bepalen welke woningen worden gebouwd, zullen de problemen alleen maar verergeren. Geen enkele optie is perfect, maar terugkeren naar meer gemeenschappelijke woonvormen is de meest realistische manier om iedereen, ongeacht financieel en sociaal kapitaal, uit het ouderlijk huis te laten vertrekken en vleugels te laten uitslaan.

 

Lucas Bongard is derdejaarsstudent sociale geografie en ruimtelijke planning aan de UvA.

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading