De UvA zou echt meer moeten doen om de opkomst bij de studentenraadsverkiezingen te verhogen, schrijft columnist Nikola Edelsztejn. ‘Het feit dat de uitslag überhaupt legitiem is, verbaast me al, want een nationaal referendum, waarbij de opkomst niet boven de dertig procent komt, verwijzen we door naar de papierversnipperaar.’
Het kerstreces ligt weer achter ons, dus over enkele maanden kunnen we weer meedoen aan de televotingverkiezing voor de UvA-studentenraad. U weet wel: de show waarbij de Activistenpartij al voor de verkiezingen kan beginnen de champagne in te slaan en waar tachtig procent van de studenten er in bijna een week niet in slaagt een paar minuten de tijd te nemen om te stemmen op iemand die je niet kent, die standpunten vertegenwoordigt die je op geen enkele manier tot je hebt weten te nemen.
Het feit dat de uitslag überhaupt legitiem is, verbaast me al, want een nationaal referendum, waarbij de opkomst niet boven de dertig procent komt, verwijzen we door naar de papierversnipperaar.
Onaantrekkelijk
Verleden jaar publiceerde de UvA op haar website met verve dat het opkomstpercentage voor de verkiezingen het hoogst was sinds 2013. Dit percentage was, welteverstaan, 21,5 procent. Hetgeen de UvA in de publicatie vergat te vermelden was dat de kiesgerechtigde studenten langer dan gebruikelijk de tijd hadden om hun stem uit te brengen: zeven dagen, in plaats van vijf.
Dat er in de regel vijf dagen nodig zijn voor verkiezingen is al op z’n minst bijzonder, vooral omdat de verkiezing online plaatsvindt en men dus niet eens fysiek aanwezig hoeft te zijn om een stem uit te brengen. Doet de UvA het slechter dan andere universiteiten? Ja.In Tilburg was de opkomst in 2025 26 procent en duurden de verkiezingen anderhalve dag. In Groningen kreeg men vier dagen de tijd en kwam de opkomst eveneens uit op 26 procent. Aan de Radboud was het dan weer wel een stuk dramatischer dan bij ons; daar was het opkomstpercentage 17,68 procent.
Toch is het belangrijk om naar manieren te zoeken waarop de verkiezingen aantrekkelijker worden en ik heb sterk het gevoel dat we ze, om dat te bereiken, gevoelsmatig onaantrekkelijker moeten maken.
Stemmen op papier
Ten eerste moet het kiessysteem op de schop: wanneer je mensen een week de tijd geeft om iets online in te vullen, haakt men af. Het ziet er dan simpelweg te gratuit uit en leidt tot niets dan laconiek gedrag. Ik denk overigens niet dat de UvA er goed aan zou doen om de termijn te verkorten naar een enkele dag, zolang het systeem digitaal geregeld blijft. Nee, er dient gestemd te worden op papier, op locatie. Indien de UvA studentenparticipatie dermate belangrijk vindt dat er gejubeld wordt over een opkomst van 21,5 procent, mogen ze ook elke student één dag per jaar collegevrij geven om op te komen dagen voor de stembusgang.
Mocht dit om praktische redenen niet mogelijk zijn (lees: studenten die ver wonen en hier niet voor naar de campus willen komen; lees niet: het is onpraktisch voor de UvA, want we smijten jaarlijks rond de 2.500 euro collegegeld tegen dit instituut), kan er bijvoorbeeld gekeken worden naar een additionele verkiezingsdag binnen een bepaalde periode, die op een reguliere collegedag plaatsvindt.
Ten tweede moet ook het stembiljet anders, want het is voor kleinere partijen in toenemende mate lastig geworden om zeggenschap te verwerven in de universitaire studentenraad. Daarom moet het concept van evenredige studentenvertegenwoordiging een klein beetje opgerekt worden, middels een variant op het single transferable vote-systeem, hetgeen kort gezegd inhoudt dat men één primaire voorkeursstem en één secundaire voorkeursstem (in casu: op een andere partij) uitbrengt. De details hiervan kunnen uitgewerkt worden indien de UvA deze voorstellen ter harte neemt.
Afsluitend: studentenparticipatie is en blijft van cruciaal belang om een universiteit een gerespecteerd instituut te laten. Hoewel de studentenraden de beslissingen op macroniveau niet altijd even goed kunnen aansturen, dan wel tegenhouden, is er op microniveau zeer veel terrein te winnen, zolang het voor het Centraal Bestuur duidelijk is dat de partijen een daadwerkelijk, betrokken mandaat hebben. Wanneer een partij de verkiezingen kan winnen met ongeveer 4.000 (van de 44.621 mogelijke) stemmen, stelt je mandaat niets voor.
Het wordt serieus tijd voor de UvA om na te denken over een doelgerichte aanpak om de studentenparticipatiegraad te verhogen en de verkiezingen een serieus evenement te doen verworden, zelfs als dit betekent dat het Centraal Bestuur, door de harder uitgesproken onvrede tegen het beleid, wat vaker op de blaren moet zitten.