Het grootste pijnpunt is de piramide van functies: hoe hoger men komt in de academische hiërarchie, hoe minder banen er beschikbaar zijn, schrijft columnist Han van der Maas. ‘Onderzoek is en blijft belangrijker dan onderwijs voor de universitaire carrière, ook al roepen we met zijn allen dat dat niet zo is.’
De echte pijnpunten van het programma Erkennen en Waarderen worden zelden benoemd. Een daarvan is dat onderzoek belangrijker is en blijft dan onderwijs voor de universitaire carrière, ook al roepen we met zijn allen dat dat niet zo is. We moeten hierover eerlijk zijn naar jonge Aio’s en postdocs. Bij latere sollicitaties, zeker als het gaat om de hogere functies, spelen publicaties, impact en verworven subsidies een grote rol. Onderwijservaring is ook relevant, maar meer als algemene voorwaarde dan als onderscheidend selectiecriterium.
Kansarm
Dat komt waarschijnlijk omdat kandidaten onderling niet veel verschillen in hun onderwijsprofiel. Kandidaten voor een hoogleraarspositie hebben bijna allemaal lesgegeven in verschillende vakken, beschikken over goede evaluaties en hebben bijgedragen aan onderwijsinnovaties. De variatie in onderzoeks-trackrecord is daarentegen veel groter. Het verschil tussen een H-index van 20 en 80 is van een totaal andere orde en ook het succes in het binnenhalen van beurzen varieert sterk, van enkele tonnen tot vele miljoenen.
Dat zal de Aio of postdoc ook wel zien op de werkvloer. Academici werken in weekenden en vakanties aan kansarme aanvraagtrajecten om meer onderzoek te kunnen doen, en dus minder onderwijs. Omgekeerd dient niemand aanvragen in om meer onderwijs te mogen geven.
Het grootste pijnpunt is de piramide van functies: hoe hoger men komt in de academische hiërarchie, hoe minder banen er beschikbaar zijn. Hoe dit uitpakt, hangt sterk af van het ‘beginsel’ dat een faculteit hanteert. In het formatiebeginsel staat het beschikbare budget centraal, waardoor doorgroei alleen mogelijk is wanneer er ruimte is in de formatie. Het loopbaanbeginsel daarentegen gaat uit van de prestaties van de medewerker en maakt doorgroei mogelijk op basis van behaalde criteria, los van bestaande vacatures. Het eerste leidt tot veel frustratie wanneer mensen structureel boven hun aanstellingsniveau presteren, terwijl het tweede snel onbetaalbaar kan worden: een hoogleraar kost immers al gauw anderhalf tot twee keer zoveel als een universitair docent.
Niet onoplosbaar
Toch is het loopbaanbeginsel eerlijker, en ook de betaalbaarheid is geen onoplosbaar probleem. Er is namelijk iets merkwaardigs aan de huidige situatie. Van een hoogleraar wordt verwacht dat hij of zij meer publiceert, meer subsidies binnenhaalt en meer leidinggeeft dan collega’s in lagere rangen, maar niet dat hij of zij meer onderwijs verzorgt. In de praktijk werken universiteiten met docenturensystemen waarin het aantal onderwijsuren losstaat van rang of salaris. Dat is opmerkelijk, want ervaren krachten kunnen onderwijs doorgaans efficiënter verzorgen: een hoorcollege is sneller voorbereid, scripties zijn sneller beoordeeld en tentamens sneller gemaakt.
Vanuit dat perspectief zou het logisch zijn als een hoogleraar anderhalf tot twee keer zoveel onderwijsuren voor zijn of haar rekening neemt. Daarmee blijft het onderwijs betaalbaar en verliest de hoogleraarspositie vanzelf een deel van haar aantrekkingskracht. Ik heb dit idee al getest bij enkele collega-hoogleraren; zij vonden het een heel slecht voorstel.